Als taal wordt ondergesneeuwd

Als taal wordt ondergesneeuwd

Roderik Six, ‘In het wit’ 3 out of 5 stars

Na positief onthaalde romans als ‘Vloed’, ‘Val’, ‘Volt’ en ‘Monster’ is literair journalist Roderik Six (1979) met ‘In het wit’ al aan zijn vijfde roman toe. Een bijwijlen ontroerend boek over dementie, moederschap en wat te doen op het ultieme kruispunt van leven en dood.

Dementie, het is geen nieuw thema in de literatuur van de Lage Landen. Al in 1984 veroorzaakte J. Bernlef enige ophef met ‘Hersenschimmen’. Een indringende roman over het hoofdpersonage Maarten Klein die langzaam zijn greep op de realiteit verliest. De man kan heden en verleden niet meer onderscheiden, ziet zijn vrouw voor een vreemde aan, en gaat weer naar zijn werk terwijl hij gepensioneerd is. Tegelijk is ‘Hersenschimmen’ een verhaal over liefde met een tragisch einde. Net zoals het sneeuwt in het hoofd van Maarten Klein is sneeuw hier een metafoor voor alles wat onder een oogverblindend wit verdwijnt aan belevenissen, herinneringen, maar evenzeer aan taal.

Wie was de moeder van M?

En laat taal nu het laatste zijn waarmee M, het hoofdpersonage, nu geconfronteerd wil worden. Sinds haar doctoraat over meteorologische fenomenen in de moderne roman staat haar leven in het teken van taal. Ze houdt zich namelijk onledig met het digitaliseren van het literaire archief van een vermaard instituut voor taal en letteren. Een allesbehalve spectaculaire job, met als doel alles wat ooit met pen en inkt aan vergankelijk papier werd toevertrouwd aan de vergetelheid ontrukken. Taal digitaliseren is voedsel voor het algoritme dat uiteindelijk teksten zal leveren. Een woordenvloed die in het hoofd van haar vader allang niet meer voorradig is.

Ze mijmert erover in de autobus, onderweg naar het rusthuis, waar hij verblijft. De man heeft M na de dood van zijn vrouw opgevoed, dus is ze om een beeld van haar te vormen volledig op hem aangewezen.

‘Ze herinnerde zich niks van haar moeder, hoe verwoed ze ook probeerde. Haar moeder heette Iris maar voor M was dat slechts een naam, een betekenisvol als een straatbord in een bomenwijk. (…) Voor M was Iris’ dood nooit droevig geweest.’

Iris tuimelt uiteen in een zwerm vogels

Maar wie was die vrouw in werkelijkheid? Hoe waarachtig zijn de herinneringen aan de moederfiguur? Six hangt in deel twee van ‘In het wit’ allesbehalve een rooskleurig portret van haar op. Iris bepaald geen gelukkige moeder, de dagen wegen zwaar op haar, ze voelt angst. Een arts schrijft pillen voor, adviseert haar een dagboek bij te houden, maar ook dat lukt niet echt. En wat te verwachten valt gebeurt:

‘Iris is Iris niet meer, ze tuimelt uiteen in een zwerm vogels die tintelend door de duisternis vlinderen. (…) Het zwart wordt dieper nu, onaards, en Iris spartelt: dit is te diep.’

Het definitieve einde, het is iets waarmee M wordt overvallen nu het met haar demente vader snel bergafwaarts gaat. En dan is er telkens weer de vraag: wat te doen als taal je in de steek laat en communicatie niet langer meer mogelijk is?

 ‘In het wit’ opent met een beeldrijke openingsscène waarmee Six zijn stilistisch vakmanschap demonstreert, maar helaas niet weet vol te houden. Kortom, een nogal zwaarmoedige roman die gelukkig door trefzekere observaties, poëtische zinnen en een stevige compositie wordt gered.

Related Images: