Verschoppeling voor het voetlicht: Hugo Claus’ beklaagde klaagt aan

Verschoppeling voor het voetlicht: Hugo Claus’ beklaagde klaagt aan

Toneelhuis & Jan Decleir, ‘Gilles!’ 4 out of 5 stars

Is Gilles de Rais (1405 – 1440) de eerste seriemoordenaar uit de wereldgeschiedenis? Tot op vandaag wordt daar onder historici over gedebatteerd. De Franse edelman, in zijn twintiger jaren al tot maarschalk van Frankrijk gekroond omwille van zijn sleutelrol tijdens de Honderdjarige Oorlog, bekende weliswaar 140 minderjarigen te hebben bezoedeld en vermoord, maar onder dreiging van folteringen kon men beklaagden in de Middeleeuwen zowat alles in de mond leggen. Markant detail is bovendien dat de Rais’ bezittingen, die na zijn terechtstelling ten dele in handen van Jan van Bretagne zouden komen, door die hertog nog voor de terdoodveroordeling werden doorverkocht. Was de Rais’ proces kortom een farce, en de meer dan honderdvoudige verkrachting met doodslag de fabel die zijn onhoudbaar geworden positie ten aanzien van zijn schuldeisers moest legitimeren?

Dat Hugo Claus anno 1988 deze Gilles de Rais tot onderwerp van een monoloog verheft, mag niet verbazen: heeft de auteur geen zwak voor schimmige figuren met een dubieuze reputatie? Speciaal voor Jan Decleir pende Claus een apologie van om en bij de vijf uur bij elkaar. Daar is bijna twee derde uit geschrapt, met een tekst tot gevolg waarin geen woord te veel staat. Net geen vier decennia na datum kruipt Decleir opnieuw in de huid van Gilles de Rais, en ook dat is geen toeval: het stuk is een masterclass toneel, waarin de vertolker de taal zodanig moet masseren dat het publiek ook iets anders voelt dan gruwel voor deze notoire perverseling.

Initieel trekt de Rais de kaart van de onschuld. Zijn narratief is er een van machtige vijanden en torenhoge schulden, waardoor hij letterlijk en figuurlijk plaats moet ruimen. Claus keert de rollen van aanklager en beklaagde vakkundig om: het is de Rais die de hypocrisie van de aristocratie en de uitgekochte clerus in hun hemd zet. Het zet zichzelf neer als een martelaar, wiens heroïsche verleden wordt verpand voor de pronkzucht van enkele eendagsvliegen met een wel erg lange arm. De toehoorder weet natuurlijk dat er voor de Rais te veel op het spel staat om hem onvoorwaardelijk te geloven, maar toch gaat Claus als een volleerd demagoog aan de haal met de feitelijke waarheid. Op zijn best laat ‘Gilles!’ zien dat geen wapen zo gevaarlijk is als taal, omdat retorica in geoefende handen uit alternatieve feiten al even alternatieve waarheden kan smeden.

Als metafoor voor de nietsontziende kracht van het woord, had Claus het daarbij kunnen laten: de Rais als zwart schaap, de te machtig geworden man die niet meer aan de dis der hovelingen past, en dus met een voorwendsel geëlimineerd moet worden. Claus was echter niet geïnteresseerd in de Rais als potentieel slachtoffer, en dus zet de auteur hem naarmate de tekst vordert neer als een zieke geest. Eerst nog laverend tussen herinneringen aan de maagdelijke puurheid van Jeanne d’Arc en visioenen van de duivel, laat Claus het karakter finaal de meest gruwelijke feiten opbiechten. Huiveringwekkend is hoe Decleirs antiheld woord voor woord afglijdt tot een pervert, een moordenaar, een bijgelovige. Deze eens zo eloquente verschoppeling, wiens onverschrokken aanklacht tegen de schijnheilige façade van kerk en staat hem aanvankelijk een innemend aureool verleent, blijkt een psychopaat van het klaarste water.

Na dat inzicht blijft het publiek aan Decleirs lippen hangen, ook al doet die de meest onverdraaglijke gruweldaden uit de doeken. Ziedaar het doel dat Claus zich moet gesteld hebben: een monoloog schrijven die, vanuit ocharme één personage, het volledige spectrum van de menselijke natuur bestrijkt, en het publiek omwille van dat onnavolgbare panorama doet duizelen. En ziedaar bovendien waarom Decleir, inmiddels tachtig jaar geworden, net deze tekst nog eens herkauwt: het is een huzarenstuk om uit het zelfverklaard slachtoffer een schuldige te laten geboren worden, bevangen door waanzin en tegelijk bovengemiddeld lucide.

Meer dan over Gilles de Rais, gaat ‘Gilles!’ over de taal zelf – dat onweerstaanbare instrument dat, in handen van een virtuoos, van een heilige een duivel kan maken, en van een onmens een mens. Hoe weerzinwekkend ook de Rais’ bekentenissen, in de biecht van het beest laten Claus en Decleir tragische loutering gloren. Alleen meesters in hun vak spelen zoiets klaar.

Gezien in Leietheater (Deinze) op 6/6/2026.
Copyright foto: Kurt Van der Elst

Related Images:

Jan-Jakob Delanoye

Jan-Jakob Delanoye is chef podium bij Cutting Edge.