‘Binnenrijm van bloed’: een moederlijk meesterwerk
Antjie Krog, ‘Binnenrijm van bloed’ 
In haar nieuwste (en misschien laatste?) roman ‘Binnenrijm van bloed’ (2025) onderzoekt Antjie Krog niet alleen haar eigen plaats in de geschiedenis, maar ook die van haar moeder, haar familie en de gemeenschap van Kroonstad als geheel. De roman balanceert tussen autobiografie en fictie en is opgebouwd uit brieven, foto’s, interviews en mondeling overgeleverde herinneringen. Op die manier documenteert Krog niet alleen de relatie tussen een moeder en haar dochter, maar ook hun afscheid.
Intimiteit en zorg
De briefwisseling tussen Krog en haar moeder vormt een rode draad van het boek. Krog betreedt hiermee een eerder onderbelicht terrein in de literatuur: de moeder-dochterrelatie.
De correspondentie wordt aangevuld met observaties van Victoria, de zwarte verzorgster van de moeder. Zij maakt notities over het dagelijks leven van haar patiënte en neemt zo deel aan het schrijverschap. Het gaat om rauwe details over ouderdom, lichamelijkheid en… ontlasting. Deze passages herinneren aan Marlene van Niekerks’ ‘Agaat’, maar ook aan ‘Memorandum’, romans waarin de zorgrelatie tot in de kleinste details wordt beschreven.
Het persoonlijke en het historische
Het persoonlijke en het alledaagse staan nooit los van het historische en het collectieve. Terwijl ze schrijft over de verkoop van de plaas (de Zuid-Afrikaanse boerderij) waar ze opgroeide, verweeft Krog grotere thema’s: de Boerenoorlog, het koloniale verleden, de trauma’s van de Afrikaners, en de doorwerking van geweld en armoede na 1994. Ze verwijst naar verkrachtingen door Engelse soldaten, journalistieke ondervragingen, en de vraag hoe cultureel trauma generaties blijft vormen.
Jeetje, ma, ik zoek al jaren naar verhalen over tekenen van traumatische stress onder Afrikaners. Waar zijn die gebleven? Hoe zagen ze eruit en hoe manifesteerden ze zich?
Een literaire cirkel
In haar zoektocht naar bronnen stuit Krog op vergeten teksten die zij opnieuw een plaats geeft. Zo verwijst ze naar ‘Twee susters’ van Chris C. Euvrard (1886-1984. Deze onderwijzeres was winnares van de eerste Afrikaanse romancompetitie van de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns (1914).
Door Euvrard in herinnering te brengen reconstrueert Krog een vrouwelijke literaire geschiedenis. Ook in het papieren archief van haar moeder treft Krog vergeten sporen: brieven van Fred le Roux, redacteur van het tijdschrift Sarie Marais, aan wie de moeder bijna Bijbelse autoriteit toekende. Het contrast tussen de levendige herinnering van de moeder en de digitale leegte onderstreept het belang van orale en persoonlijke overdracht van herinnering naast institutionele archieven.
Ik doop mijn tweede koekje in de thee, als altijd weer stomverbaasd dat ik op het internet niet kan vinden wat mijn moeder al die tijd al heeft geweten.
De plaasroman herzien
Volgens Ernst van Alphen fungeert de klassieke plaasroman als retorische bevestiging van Afrikaner-legitimiteit: de boerderij staat voor de continuïteit van volk en familie, de religieuze grondslag in Bijbelse motieven rechtvaardigt bezit en macht. In dat opzicht sluit Krog aan bij de thematiek van de plaasroman. De plaas en de moeder dienen hierbij als bronnen van identiteit en stabiliteit, maar Krog ondergraaft tegelijk dit narratief. In ‘Binnenrijm van Bloed’ biedt de plaas geen zekerheid, maar transformeert het tot een plek van afscheid.
Landschap en bewustzijn
In ‘White Writing’ (1988) stelde J.M. Coetzee dat de Zuid-Afrikaanse literatuur geen traditie van lyrische landschapspoëzie kent. Waar in de Engelse Romantiek beschrijvingen van de natuur als spiegel van het innerlijke affect functioneerde, (denk aan Wordsworth, Novalis of Mary Shelley’s ‘Frankenstein’) verschijnt het Afrikaanse landschap meestal als bezit.
Lewis Nkosi benadrukte in ‘Still Beating the Drum’ (2005) dat de Zuid-Afrikaanse literaire cultuur structureel ongelijk was: witte schrijvers hadden toegang tot universiteiten, uitgeverijen en bibliotheken, zwarte schrijvers zelden. Dat verklaart mede de dominantie van de Afrikaner plaasroman. Sinds de eerste settlers de Kaap betraden zijn Europeanen volgens Coetzee op zoek naar een manier om het Zuid-Afrikaanse landschap te lezen. Dit kan volgens Nkosi niet bereikt worden door als Europeaan een Afrikaanse taal te leren. Het is niet mogelijk voor de Europeaan om als een native het landschap te kennen als een modus van het bewustzijn.
Krog transformeert landschap van eigendom naar bewustzijn: waar de plaasroman land inzet om Afrikaner-identiteit te legitimeren, gebruikt zij natuurbeelden om de breekbaarheid en veranderlijkheid van het ik te verbeelden.
In deze winter val ik langzaam uit elkaar. Er zijn dagen dat ik vergeet wie ik ben. Ik lig onder de zweepslagen van de populieren, het beekwater drinkt mijn denken, mijn gezicht glijdt over kleine watervalletjes, krabben jagen in mijn modder. Ik spoed me als helder water door een doringboom en vind zonlicht aan het uiteinde van de naalden. Ik draaf over geploegde grond, een jakhals in jakhalspels, abrupt en koud, jankend in het vette accent van mijn hart. Scherpziend, spreek ik mezelf vrij, hurkend om er niet het leven bij in te schieten. Het zit in míjn wezen, maar klinkt naar jou. Laten we omwille van mij het lieflijke aanschouwen… wegzingend, wie was ik ooit?
Het fragment laat zien hoe het talige ik-bewustzijn onderhevig is aan het landschap: “ik lig onder de zweepslagen van de populieren, het beekwater drinkt mijn denken”. De subjectieve ervaring van het zijn wordt door middel van natuurbeelden uitgedrukt. Het innerlijke desintegratieproces wordt verbeeld via beelden van water, modder en geploegde grond. Op die manier krijgt het landschap stem en lost het ik op in het land.
ontbinden/ is de oprechtste/ manier van zijn/ leegte de eerlijkste stilte
Conclusie
Door de persoonlijke brieven met haar moeder te verbinden met vergeten vrouwelijke stemmen, de Bijbelse verbeelding van een Oud-Testamentische God en een journalistieke zoektocht naar trauma, herneemt en transformeert Krog de herinneringsruimte van de plaasroman. Ze creëert een intieme vorm waarin landschap, familie en bewustzijn opnieuw met elkaar verweven worden. Het resultaat is een roman die kritisch omgaat met het culturele erfgoed van Zuid-Afrika en tegelijk nieuwe mogelijkheden opent om geheugen, verlies en identiteit literair vorm te geven. ‘Binnenrijm van bloed’ is een moederlijk meesterwerk dat in de Zuid-Afrikaanse literatuurtraditie een nieuwe cirkel trekt.
Antjie Krog zal in november te gast zijn op Crossing Border (in Den Haag en op 9 november in Antwerpen).

