Broucke en Lesage tonen zich als een mengeling van Simenon en Christie
‘De kunstenaar die detective wilde zijn’, Koen Broucke & Annick Lesage 
Nadat Anthony Horowitz een nieuw scenario had ingediend voor de televisiereeks ‘Midsomer murders’ bleek dat de openingsscène exact dezelfde was van een vroegere episode. Horowitz was er zich niet van bewust. Een detective draait immers om plot, de rest is toch bijzaak? Achteraf moet de kijker/lezer immers met een “Ah! Ik wist het! Ik wist het!”-gevoel onder de lakens kunnen kruipen.
Bric-à-brac
Maar wat als er geen oplossing is? Wie ‘Het Lam Gods’ (1432) van Jan & Hubert Van Eyck zegt, roept onmiddellijk associaties op met de verdwijning van het luik de Rechtvaardige Rechters. In de nacht van 10 op 11 april 1934 werden twee van de twintig beschilderde luiken onder nooit opgehelderde omstandigheden gestolen. De grisaille Johannes de Doper werd teruggevonden, de Rechtvaardige Rechters – wellicht het bekendste begrip uit de oude schilderkunst in Vlaanderen – werd vervangen door een moderne kopie.
Tweeënnegentig later vormt de diefstal het vertrekpunt voor schilder Koen Broucke (1965) en auteur Annick Lesage (1969). Het boek is een bric-à-brac waarin verbanden worden gelegd met een verbetenheid die doet denken aan de vroegere rubriek ‘Dossier Costers’ uit het televisieprogramma Man Bijt Hond. Net als pakweg een mysterieus verdwenen vliegtuig in het Andesgebergte in 1959 onherroepelijk leidde naar de 67-jarige slager uit Evere Gustaaf Costers, zo wordt de roof van het paneel voor het duo Broucke & Lesage de rode draad voor een queeste naar alles en niets. Wie vindt heeft slecht gezocht, wie zoekt vindt altijd.
Typisch Elsschotse personages
De centrale figuur Arsène Goedertier wordt neergezet als een personage van Willem Elsschot (1882-1960) : hovaardig, ambitieus en schlemielig.
Arsène Goedertier ging volgens zijn weduwe een tijdlang in alle vroegte paddenstoelen plukken. Geen idee wat hij daarmee in de zin had, maar zo’n plotselinge passie voor paddenstoelen was typisch voor Goedertier. Er gebeurde altijd wel iets in zijn hoofd, het leven ging nooit gewoon zijn gangetje. Hij ontwierp zelfs ooit een vliegtuig. En wat te denken van het duivenhok dat hij enkele maanden na de diefstal nog in elkaar knutselde? Hoopte onze homme très affairé zich werkelijk ook nog eens in de duivensport te bekwamen?
Vaak is het moeilijk een lach te onderdrukken wanneer Lesage de theatraliteit onder woorden brengt waarmee de diefstal gepaard ging. Zoals bij kanunnik Gabriel Van de Gheyn:
Op 11 april werd hij door de koster van de Sint-Baafskathedraal uit de kapel van het klooster Poortakker gehaald, waar hij naar gewoonte de dagelijkse mis celebreerde. Het nieuws over de diefstal ontnam hem alle zin voor decorum. Hij holde in zijn lange rokken naar de plaats van het delict en riep aldoor ‘Mon agneau! Mon agneau!
Arsène Lupin, de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker (1870-1945), citroengele spatjes op de oude vloer in de refter van de Gentse Sint-Baafsabdij of een pakje Vega-sigaretten: het passeert allemaal de revue in de zoektocht.
De kern wordt evenwel gevormd door de visuele speurtocht die schilder Koen Broucke onderneemt. Botanische studies, een nieuwe interpretatie van Picasso’s verdwenen werk Tête d’Arlequin of een schilderij waarop de Rechtvaardige Rechters vuur vatten. Het is een staalkaart van zijn verscheidenheid.
De gelijknamige expo is nog te bezichtigen tot 27 september in de Sint-Pietersabdij te Gent. Een tentoonstelling waar kijken en associëren in een constant refrein aanwezig zijn. Dit boek is daarbij een niet opdringerige gids. Of kan je achteraf lezen als een detective zonder oplossing. Leuker dan “Ik wist het! Ik wist het!” roepen is soms verwonderd vragen “Hoe kom je daar nu op?”.

