Een moeder van weinig woorden

Een moeder van weinig woorden

Stefan Brijs, ‘In goede en kwade dagen’ 3 out of 5 stars

Zorgzaam, bezorgd en oprecht. Een goede moeder en een fijne oma. Met die woorden valt het leven samen van een vrouw die nooit in de schijnwerpers stond. In zijn novelle ‘In goede en kwade dagen’ schetst Stefan Brijs (1969) een ontroerend portret van zijn overleden moeder.

Sinds ‘Zonder liefde’ (2019) waagde Brijs zich niet meer aan een roman. Met bestsellers als ‘De engelenmaker’ en ‘Post voor mevrouw Bromley’ bouwde hij een stevige literaire reputatie op. ‘Zonder liefde’ daarentegen werd matig onthaald: kleurloze personages, een te expliciete verteltrant en een gebrek aan diepgang. Een gemiste kans voor een begenadigd stilist. Toch zat hij niet stil. Met ‘Andalusisch logboek’ en ‘Het geduld van de bloemen’ schreef hij literaire hoogstandjes. Daarin klaagt hij in scherpe bewoordingen de roofbouw op de streek door de agrarische industrie aan, terwijl hij met een kennersblik en in beeldrijke taal de zeldzame plekken in Spanje beschrijft waar fauna en flora nog weelderig gedijen. Het zijn boeken die veel meer zijn dan louter vingeroefeningen in afwachting van een nieuwe roman; ze bewijzen dat Brijs de voeling met de wereld om zich heen niet kwijt is.

Een kind dat door de duivel is gebeten

‘In goede en kwade dagen’ — een titel die weinig aan de verbeelding overlaat — levert daar met een intiem portret van zijn moeder het definitieve bewijs van. Zodra Brijs verneemt dat bij haar kanker is vastgesteld, kondigt een terugkeer naar het thuisfront zich aan. In de tussentijd bellen ze heen en weer, al valt er weinig te vernemen. Een spraakzaam type is ze, zoals zovelen uit haar generatie, bepaald niet. Toen ze nog leefde, zei ze altijd dat ze zich niet zou laten behandelen als het uitzichtloos werd; ze wilde alleen geen pijn lijden. Aanvankelijk weigert ze dan ook chemo. Maar onder het motto Ik ga het doen. Voor jullie. Voor papa.’ gaat ze uiteindelijk overstag.

Zo begint de lange lijdensweg van een vrouw die al een moeilijke start kende. Geboren uit een ongewenste zwangerschap, terwijl haar vader vastzat wegens collaboratie, leek haar lot al voorbestemd. Ze gold als de schande van de familie — een dankbaar onderwerp voor roddels in een vrome gemeenschap. Een kind met een hazenlip was immers ‘door de duivel gebeten’. Als het verpersoonlijkte kwaad wordt ze weggestopt in een klooster. Eenmaal terug is ze het mikpunt van spot in de klas. Haar opleiding aan de huishoudschool mag ze niet afmaken: als er nog twee kinderen worden geboren, moet ze van school om de zorg voor het huishouden te dragen. Haar enige lichtpuntje is Lili, een vriendin uit de straat die in alles haar tegenpool is.

‘In die dagen neemt Lili mijn moeder soms op sleeptouw naar een café of een danstent. Ze leert haar de mode- en glamourbladen kennen en toont haar hoe ze zich moet kleden en opmaken. Ook haar lippen.’

Hij schaamde zich voor zijn moeder

Nadat ze zich van het juk van haar moeder heeft bevrijd, ontmoet ze een mijnwerkerszoon die stapelverliefd op haar wordt. Omdat zijn ouders tegen een huwelijk zijn, moeten ze wachten tot hij meerderjarig is. Wat volgt zijn grotendeels gelukkige jaren, bekroond met de geboorte van drie zonen. Toch verzandt hun relatie geleidelijk in onderling gesteggel. Het koppel vermijdt fysiek contact, schuwt grote woorden en neemt met weinig genoegen. In een dergelijk nest groeit Brijs op. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat hij zich als kind soms schaamde voor zijn moeders uiterlijk:

‘Als vriendjes me in hun onschuld vroegen wat er met haar gezicht was gebeurd, deed ik alsof ik hen niet hoorde en veranderde ik snel van onderwerp.’

Waarna Brijs verklapt dat de ouders van Victor Hoppe, het hoofdpersonage met een hazenlip uit ‘De engelenmaker’, bij zijn geboorte eveneens eerst naar de mond en pas daarna naar het geslacht keken. Bijna onopvallend is hoe Brijs zichzelf in het boek schrijft, met als hoogtepunt een ultieme dialoog met zijn overleden moeder van wie hij geen afscheid wil nemen, om ten slotte te eindigen met een aangrijpende droomscène.

Met ‘In goede en kwade dagen’ weet Brijs de stilte van het gezin, waarin hij en zijn broers zijn opgevoed, in de juiste toonaard te verwoorden. Korte snedige zinnen en geserreerde dialogen uit de mond van personages met littekens tonen een nieuwe en verrassende kant van zijn schrijverschap.

Related Images:

Carlos Alleene