Dautzenbergs knoestige weerbaarheid

Dautzenbergs knoestige weerbaarheid

A.H.J. Dautzenberg, ‘En garde!’ 4 out of 5 stars

In 2018 leverde de schrijver uit Tilburg met ‘Ik bestaat uit twee letters’ een kloeke en uitstekend ontvangen bijdrage aan de privé-domein reeks van De Arbeiderspers.

‘En garde!’ sluit aan bij die titel. Beide boeken bevatten autobiografische aantekeningen waarin Dautzenberg weerwerk biedt aan de morsige dagelijkse realiteit. Zijn stadsdichterschap levert bij hem bijvoorbeeld de nodige wrevel op. Het bestuur van Tilburg wil immers inzetten op toegankelijkheid, voor vormexperimenten is er geen ruimte.

Een nieuwe uitgeverij beweert poëzie een warme thuis te bieden, ervoor te zorgen dat de bundels langer dan drie maanden gepromoot worden. Desalniettemin retourneren ze ongracieus zijn poëziewerk.

Besparingen

Het panorama dat zich in ‘En garde!’ ontvouwt oogt niet meteen hoopvol voor de toekomst van de Nederlandse letteren. Er wordt bespaard dat het een aard heeft. Een stevig gestoffeerd artikel schrijven levert een bedrag op van € 56,43. Een corrector moet zelf geregeld worden, de flappen van een boek sneuvelen wegens ’te duur’.

Wanneer een uitgever gaat beknibbelen op de kwaliteit van de boeken, zijn corebusiness, dan is de neergang ingezet. De uitgaven moeten er juist goed uitzien, ook in moeilijke tijden, want zij vertegenwoordigen het verdienmodel en dus de toekomst van de uitgeverij.

Tegelijk krijg je de indruk dat weerbarstigheid de motor is van zijn schrijverschap. Geef hem een keukentafel, een stoel, papier en een pen en hij zal schrijven. In ‘En garde!’ is geen spoor van calculatie of carrièreplanning te bespeuren. Het leest eerder als het mentale reisverslag van een auteur die het schrijfproces ziet als een poging om de binnenwereld te exploreren.

Ik laat me niet reduceren tot een sociaaleconomische functie […]. Ik laat de verharde wegen voortaan liever links liggen en wandel door dorpen en gehuchten, dan zie je nog eens wat. Vrijheid is een werkwoord, dat lijken velen te zijn vergeten. Vrijheid vereist actie, bewegen, dwalen, verdwalen, zijn.

Combattief en warm

Wanneer Dautzenberg in een recensie van ‘De vijf’ omschreven wordt als “libertijn”, schrijft hij een brief naar de recensente van De Groene Amsterdammer waarin hij vraagt waarop die aanname rust. Brieven duiken veelvuldig op in ‘En garde’, waarin de toon varieert van combattief tot warm. Zo schrijft hij bijvoorbeeld zijn overleden vader aan.

Natuurlijk praat ik in mijn hoofd soms met je, en ik betrek uit die conversatie de nodige complimenten, dus ook daar hoef je je geen zorgen over te maken. Ik red me wel.

Los van het schrijfproces duikt in dit lijvige werk een andere constante op: de hang naar een onspectaculair, degelijk bestaan. Recent verscheen Maria Vlaars biografie over Joost Zwagerman (1963-2015): een schrijversleven dat – aan de buitenkant – leek te knetteren als een voetzoeker. Hier vind je de antithese van dergelijk bestaan. Wanneer Dautzenberg een verrassingsbezoek brengt aan zijn 92-jarige oud-schoonmoeder schrijft hij:

Ze vertelde dat ze zich elke week opnieuw verheugt op het bezoek aan de plaatselijke friettent; even een praatje maken met de eigenaar en de aanwezige dorpgenoten. Dat klinkt wellicht oubollig, maar het is een levenshouding die ik waardeer, ambieer en hopelijk een keer cultiveer.

Misschien kon ‘En garde!’ wat korter. Maar dit is een boek in de beste traditie van egodocumenten, ver verwijderd van de tegelwijsheden die Arthur Japin tentoonspreidde in ‘Geluk, een geheimtaal’ (’19).

Related Images: