NORTH SEA JAZZ FESTIVAL 2026 50TH EDITION

NORTH SEA JAZZ FESTIVAL 2026   50TH EDITION
Als je, zoals ik, inmiddels zo’n veertig jaar trouw over de vloer komt bij het North Sea Jazz Festival, dan heb je de hele geschiedenis in je bloed zitten. Ik begon destijds nog in het sfeervolle, doolhofachtige Congresgebouw in Den Haag. De verhuizing naar de reusachtige hallen van Rotterdam Ahoy was destijds even slikken, maar inmiddels voelt Ahoy tijdens het tweede weekend van juli als mijn absolute muzikale thuishaven. Dit jaar hing er een extra magische lading in de gangen, want het festival vierde haar gouden jubileum. Vijf decennia jazzgeschiedenis kwamen samen in drie dagen tijd. Dat zo'n gigantische opzet met vijftien podia traditiegetrouw een flinke dosis gezonde keuzestress en onmogelijke overlappingen met zich meebrengt, neem ik als trouwe insider inmiddels op de koop toe; het hoort nu eenmaal bij de rit. Het festival werd dit keer officieel geopend door Koningin Máxima, maar dat ceremoniële protocol heb ik lekker aan mij voorbij laten gaan. Ik ben direct doorgelopen naar de zalen, want op dit jubileum draait het voor mij meer dan ooit puur om de muziek. ========== Mijn festivalvrijdag trapte af met soulzanger Jalen Ngonda. Op de plaat vind ik zijn warme retrosound echt te gek, maar live in de NILE-zaal sloeg na een paar nummers helaas de verveling toe. Dat lag een beetje aan zijn specifieke stemgeluid, maar eerlijk gezegd hielp de akoestiek in die zaal ook niet mee. Gelukkig heb ik al kaarten voor zijn clubshow in oktober; ik ga hem zeker in de herkansing zien in een intiemere setting, want het blijft een fantastische artiest. Tijd om te treuren had ik niet, want ik moest me haasten naar de MAAS zaal voor Snarky Puppy en het Metropole Orkestonder leiding van Jules Buckley. Dit was voor mij een heel bijzonder weerzien. Een jaar geleden had ik namelijk het geluk om bij de exclusieve cd-opnames van hun album SOMNI te zijn. Toen zat ik nog met een koptelefoon op mijn hoofd letterlijk tússen de muzikanten; ik kon kiezen of ik bij de drummers of de strijkers wilde zitten en zat écht midden in de muziek. Nu zat ik als publiek op afstand in een immense zaal. Natuurlijk miste ik die unieke interactie van toen, maar dat mocht de pret absoluut niet drukken. De muziek zoog me meteen weer helemaal mee en de naadloze, blindelingse samenwerking tussen het orkest en Snarky Puppy zorgde voor mijn eerste absolute hoogtepunt van het festival. De allergrootste verrassing van de dag was voor mij zonder twijfel de pas 18-jarige Grace Bowers. Nadat The Isley Brothers helaas moesten cancellen, twijfelde ik even, maar ik besloot bij deze jonge gitariste uit Nashville te gaan kijken. Wat een openbaring. Zonder een spoortje vrees smeet ze er in de gloednieuwe Congo-tent een dampende, loeistrakke set uit vol bluesrock, funk en soul. Grote klasse, dit zijn de ontdekkingen waarvoor ik naar festivals ga. De officiële vervanger van The Isley Brothers, De La Soul, liet ik daarom lekker schieten. In plaats daarvan pikte ik een heerlijke, uiterst vakkundige dj-set mee van DJ Irie. Tussendoor zag ik ook het Britse Kokoroko voorbijbijkomen. Ik zag ze een paar jaar geleden nog op ESNS in Groningen, en het was geweldig om te horen hoe hard deze band gegroeid is met hun meeslepende afrobeat. Op het gebied van pure jazz werd ik daarnaast getrakteerd op het spel van de jonge trompettist Brandon Woody. Hij maakte diepe indruk op me met zijn moderne neo-bop, waarin ik overduidelijk de geesten van Clifford Brown en Miles Davis hoorde doorklinken. De Nile-zaal werd later op de avond volledig ingepakt door Jon Batiste, die opende met een absolute knaller van een show. Zijn mix van gospel, country en zijn virtuoze uitstapjes naar klassieke muziek op de vleugel was adembenemend. Batiste bleek onvermoeibaar, want later die nacht zag ik hem tot mijn grote plezier ook nog opduiken als gast bij The Roots. Zij sloten de eerste dag magistraal af, vlak nadat we al waren getrakteerd op een emotionele reünie van The RH Factor als eerbetoon aan Roy Hargrove. De legendarische Questlove sloot mijn nacht uiteindelijk in stijl af achter de draaitafels. ======= De zaterdag begon ik heerlijk nostalgisch met de vertrouwde jazzfunk van Incognito, waarna de r&b van Joy Crookesmij helaas te weinig aansprak en ik besloot vroegtijdig door te lopen. Dat bleek achteraf een zegen, want de rest van mijn avond stond volledig in het teken van pure muziekhistorie en nostalgie. Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Miles Davis bracht meesterbassist Marcus Miller de iconische 'We Want Miles'-band weer bij elkaar. Giganten als Bill Evans op saxofoon en Mike Stern op gitaar stonden begin jaren tachtig als twintigers aan de wieg van Miles' legendarische comeback. Ik had voorafgaand aan het concert al ademloos zitten luisteren naar het openhartige interview met de heren in de hal, en het daaropvolgende concert ademde in elke gespeelde noot de onmiskenbare geest van Miles. Direct daarna was het tijd voor het powertrio van bassist Thundercat. Met een manische, jachtige energie speelde hij de zaal volledig plat met een mix van zijn funkklassiekers en tracks van zijn nieuwe album Distracted. Wat is die man technisch toch buitenaards goed op zijn zessnarige bas. Dit luxeprobleem betekende helaas wel dat ik door deze bewuste keuze het bijzondere Bright Size Life Reimagined-project van Pat Metheny en Tijn Wybenga moest missen. Mijn zaterdagavond sloot ik af bij Flea & The Honora Band. Wie de hyperactieve, springende rockster van de Red Hot Chili Peppers verwachtte, werd compleet verrast door een breekbare, spirituele jazzshow. De set opende indrukwekkend met een instrumentale uitvoering van John Lennons Imagine, waarna Flea – overtuigend wisselend tussen trompet en bas – me meenam in een bezwerende soundscape, geflankeerd door de absolute top van de jazzwereld. Terwijl ik daarna doodmoe richting de uitgang slenterde, hoorde ik in de verte nog de betoverende klanken van Selah Sue & The Gallands, een act die ik gelukkig binnenkort nog ergens ga zien. =========== De zondag bracht voor mij meteen het absolute artistieke hoogtepunt van het hele weekend: Pat Metheny Side-Eye. Metheny was fenomenaal op dreef en de dynamiek en het groepsgeluid deden in de allerbeste zin van het woord denken aan de gloriedagen van zijn legendarische oude Pat Metheny Group. Vlak daarvoor werd ik in de middag al volledig gegrepen door SML. Deze band bracht een heerlijke liveset vol pure improvisatiejazz, gedurfd doorspekt met hele vette, filmische elektronische geluiden. Deze act staat inmiddels met dikke rode cirkels in mijn agenda om in oktober ergens op clubniveau te gaan herzien. Met de allerlaatste restjes energie sleepte ik mezelf tot slot naar de tent van topdrummer Nate Smith en zijn band. Wat een fenomenaal powerhouse is dat; hun ronkende, loeiharde jazzfunk sloeg de opgebouwde vermoeidheid in één klap uit mijn lijf. Wat deze vijftigste editie voor mij achteraf zo bijzonder maakte, was dat het festival aan alle kanten leefde. Ik heb echt genoten van de ijzersterke randprogrammering: het gonsde overal van de open mics, spontane jamsessies en diepgaande interviews. Zelfs de prestigieuze compositieopdracht – dit keer toegekend aan altsaxofonist Ben van Gelder – liet met een gelaagd en grensverleggend stuk prachtig zien dat de jazz blijft vernieuwen. Tussendoor was er gelukkig ook volop kwalitatief en gevarieerd eten te krijgen om de innerlijke batterij weer op te laden. Natuurlijk knaagt het altijd een beetje als ik nu thuis op de bank de timetable nog eens opensla en zie wat ik door die onmogelijke overlappingen heb moeten laten schieten. Het missen van de Scandinavische supergroep Rymden, de discoklassiekers van Nile Rodgers & CHIC, en de eclectische nachtsets van Gilles Peterson en de afterparty van Anderson .Paak laat een klein litteken achter. Maar dat is precies de onweerstaanbare vloek én de charme van 50 jaar North Sea Jazz: je kunt simpelweg niet overal tegelijk zijn. Van de intieme zalen in Den Haag tot de grootschaligheid van Rotterdam; de belangrijkste conclusie na dit gouden jubileum is glashelder. Dit festival bewijst dat de pure jazz nog altijd springlevend is, maar dat de drempels definitief zijn weggevaagd: van soul en grensverleggende funk tot de betoverende niet-westerse klanken van artiesten als Fatoumata Diawara en Cheikh Lô, de muziek leeft feller, breder en urgenter dan ooit tevoren. Op naar de volgende vijftig jaar!

Related Images:

Ejam Maail

Geboren uit een muzikale familie was het logisch dat William "Ejam" Maail ook de muziek in ging, maar in plaats daarvan ging hij studeren aan de kunstacademie. Na zijn studie kreeg de fotografie een vastere plek in zijn leven. Momenteel is hij als freelance fotograaf actief en daarnaast is hij ook werkzaam als huisfotograaf bij een pop podium.