Universele en soevereine poëzie
Paul Demets, ‘Moederkoren’ 
Bijna veertig jaar is Paul Demets (1966) al in de ban van het oeuvre van Chantal Akerman (1950-2015). Al die tijd voelt hij zich aangesproken door de zintuiglijke wijze waarop ze haar personages, met oog voor detail, in beeld brengt. Net zoals Akerman de kijker met beelden vasthoudt, doet Demets dit met woorden in ‘Moederkoren’. Een titel die verwijst naar een schimmel die groeit op de aren van rogge en tarwe. Granen die grotendeels uit het Vlaamse landschap zijn verdwenen. De dichter op zoek naar ‘la recherche du temps perdu’?
Denkt de dichter: ik ga straks aan een nieuwe bundel beginnen? Waar wil ik dit keer over schrijven? Vinkt hij een lijstje met nog te behandelen thema’s af? Zo werkt het vast niet bij Paul Demets. Hij is een bedachtzaam poëet, allergisch voor al te impulsieve stimuli. Veeleer iemand die de dingen met grote aandacht observeert, ze laat doordringen, om tot die regels te komen die in het beste geval een gedicht vormen. Hoe raak bracht hij bijvoorbeeld eerder al het werk van Roger Raveel, Raoul Dekeyser en Léon Spilliaert onder de juiste woorden.
Er is de afgelopen jaren overigens wel meer uit zijn pen gevloeid dan poëzie over gerenommeerde kunstenaars. Zo schuwde hij niet zich als plattelandsdichter te profileren, of voor de lezer zijn voordeur op een kier te zetten. Niet om hem als een voyeur binnen te laten, wel om hem gedichten van een zeldzaam hoog gehalte over pijn, leed en liefde te serveren. Gedichten die zo sterk zijn dat ze soeverein naast hun maker kunnen staan. Was het overigens niet Jan Greshoff die ooit schreef dat de waarde van een gedicht wordt bepaald door de mate van zijn autonomie.
De dichter als woordencineast
Het verlangen naar nieuwe waarnemingen is bij hem groot, of is het veeleer een zoeken naar een andere werkelijkheid. Naast zijn belangstelling voor plastische kunsten en theater voelt hij zich evenzeer tot de filmkunst aangetrokken. Dankzij Eric de Kuyper kwam hij terecht bij cineaste Chantal Akerman, wier ‘Toute une nuit’ hem meteen fascineerde.
De dichter als woordencineast die ‘Moederkoren’ als een evenwichtig uitgebalanceerd scenario heeft opgebouwd. In totaal zeven psychologisch gelardeerde afdelingen – hechting, hedonie, embodiment, ruminatie, fugue, depersonalisatie en derealisatie – met als centraal thema een complexe moeder-kindrelatie, met als sluitstuk niet mis te verstane regels:
Niet gewenst. Liever een meisje.
Mijn geboorte een straf. Je trok de navelstreng
heel strak aan. Eindigend drijft je lichaam
mij eindelijk af.
Een vrouw die haar lichaam moest herwinnen
Wanneer Chantal Akerman ogenschijnlijk eenvoudige, niet relevante objecten of dingen met een camera registreert, krijgen de beelden hiervan pas betekenis door de aanwezigheid van die dingen of objecten. Een gegeven dat Demets in een vorige bundel over het oeuvre van Roger Raveel al constateerde.
Het brengt hem overigens terug naar zijn kindertijd. Toen alles trager verliep, hem een eenvoudige maaltijd werd opgediend terwijl een waterketel stond te pruttelen op het vuur. De herinneringen aan een moeder die voortdurend in de weer was voor een ander, zichzelf bijna voorbijliep. Een zorgzame huismoeder van weinig woorden: ‘een vrouw die haar lichaam moest herwinnen./een vrouw die zich spiegelde in een kom./Je had jezelf niet gespaard.’ Hij kleurt het allemaal trefzeker in.
Wat verder in de bundel plaatst hij in ‘Ruminatie’ zich als adolescent voor een niets verhullende spiegel: ‘je hebt een mond om te schreeuwen/Want zwijgen is geweld plegen.’
Er valt nog zoveel meer te lezen in ‘Moederkoren’, zoals de sensuele cyclus ‘Hedonie’ waarin passie en drift overheersend aanwezig zijn: ‘We probeerden minder/vlees te worden, maar waren de tot slaaf/gemaakten van onze noden.’ Of in ‘Fugue’ waarin hij net als Chantal Akerman reflecteert over die facetten van het leven die hem op de vlucht doen slaan.
Paul Demets is duidelijk een dichter voor wie het onzegbare niet bestaat. Hij is een nuchter en helder dichter, die het dagelijkse leven in een consistente poëtica weet te vangen. ‘Moederkoren’ is een bundel die het verdient in stilte te worden gelezen.

