Een samenzwering tegen de leegte van het leven: hoeveel ernst verdraagt een komedie?

Een samenzwering tegen de leegte van het leven: hoeveel ernst verdraagt een komedie?

Olympique Dramatique & Toneelhuis, ‘Voor het pensioen (komedie van de Duitse ziel)’ 3 out of 5 stars

7 oktober, een feestdag? Ten huize Höller, waarvan Vera, Clara en hun broer Rudolf de overblijvende leden zijn, leidt dat geen twijfel. Wijlen Thomas Bernhard schreef met ‘Voor het pensioen (komedie van de Duitse ziel)’ een gitzwart huis clos over een familie die de verjaardag van Heinrich Himmler blijft vieren. Dat heeft alles te maken met het neonazistische verleden van Rudolf, die als voormalig kampcommandant ooit een ontmoeting had met de Reichsführer-SS. Omwille van zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdaden dook Rudolf jarenlang onder, om het nadien alsnog tot voorzitter van de rechtbank te schoppen. Is hij, in de hoedanigheid van vooraanstaand burger, inmiddels tot inkeer gekomen? Trok hij een streep onder zijn verleden? Op 7 oktober vallen de maskers: Bernhard toont een oorlogsveteraan die nog steeds in de greep is van een atavistische doctrine, en meent dat hij daarmee de stem van een zwijgende meerderheid vertolkt.

‘Vor dem Ruhestand’ (1979) veroorzaakte bij de première een quasi vanzelfsprekende hetze. In een Duitsland dat meende min of meer afgerekend te hebben met haar oorlogsverleden, wist men zich amper een houding te geven ten aanzien van de haattirades van de familie Höller. Bernhard komt daarenboven met een ingenieuze constellatie op de proppen: Clara is verlamd sinds een bombardement van de geallieerden in de laatste dagen van de oorlog, maar toch houdt ze er antifascistisch gedachtengoed op na. Ze is – tegen wil en dank – zowel martelaar als spion, en zodoende een doorn in het oog van Rudolf en Vera, wier incestueuze verhouding hun morele verval onverbiddelijk onderstreept. Zij bedreigen Clara uit angst dat ze hen zal aangeven, maar hebben haar ook nodig als gelittekende mascotte. Clara’s rol is al even ambigu: zij stopt haar walging voor Rudolfs en Vera’s perverse aanbidding niet onder stoelen of banken, maar verschijnt toch aan de jaarlijkse feestdis. Vera op haar beurt laat zich al Rudolfs grillen welgevallen, omdat haar bestaan zonder het zijne niets meer voorstelt. Of hoe een mens sterk kan zijn in zwakte…

Bijna een halve eeuw na datum is ‘Voor het pensioen’ opvoeren niet meer voor de hand liggend. Tom Dewispelaere ziet echter parallellen tussen de hate speech van de opgevoerde nazi’s en extreemrechts vandaag. Inderdaad zijn de overeenkomsten treffend. De maniakale cultivering van wat als tijdelijke en onbillijke nederlaag wordt afgedaan, de blinde verering van een opgehemeld doch verzonnen verleden, het ontegensprekelijk belijden van het eigen gelijk en de radicalisering van xenofobe navelstaarderij: het resulteert in een zelfgecreëerde eenzaamheid waar extremisme ongetemperd kan gisten. Dewispelaere heeft bovendien perfect aangevoeld dat Bernhards splijtende taal nimmer verouderd, waardoor het publiek de tekst los van zijn specifieke historische context kan ondergaan. In die optiek is het evenwel spijtig dat decor en kostumering de nazistische configuratie niet proberen overstijgen, hoe sfeer- en smaakvol ‘Voor het pensioen’ ook is vormgegeven.

Verder is het merkwaardig dat Dewispelaere nauwelijks aan de slag gaat met Bernhards uiteenlopende registers. Toont Rudolf zich in de passages waarin hij met trots verkondigt dat hij de halve stad tegen zich heeft ingenomen om toch maar het landschap voor zijn raam te vrijwaren van industriële bebouwing niet als een potsierlijk artefact van een door de tijd verzwolgen elite? In SS-uniform orerend over zijn ontmoeting met Himmler, die zich in wezen handig onzer zijn etentje met Rudolf vandaan lulde, betoont hij zich een bijziende zwakkeling, altijd al een pion in de marge van de geschiedenis. Het archetypische van die eigenwaan, evenals de kapsones van Vera die anderen alleen maar instrumenteert om de schijnvertoning van haar bestaan overeind te houden: Dewispelaere laat het allemaal met uitgestreken gezicht zien, terwijl de gemitrailleerde mono- en dialogen tegelijk angstaanjagend, sardonisch-komisch en psychologisch intrigerend zijn.

Pierre Bokma, Katelijne Damen en Tiny Bertels zetten zondermeer indrukwekkende vertolkingen neer, maar precies omwille van de onderkoelde, dreigende atmosfeer die Dewispelaere nauwelijks laat evolueren, wordt ‘Voor het pensioen’ een lange zit. Het absurde slot, waarop de regie te weinig preludeert door te gewichtig om te springen met Bernhards doelbewuste stereotypie, maakt manifest wat deze weliswaar knappe voorstelling laat liggen. Had Dewispelaere schrik dat door het humoristische aspect breder uit te meten de zaal niet meer zou reflecteren over het alomtegenwoordige duister in de tekst?

Gezien in Bourla (Antwerpen) op 15/1/2026.
Copyright foto: Mariia Shulga

Related Images: