Woorden als er geen woorden zijn: na veertig jaar blijft Kommil Foo vernieuwen

Woorden als er geen woorden zijn: na veertig jaar blijft Kommil Foo vernieuwen

Kommil Foo, ‘Babel’ 4 out of 5 stars

Een zender, een ontvanger, en hier en daar misschien wat ruis: in theorie zou communicatie kinderspel moeten zijn. De realiteit bewijst echter het tegendeel. Al te vaak begrijpen mensen elkaar verkeerd, en daar zijn duizend-en-één redenen voor. Raf en Mich Walschaerts walsen rondom het onvermogen om echt tot elkaar door te dringen met ‘Babel’, een voorstelling waarin humor en tragiek eens te meer broederlijk naast elkaar staan. Het vaste recept van Kommil Foo kortom, zij het deze keer met een meer uitgesproken persoonlijke insteek.

‘Spaak’, ‘Wolf’, ‘Schoft’, ‘Grind’ en ga zo maar door: na een resem onsterfelijke producties vieren de gebroeders Walschaerts volgend jaar dat ze vier decennia samen op de planken staan. Het duo heeft schijnbaar geen woorden meer nodig om elkaar aan te voelen op de bühne – of toch? Anders dan in voorgaand werk, waarbij situatiehumor afgewisseld werd met meer poëtische meditaties over de menselijke conditie, plooien Raf en Mich voor ‘Babel’ nadrukkelijk terug op hun eigen biografie. Meer specifiek diepen ze een handvol anekdotes op waarin de aan- of afwezigheid van taal doorslaggevend is geweest.

Raf en zijn vader op een balkon in Spanje, met een nimmer gestelde vraag die nog steeds op zijn lippen brandt. Mich in een relationele crisis, nauwelijks in staat om woorden te vinden voor wat hij nog voor zijn vrouw voelt. Een dementerende man die ineens iets doet dat hij al jaren niet meer gedaan heeft, namelijk minutenlang de hand van zijn vrouw woordeloos vasthouden. De gemene deler tussen deze flarden uit de voorstelling, is dat ze mediteren over het panorama voorbij de taal. Als er geen woorden meer zijn, opent zich een discours in een andere dimensie. Net dat laten zien, horen en voelen, is een huzarenstuk, en al zeker als cabaretiers – zij die bij uitstek taal instrumenteren. ‘Babel’ levert zeer authentieke en weinig gepolijste kleinkunst op, en dat is alleszins een ander register dan de strak geregisseerde sketches uit de hoogdagen van het duo.

Het referaat naar de Bijbelse traditie – Babel als epicentrum van menselijke hoogmoed en communicatieve chaos – zet weliswaar de poort open naar allerhande betekenissen. Van speelse quasi-slapstick over jazzy ballades tot scabreuze baldadigheden: de voorstelling bestrijkt nog steeds het enorme theatrale spectrum waar Kommil Foo al sinds haar begindagen uit put, al is er deze keer minder sprake van narratieve cohesie. De meer filosofische benadering brengt minder virtuositeit of spektakel voor het voetlicht, maar het vernuft gaat schuil in de moeilijker thema’s die Raf en Mich met de gebruikelijke flair aanraken.

Ouder worden, sterfelijkheid, schuldgevoelens: in het voormalige universum van Kommil Foo waren dergelijke thema’s met een kwinkslag snel doorgeslikt, maar ‘Babel’ gaat er meer matuur mee om, door ze werkelijk doorvoeld te presenteren. Mopperen dat het duo niet meer als een wervelwind overdondert en deze keer niet met een op het eerste gehoor onsterfelijke song op de proppen komt, gaat voorbij aan wat ‘Babel’ wel vermag: het publiek doen stilstaan bij wat richting en zin geeft aan het leven – het individu steevast in relatie tot een ander – en mediteren over de vele gedaantes waarin taal de fragiele morfologie van intermenselijke relaties kan consolideren dan wel ruïneren.

De mythische toren van Babel kon slechts mislukken via het bestendigen van een magistraal palet aan diversiteit. In het failliet van de sage ligt de wetenschap besloten dat mensen tot op zekere hoogte vreemden voor elkaar moeten blijven. Hoezeer men elkaar ook wil naderen, taal kan de kloof tussen de een en de ander nooit volledig dichten. Met flarden klassieke muziek, en niet toevallig in de finale, brengt Kommil Foo hulde aan taal zonder woorden, aan communicatie zonder letters. Is spreken zilver, dan is zwijgen goud. En wat zwijgt zo oorverdovend mooi als het klatergoud van smachtende violen?

Gezien in CC De Schakel (Waregem) op 25/6/2026.
Copyright foto: Jaap Reedijk

Related Images:

Jan-Jakob Delanoye

Jan-Jakob Delanoye is chef podium bij Cutting Edge.