Hoe Ivo Michiels van zijn voetstuk tuimelde
Sigrid Bousset, ‘Wat ik haar niet vertelde’ 
Midden de jaren zestig zorgde Ivo Michiels (1923-2012) met ‘Het boek alfa’ voor een schokgolf in de Lage Landen. Het boek inmiddels opgenomen in de literaire canon van de KANTL was duidelijk een inspiratiebron voor andere auteurs. Over haar fascinatie voor de schrijver, die ten huize Hugo Bousset werd geadoreerd, schreef Sigrid Bousset ‘Wat ik haar niet vertelde’. Portret van een man die zijn leven versluierde
Hoe schrijf je een biografie over een auteur of kunstenaar met wie je zo nauw bevriend bent, dat hij als het ware familie is geworden? Sigrid Bousset (1969) heeft het zich, nog voor ze een letter op papier had neergeschreven, ongetwijfeld afgevraagd. Het zit zo: Sigrid is de dochter van Hugo Bousset (1942).
Een emeritus literatuurprofessor, die in 1979 over ‘Het boek Alfa’ van Ivo Michiels een proefschrift schrijft. Het begin van een jarenlange vriendschap met de schrijver die hij hoog inschat. Goede auteurs zijn volgens hem opus-schrijvers met Michiels als uitgesproken exponent. Zijn naam valt ten huize Hugo Bousset zo vaak dat de jonge studente letterkunde Sigrid zich afvraagt wie is die Ivo Michiels – eigenlijk heet hij Henri Ceuppens – uiteindelijk? Vragen die ze hem jaren later stelt en waarvan de neerslag te lezen valt in ‘Meer dan ik mij herinner. Gesprekken met Ivo Michiels’. Een boek waarin zijn rol gedurende de Tweede Wereldoorlog handig wordt ontweken.
Hij zweeg als een angsthaas over zijn oorlogsverleden
Oorlog en collaboratie. Het blijft een heikel onderwerp dat ze, op de koffie bij Monika van Paemel, aansnijdt. Haar vader, over wie ze het onder andere heeft in haar magnum opus ‘De vermaledijde vaders’, was net als Michiels fout tijdens de oorlog. Toch was er luidens van Paemel een duidelijk verschil: ‘Het verschil is dat mijn vader wist wat fout was, bij Ivo heeft het nog een tijd geduurd alvorens hij dat begon te beseffen.’
In tegenstelling tot Günter Grass en Heinrich Böll, beiden verhulden hun oorlogsverleden niet, hield hij het zijne angstvallig verborgen. Bang om op een dag ontmaskerd te worden, zweeg hij er als een angsthaas in alle talen over.
Het moet sowieso voor Sigrid Bousset een schokkende ervaring zijn geweest toen ze zijn strafdossier kon inkijken. Dat hij na de Tweede Wereldoorlog in een interneringskamp was geweten, maar over de reden hiervan hield hij de lippen stevig op elkaar. Met uiterste precisie ontrafelt Bousset stap per stap het valse imago dat Michiels jarenlang in stand wist te houden. Een ogenschijnlijk onaantastbaar auteur, die zich als een pleitbezorger van het avant-gardisme had ontpopt, maar in werkelijkheid een bang iemand was. Een auteur voor wie schrijven metselen was aan een muur waar hij zich achter kon verbergen.
Het voortdurend op de vlucht zijn voor zichzelf, het heeft nagenoeg alles te maken met een kortstondige relatie in Duitsland. Gedurende de Tweede Wereldoorlog verblijft de jonge Rik Ceuppens in Lübeck, waar hij als verpleger in een hospitaal gewonde soldaten verzorgt. Hij is er in de ban van enkele charmante verpleegsters. Schwester Ilse, een hoofdverpleegster, maakt op hem zo’n overweldigende indruk dat hij ze amper durft te benaderen. Jaren later is hij haar nog altijd niet vergeten, en wordt ze een van de vrouwen van de aartsengel in ‘Journal brut’.
Met de jonge Yvonne Michiels, werkzaam in de wasserij van het hospitaal, loopt het anders. Het meisje laat zich moeiteloos verleiden. Enkele weken later is ze zwanger, zonder meer een kantelmoment in het leven van Ceuppens.
‘Deze fatale onvoorzichtigheid, steeds weer bevestiging zoekend op vertrouwd terrein omdat het hogere, het onbekende hem afschrikt, die diepe angst voor vrouwen die hij poogt te verdringen door makkelijke veroveringen aan elkaar te rijgen, het zal verstrekkende gevolgen hebben, levensbepalend blijken.’
Ivo was uit zijn mythische constructie getuimeld
Het ontkennen een referent te zijn voor DeVlag heeft te maken met zijn terugkeer naar Vlaanderen, waar intussen zijn zwangere vrouw verblijft en hij een opleiding volgt bij de Germaansche SS Vlaanderen in Schoten. Van zodra hij verneemt dat Britse tanks richting Grote Markt in Brussel oprukken zet hij het op een lopen. Het verhaal dat hij ooit bij de Waffen SS aan het Albertkanaal heeft gevochten is een verzinsel. Wetenschappelijk onderzoek heeft volgens hoogleraar Bruno De Wever aangetoond dat hij later enkel voor Germaansche SS werd veroordeeld. Het brengt biograaf Sigrid Bousset in een lastig parket.
‘Ik had geworsteld met mijn positie tussen betrokkenheid en afstand. Het had me pijn en ontnuchtering gekost. Ik was in zijn oorlog getreden, zo diep ik kon, in de steeds complexere binnenkant. (…) Je niet vastrijden in oordelen of eindigen met onwrikbare waarheden. Maar toch. Ivo was uit zijn mythische constructie getuimeld, en ik daardoor uit de mijne.’
Het kwam niet tot een echt gesprek tussen vader en zoon
Even pijnlijk is het levensverhaal van zijn zoon Guido, geboren uit zijn korte relatie met Yvonne Michiels in Lübeck. Pas op zijn zestiende krijgt hij te horen dat de schrijver die hij soms op televisie ziet, of in de krant staat, zijn vader is. Jarenlang heeft Michiels niet naar hem omgekeken. Om een glimp van zijn vader op te vangen zit er voor Guido Ceuppens niets anders op dan tickets voor de boekenbeurs te kopen. Zelfs dan komt het niet echt tot een gesprek: ‘Haastig kwam hij naar ons toe, schudde ons de hand. Heel kort, bloednerveus. We keken het aan, vervuld van het vooruitzicht hem na afloop zijn kleinkinderen te presenteren. (…) Hij daagde niet meer op.’
Uiteindelijk is het Guido’s dochter toch gelukt toenadering te zoeken, waardoor het min of meer naar het einde van Michiels’ leven tot een verzoening tussen vader en zoon is gekomen.
Christiane had er alles voor over om hem te dienen
Beslist niet meer van deze tijd, enigszins ontluisterend, is Michiels’ relatie met Christiane Faes. Zijn derde, 21 jaar jongere echtgenote, die er alles voor over heeft om hem te dienen. Ze ziet het als haar taak om de interne keuken van de schrijver plichtsgetrouw te beschermen. Dat haar man haar literaire ambities – hij vertikte haar teksten te lezen – fnuikt ondergaat ze lijdzaam, net zoals hij een relatie met een andere vrouw begint. Altijd komt Ivo’s geluk op de eerste plaats. Of zoals Bousset nuchter noteert:
‘Omdat ze de belangrijkste vrouw in Ivo’s latere leven was en zelfs Christiane dat had bevestigd. Ze knikte. Ik beloofde haar identiteit te beschermen: dat ik haar Sarah zou noemen, zoals Ivo in zijn boeken deed.’
‘Wat ik haar niet vertelde’ is bepaald geen klassieke biografie. Het boek waaraan de auteur jarenlang met grote zorg heeft gewerkt, laat zich vooral lezen als een diepmenselijk, met mededogen neergepend, portret van Henri Ceuppens die zich achter het masker Ivo Michiels verborgen hield. Een schrijver wiens oeuvre meer en meer duister werd. Alsof na zijn boek ‘Daar komen scherven van’ het experiment met hem onverbiddelijk aan de haal was gegaan.

