Portret van een portret: FC Bergman bevraagt de verhouding tussen kunst en kwaad
FC Bergman & Toneelhuis, ‘Guernica Guernica’ 
Hoe gaat dat oude gezegde ook weer, over dood en brood? Herinner u, de ambiguïteit van de moraal. Wat immers verschrikking betekent voor de een, brengt een ander voorspoed. In dat licht creëert FC Bergman, het Antwerps collectief dat zichzelf mondiaal op de kaart heeft gezet met spectaculair en dikwijls woordeloos theater, ‘Guernica Guernica’.
Pro memorie: Guernica is de Spaanse stad die op 26 april 1937 door de Duitse Luftwaffe op vraag van de Spaanse fascisten wordt platgebombardeerd. Enkele dagen na de feiten begint Pablo Picasso aan een onsterfelijk schilderij in louter grijstinten, waarmee hij de gruwel artistiek onderstreept. Een werkelijkheid die zich zo nietsontziend vernietigend manifesteert, verdraagt immers geen spatje kleur.
Nog enkele maanden later wordt de uitvoerder van het bombardement gefêteerd. Althans, in de verbeelding van FC Bergman. Emilio Mola, aanvoerder van de Noordelijke nationalistische legers tijdens de Spaanse burgeroorlog en opdrachtgever van het bombardement op Guernica, overlijdt immers kort na de feiten in een banaal vliegtuigongeluk. In de tweede akte van ‘Guernica Guernica’, ondergaat de toeschouwer evenwel de feestelijkheden voor diens vijftigste verjaardag.
Ondergaat? Jazeker, want wat voorafgaat is je reinste horror. FC Bergman beeldt het bommentapijt uit zonder knallen of bombarie. In een uitgesponnen scène gefilmd door een drone die over en tussen een indrukwekkend tableau vivant zweeft, toont het collectief talloze uitdrukkingen van ondragelijk lijden, ja zelfs van huiveringwekkende agonie. In dezelfde grijstinten van Picasso’s doek, met pekzwarte bloedsporen die vooruit verwijzen naar wat kort nadien legendarische plastische kunst zal worden, boetseren Stef Aerts, Thomas Verstraeten en Marie Vinck een reeks aangrijpende portretten van ultiem menselijk lijden. Het enige geluid, is het verzengende gezoem van de drone.
Meer tastbaar kan oorlogsgruwel allicht niet afgebeeld worden, want het materiaal waarmee FC Bergman de verschrikking afbeeldt, is de mens zelf, in al zijn miezerige kwetsbaarheid. Enkele tientallen figuranten zetten de nabijheid van de dood opzienbarend intens neer. Dat de sequens te lang duurt, is logisch: hoezeer het publiek ook wil wegkijken, het krijgt er de kans niet toe. De feiten die zich in Guernica hebben voorgedaan onder ogen proberen zien, betekent het veelvoud aan verschrikking op viscerale wijze ondergaan: zo lang, zo nabij, zo gruwelijk precies uitvergroot, dat het verdomd pijn doet.
Gigantisch is het contrast met wat volgt. Virtuoos bouwen een handvol technici de scène om tot een feestzaal. Nauwelijks een handvol maanden na het bombardement, is het al vreugde dat de klok slaat bij de verantwoordelijken. Als grap is de taart op de feestdis met bommen versierd, kortom de onbevattelijke menselijke tol is onderwerp van scherts geworden. Bubbels vloeien, de lichtheid van collectief dronkenschap hangt in de lucht. Guernica is geen geruïneerd dorp meer, maar een prestatie – iets om een insigne mee te verdienen. Zelfs Franco’s felicitaties blijven niet achterwege.
Tussentijds was Picasso al begonnen aan zijn ‘Guernica’. Terwijl Stef Aerts met veel flair het romantisch stereotiep van de schilder als nonchalant genie vertolkt, stroomt de museumzaal doorheen het laatste bedrijf achter het doek al vol. Op de tonen van Ravels ‘Boléro’ schuiven Aerts en diens live geschilderde ‘Guernica’ langzamerhand op, van de ene kant van de toneelvloer naar de andere.
Het publiek zit eerst nog aan de kant van de feiten: de reële geschiedenis, de onbevattelijke miserie. Van zodra het doek is gepasseerd, is de toeschouwer evenwel een buitenstaander geworden, iemand die vanuit de artistieke voorstelling van het bombardement onmogelijk nog kan ervaren wat de realiteit ervan moet geweest zijn. De veelvuldige repetitie van Ravels riedel vertelt in zekere zin het verhaal van alle oorlogen en alle terreur: gruwel herhaalt zich weliswaar met een ander timbre, maar werkt steeds weer toe naar diezelfde verschrikkelijke dissonant.
Ondertussen hebben de technici de attributen voor het oorspronkelijke tableau vivant terug in stelling gebracht. Op een compleet uitgebeende bühne zijn het slechts deze artefacten die herinneren aan wat eens onmogelijk onder ogen te komen was. Het beeld doet pijn, en de zaal blijft perplex achter.
Wat moeten we met het kwaad, als het verworden is tot obligaat materiaal voor de bucketlist en de selfiestick? Als het meest verwerpelijke zich niet plastisch kan uitdrukken, moeten kunstenaars dan nog een poging wagen? En als ethiek altijd het prisma van een bepaalde context vraagt, zijn er dan nog rode lijnen?
Meer dan naar antwoorden, hengelt FC Bergman met ‘Guernica Guernica’ naar vragen. Vragen over wat de aard van geweld is, hoe gruwel kan blijven bestaan, en wat de verhouding is tussen de kunst en het kwaad. Gezien het gestage tempo en de wel erg evidente opdeling in drie tableaux met een prelude, krijgt het publiek alle tijd om te reflecteren – meteen de merite doch ook het manco van de opvoering, want van FC Bergman is het publiek meer theatrale luister, meer narratief, meer demonstratie van tomeloze verbeeldingskracht gewend.
Anders dan enkele voorgaande creaties, is ‘Guernica Guernica’ geen wervelende performance, maar een uitnodiging om artisticiteit, werkelijkheid en de complexe verknoping tussen beide anders te gaan bezien. Weliswaar bijzonder interessant, maar deze keer geen masterclass toneel…

Gezien in Bourla (Antwerpen) op 22/10/2025.
Copyright foto: Sofie Silbermann
