Grunberg en het valse verlangen naar saaiheid
Arnon Grunberg, ‘Mogen we nog een beetje leven?’ 
In het derde deel van Francis Ford Coppola’s epos ‘The Godfather’ reist Michael Corleone af naar Vaticaanstad. Hij ontmoet er een geestelijke en Michael gaat vrij snel over tot een biecht. De man die leeft volgens zijn eigen wetten heeft behoefte zich te onderwerpen aan een andere wet.
Die externe wet vormt het uitgangspunt van Arnon Grunbergs recentste essay. Hij keert terug naar de Bergrede uit het Nieuwe Testament en peilt naar de invloed van die tekst op onze samenleving. Daarbij refereert hij onder andere aan Immanuel Kant en Donald Winnicott (een kinderarts die de klassieker ‘The child and the outside world’ (’57) schreef). Ook de – ondertussen grotendeels vergeten – roman ‘A Burnt-Out Case’ (’60) van Graham Greene passeert de revue.
Retorisch vuurwerk
Metafysica leent zich uitstekend tot retorisch vuurwerk en daarop vormt ‘Mogen we nog een beetje leven?’ geen uitzondering. Het werk sluit aan bij ‘De mensheid zij geprezen’ (’01): een monoloog waarin Grunberg de rol van een advocaat op zich neemt die de mensheid verdedigt. Ook hier wordt humor gebruikt als strategie. De grap als camouflage voor scherpzinnigheid.
Er is barmhartigheid. […] Al ben ik het met de filosoof eens die zei dat we in een onbarmhartige wereld leven en de gaten in onze tijd opvullen met gesprekken over barmhartigheid.
De Nederlandse auteur ziet een postreligieuze samenleving waarbij misschien wel de rituelen naar de achtergrond verdwenen, maar waarin mensen nog steeds grijpen naar autoriteiten om hun levens te kaderen.
Niet dat er geen autoriteiten zijn […] Onmondigheid die zich verkleed heeft als mondigheid. Niet door te zeggen, dit boek zegt het, de dokter zegt dat, die geleerde roept dat, ik heb mijn denken uitbesteed, vaak tegen betaling. Weer onmondigheid in een vrolijk carnavalskostuum […] Mondigheid blijft de uitzondering en hoe kun je zeker weten dat je eigen mondigheid niet ook een vergissing is? Waarheid die een bezit is geworden is zelden waarheid.
In de jaren tachtig werd de schrijver Gerrit Krol (1934-2013) geïnterviewd op de Nederlandse televisie. Gevraagd naar zijn idee van het concept waarheid, antwoordde hij dat hij waarheid zag als een ijsschots waar je tijdelijk even kon op staan. Niet te lang, want een ijsschots smelt en wie blijft staan verdrinkt. Een beeld dat bijna naadloos aansluit bij Grunbergs bedenkingen bij de mechanische rede, de ten einde gedachte rationaliteit. Het ideaal dat leeft in de visuele saaiheid in een reeks als ‘Black mirror’ of een film als ‘Gattaca’ (’97).
Intussen zitten de vervangbaren opgescheept met de mechanische rede, waardoor de vervangbaren zich niet meer angstig hoeven af te vragen of de machine hen zal vervangen. Zij zijn al half machine geworden.
‘Mogen we nog een beetje leven?’ is geen mooi afgelijnd essay, herhaalt soms zichzelf maar bevat wel de nodige passages die je met potlood onderstreept. Dat soort boek is het.

