Hoe word ik een schrijver of dichter?
Wisława Szymborska – ‘Brievenpost’ 
Hoe word je schrijver of dichter? Het is een vraag die Nobelprijswinnaar Wisława Szymborska (1923–2012) zo vaak kreeg, dat ze in haar weekbladrubriek ‘Brievenpost’ op de meest uiteenlopende – en soms gekste – vragen altijd een gevat antwoord wist te bedenken. Dat is niet meteen wat je zou verwachten van iemand die ruim vijftig poëziebundels, essays en columns publiceerde. ‘Brievenpost’ is nu uit het Pools naar het Nederlands vertaald door Karol Lesman.
Goede raad is duur, zeker voor een beginnend dichter of schrijver. Hoe begin ik aan een goed verhaal? Aan welke criteria moet een goed gedicht voldoen? Bestaat er een cursus ‘leren schrijven’? Wat moet ik doen om schrijver te worden? Of word je als dichter geboren? Het zijn stuk voor stuk vragen die maar al te vaak aan gevestigde auteurs worden gesteld, net als het verzoek om een manuscript te beoordelen — vragen die je nooit zomaar in een handomdraai beantwoordt.
In ‘Brievenpost’ voorziet Szymborska haar vragenstellers op gevarieerde wijze — balancerend tussen hilariteit en ernst — van vakkundig onderbouwd literair advies. Het zijn praktische tips die zo raak zijn geformuleerd dat niet alleen een auteur in spe, maar elke literatuurliefhebber er iets van opsteekt. Dankzij haar jarenlange ervaring lukt het haar steeds weer om, vanuit een niet-academische visie en met een relativerende toon, een praktische gids te zijn voor wie een schrijfcarrière ambieert.
Regels van grammatica slijten niet
Schrijven is, zo wordt vaak gezegd, een kwestie van een dosis talent en vooral veel oefenen, in combinatie met veel lezen en uiteraard zelfvertrouwen. Voortreffelijke volzinnen komen immers niet zomaar uit de lucht vallen. Wat dat laatste betreft, raadt ze aan kennis te verwerven van zowel oude als hedendaagse literatuur: ‘Ga na of alles misschien al gezegd is, en of de manier waarop volledig voldoet. Zo niet, dan is het misschien jouw beurt.’ Wie zomaar van alles op papier kwakt, krijgt te horen dat bijna alles in deze wereld slijt door voortdurend gebruik — behalve de regels van de grammatica. Het is bepaald grappig hoe een jonge dichteres op haar niet zo geslaagde poëzie wordt gewezen:
‘Mijn vriendje beweert dat ik te mooi ben om goede gedichten te schrijven. Wat vindt u van de bijgesloten gedichten? Wij denken dat u inderdaad een mooi meisje bent.’
P.W. uit Wrocław meldt op zijn beurt dat hij alleen over zichzelf schrijft, omdat hij alleen zichzelf kent en niets weet van de vent die tegenover hem woont. Szymborska raadt hem aan om uit zijn eigen huid te kruipen en in gedachten totaal iemand anders te worden: de voorzitter van een coöperatie, of — waarom ook niet — een buikspreker in een circus.
Je kunt het zo gek niet bedenken welke vragen haar in de periode 1960–1968 zijn toegewaaid. Een zekere LO-FM uit Gdynia, die het neerpennen van een gedicht op de seconde af timet, noemt Wisława de ‘Zátopek van de poëzie’ (naar de Tsjechoslowaakse langeafstandsloper die op de Olympische Zomerspelen van 1952 in Helsinki drie gouden medailles behaalde op de 5000 m, 10.000 m en marathon, CA). Ze smeekt hem zijn vaart te minderen en eens een uurtje na te denken boven een leeg blad papier, om af te sluiten met: ‘Er wacht u een volstrekt nieuwe en buitengewone ervaring.’
‘Brievenpost’ staat bol van de literaire tips voor wie als beginnend scribent de literaire wereld wil betreden. Wisława Szymborska wordt geen enkel moment zwaar op de hand wanneer ze refereert aan grote namen als Gustave Flaubert, Lev Tolstoj, Thomas Mann en Anton Tsjechov. Mann en Tsjechov schreven hun werk immers respectievelijk vijf tot zeven keer over.
Kortom: verplichte literatuur voor elke cursus creatief schrijven.

