Hoogmis met sloophamer: Florentina Holzinger kleedt het katholicisme helemaal uit
Opera Ballet Vlaanderen, ‘Sancta’ 
Van doodsbedreigingen over een boycot tot een kwaaie bisschop: het parcours dat ‘Sancta’ sinds de creatie in 2024 heeft afgelegd, was allesbehalve vrij van beroering. Met quasi uitsluitend naakte vrouwelijke performers, het door de mangel halen van katholieke symboliek, liters nepbloed en een demonstratie van body suspension op de bühne, treedt deze productie zowat alle theaterconventies met de voeten. Regisseuse Florentina Holzinger doet dat echter niet zomaar. Eigenlijk kan haar oeuvre tot dusver samengevat worden als een aanval op verstikkende normeringen. Transgressie is bijgevolg het anker van haar beeldende universum.
‘Sancta’ bestaat voor tachtig procent uit een eclectische liturgie ter ere van het vrouwelijke lichaam. Als kapstok gebruikt Holzinger ‘Sancta Susanna’, een nog geen half uur durende opera die Paul Hindemith als onderdeel van een triptiek concipieerde. Het libretto verhaalt over een kloosterzuster die tijdens het bidden ineens seksueel ontwaakt. Op haar erotisch visioen reageren de andere zusters met de niet mis te verstane uitroep ‘Satanas’! De sensueel ontloken zuster wacht hetzelfde lot als een voorgangster die levend in een kloostermuur werd ingemetseld. Amen.
Meer aanleiding heeft Holzinger niet nodig om de systematische vrouwelijke repressie vanuit het katholicisme aan de kaak te stellen. Haar misviering ent ze structureel op de eucharistie, zij het dat ze de verschillende staties uitdrukkelijk ironiseert. Onderweg wordt Jezus opgevoerd als een hippie, worden in de foyer gesprokkelde biechtzonden luidop voorgelezen, vliegt de heilige schrift ineens in brand en eindigt het hele spektakel met een kleffe singalong. Niet wat je noemt het soort devotie waar bisschop Bonny op zit te wachten, dat spreekt voor zich.
Aan enkele iconische beelden heeft Holzinger genoeg om het vrouwelijke martelaarschap dat volgt uit de patriarchale organisatie van het katholicisme met vicerale kracht te verbeelden. Een vrouw die in een klok klimt en met haar lichaam als klepel de bel luidt. Vrouwen gekruisigd aan een klimmuur, waarover minutenlang onnodig vergoten vrouwenbloed gutst. Een paar aan weerszijden van een reusachtig rokend wierookvat. Enzovoort. Holzingers antwoord op mannelijke dominantie vertrekt vanuit het potentieel van elk vrouwenlichaam. Haar veroordeling realiseert zich als een oorkonde van wat de vrouw allemaal vermag – ongeacht etnische achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, tatoeage, mutilatie of handicap.
Holzinger brengt een bont gezelschap bijeen waarin iedereen een plaats heeft, zusterlijk zij aan zij. Een slachtoffer van seksueel misbruik reikt zo de hand naar iemand met ernstige skeletdysplasie, in wat een soort utopische commune wordt, waarin littekens getuigen van de kracht van kwetsbaarheid. Dat zelfs ettelijke koorleden van Opera Ballet Vlaanderen helemaal uit de kleren gaan, zegt bovendien iets over de overredingskracht waarmee de Oostenrijkse (die trouwens zelf naakt op de bühne staat) haar levensfilosofie uitdraagt. Haar artistiek metier is geen visueel gimmick, maar een attitude, geworteld in fundamentele morele principes die uitgaan van gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid voor vrouwen.
Toch valt ‘Sancta’ als geheel jammerlijk tegen. Aan haar herdenken van de katholieke iconografie vanuit het perspectief van de vrouw als onderdrukte, koppelt Holzinger niet alleen een imposante corporele esthetica, maar tevens een uitdrukkelijk controversieel en zogenaamd humoristisch register. Het portret van Jezus als een langharige goeroe met blèrend schaap om de nek, lijkt echter weggelopen uit puberaal schooltoneel.
Da Vinci’s laatste avondmaal in persiflage, een kruis ingeslikt als een degen, een crucifix gefabriceerd uit bierbakken en de Bijbel in de fik: opzichtiger kan Holzingers middelvinger naar vadertje Kerk nauwelijks worden. Elders wordt Jezus’ vermenigvuldiging van de wijn als goocheltruc herkauwd, en duikt de sloophamer op bij de Sixtijnse Kapel voor een broodnodige rennovatie. Conceptueel past dat natuurlijk perfect bij wat Holzinger thematiseert, maar de uitvoering is niet origineel genoeg, laat staan echt geestig.
Hetzelfde geldt voor een rits blote nonnen op rollerskates, een citaat uit ‘It’s raining men’ en een uitstapje naar het cabaret of de discotheek. Op scène ziet het er allemaal erg amusant uit, maar mag de zaal die feminiene baldadigheid een beetje mager vinden? Met krijsende stemmen, ronkende gitaren en versterkte strijkers krijgt de opera-etiquette sowieso al een veeg uit de pan. Ook die alternatieve vormen van zelfexpressie neemt Holzinger op in haar panorama van verzet tegen de gevestigde orde, maar is het opportuun om die subcultuur te programmeren binnen deze context?
Sinds jaar en dag bewijzen operahuizen wereldwijd dat fundamentele kritiek vanuit de geësthetiseerde overlevering gestalte kan krijgen. Is het dan niet gemakzuchtig om de conventies van die traditie eveneens naar de prullenmand te verwijzen? Is vintage Holzinger in dit geval een eufemisme voor creatieve indolentie? Nogmaals, dat de positie van de vrouw binnen het katholicisme kritisch wordt bevraagd en de bijhorende iconografie in het verlengde daarvan wordt gepersifleerd, is perfect legitiem. Dat Holzinger deze kwestie oprekt en letterlijk de grenzen van het toonbare opzoekt, is bovendien verklaarbaar binnen de ceremoniële lichaamsritus die ze opvoert, maar ‘Sancta’ verliest er inhoudelijke scherpte door.
Kannibalisme (een stuk rib uitsnijden en iemand anders laten opeten) en body suspension (performers aan gepiercte haken optillen) wekken weerzin op, maar die ontstaat biologisch. Een neurologische impuls die volgt uit het zien van een gemutileerd lichaam, en die maakt dat iemand wil wegkijken, heeft niets meer te maken met de moreel verwerpelijke religieuze doctrine die Holzinger aan de kaak stelt. Toch lijkt Holzinger haar publiek met een bourgeoiscomplex te willen opzadelen, door (weliswaar zelfgekozen) lijden via grote projectieschermen door de strot van de zaal te rammen. Is dat masochistische perversie onder het mom van feministische bevrijding?
Holzinger laat haar cast getuigen van traumatische levensgebeurtenissen gelinkt aan hun lichaam, hun vrouwelijke identiteit, hun geaardheid. Dat wekt logischerwijs sympathie, en zelfs bewondering bij diegenen die hun verketterde lichaam als een sanctuarium opnieuw hebben uitgevonden. Schaamte is trots geworden, kwetsbaarheid ziet zich hertaald naar kracht. Daarvoor is alleen maar respect op zijn plaats. De grotesk-absurde insteek (met zelfs een ufo in de finale) en het hengelen naar controverse ondergraven echter die intrinsiek ontroerende teneur. Als maker schopt Holzinger te wild tegen te veel schenen, en als denker schieten haar vondsten inhoudelijk te kort.
Exemplarisch voor de manco’s van deze productie, is de manier waarop Holzinger ‘Sancta Susanna’ ensceneert: traditioneel, behalve voor wat de twintig minuten durende stoeipartij achter en tussen de zangers betreft. Wat heeft dat gehijg met alles erop en eraan voor intrinsieke waarde, als het een van intimiteit gespeende pornografische show is? Als zuster Susanna seksueel ontwaakt, dan heeft de zaal toch geen demonstratie nodig om zich de betekenis te kunnen inbeelden?
Normen zijn arbitrair, en makers moeten experimenteren met morele en esthetische grenzen – al dan niet via overschrijding. Heilige huisjes mogen niet gespaard blijven, want artistieke vrijheid houdt niet op bij axioma’s, taboes of fatsoen – godzijdank! Maar mutilatie en infamie met een camera uitvergroten in een context waar normaliter schoonheid gedijt, in wat een eclectische bloemlezing is van lichtzinnige baldadigheden, lichamelijke riten en hier en daar een flard muziekgeschiedenis, met theatrale ironie als enige bindmiddel? Dat laat amper ruimte voor reflectie. ‘Sancta’ wil maar al te graag een statement zijn, even onverzettelijk als de katholieke dogma’s die de voorstelling aanklaagt. Zondigt Holzinger daarmee niet tegen haar eigen preek?

Gehoord & gezien in Opera Antwerpen op 4/4/2026.
Copyright foto: Nicole Marianna Wytyczak
