Actualisering of infantilisering? De Munt dompelt Berlioz onder in drag

Actualisering of infantilisering? De Munt dompelt Berlioz onder in drag

De Munt, ‘Benvenuto Cellini’ 2 out of 5 stars

Anders dan ‘Les Troyens’ en ‘Béatrice et Bénédict’ staat Hector Berlioz’ ‘Benvenuto Cellini’ zelden op de affiches van de grote operahuizen. Dit vroege werk van de Fransman, die de partituur al in zijn dertiger jaren voltooide, kende pas in de voorbije drie decennia een gestage revival. Dat de partituur nog nooit in De Munt werd opgevoerd, is tekenend: lange tijd werd het libretto als tweederangs beschouwd, en de muzikale samenhang als eerder gekunsteld. Inderdaad is ‘Benvenuto Cellini’ lang niet Berlioz’ beste creatie, al maakt maestro Alain Altinoglu er met het huisorkest een waar festijn van. Meer dan een coherente totaalbeleving staat de dirigent een copieus avontuur voor ogen, met de muziek als metafoor voor de hartstocht waarmee Cellini zijn artisticiteit in de praktijk brengt.

Ce-wie? Benvenuto Cellini was een 16e-eeuws goudsmid en beeldhouwer, die een stormachtige levensloop kende. Het libretto van de op deze historische figuur gebaseerde opera cultiveert ’s mans biografie als stereotiep exempel van romantisch kunstenaarschap. Cellini tart de morele en sociale regels van zijn tijdsgewricht, waarbij een fanatieke liefdesaffaire zijn onstuimig creatief proces mee voedt. Berlioz, zelf ook temperamentvol in alles wat hij ondernam, moet Cellini’s leven als een spiegel hebben ervaren, en verbond aan diens wispelturige aard en al even grillige compositie met tal van technische uitdagingen. Van ritmiek over harmonie tot vocale tessituur en overkoepelende structuur: op tal van fronten staat ‘Benvenuto Cellini’ haaks op de principes van de grand opéra die in de eerste helft van de 19e eeuw in zwang was. Na een ontgoochelende premièrereeks wist de hoogst innovatieve partituur al bij al weinig harten te veroveren.

Ongetwijfeld waren de geesten nog niet rijp voor Berlioz’ vernieuwingen, hoewel ook een hedendaags publiek niet om menig tekortkoming heen kan. Het narratief is immers dunnetjes, de schriftuur doet bijwijlen gekunsteld aan en identitair springen de personages nauwelijks uit de band. Toch maakt Altinoglu van de partituur een spektakel, door het Muntorkest met de hem typerende esprit tot een wervelende lezing te stuwen, die ondanks de complexiteit toch intuïtief en vindingrijk voor de dag komt. Maakt de dirigent conceptueel heldere keuzes die resulteren in een even energieke als geraffineerde uitvoering, dan blijft het publiek bij de aanpak van de regisseur met veel vragen achter. Aan de behoorlijk lijvige bezetting en aan Berlioz’ zin voor monumentalisme koppelt Thaddeus Strassberger een overdadige enscenering, die Cellini’s hang naar het exuberante doortrekt in alle visuele parameters.

Kitsch voert de boventoon in wat een mengeling is van (neo)barokke decors, artificiële videoprojecties en somptueuze kostuums, gesitueerd in het Italië van ongeveer een half decennium geleden en gelardeerd met accenten uit de drag-cultuur. Hippies komen naast de Zwitserse Garde te staan, klassiek uitgedoste monniken staan oog in oog met klonen van Freddy Mercury (uitgerust met een LED-strip, God mag weten waarom), en futuristische brandweermannen met robotchoreografieën ontmoeten een minotaurus op plateauzolen. Wie denkt dat zoiets onmogelijk steek kan houden, heeft het bij het rechte eind. Strassberger laat een stoet gekke outfits de revue passeren, en doet ondertussen een poging om het libretto met een hedendaagse touch te demonstreren. Een heus interpretatief discours kan je die LGBTQ-happening bezwaarlijk noemen.

Een beetje slapstick hier, een resem overdreven maniertjes ginder: de bedrijvigheid op scène zit duidelijk ingebed in de 21e eeuw, maar dat maakt het nog niet interessant om zien. Het tweede bedrijf verwordt zelfs tot een potsierlijke travestie met veel blingbling, die Berlioz’ meditatie over de verknoping tussen existentiële, erotische en artistieke drift compleet ondersneeuwt. De hyperbolische pantomime van zowat alle personages, de knipogen naar sociale codes vandaag (denk aan de muzen die vuistjes uitdelen), de al te voor de hand liggende fratsen op de bühne en de tenenkrullende bombarie waarmee Strassberger de opera op de spits drijft: het getuigt niet van actualisering, wel van infantilisering van het libretto. Wie kan nog de tijd heugen dat De Munt zich met dit soort kolder inliet? En hopelijk vormt deze productie geen blauwdruk voor de toekomst van het huis?

Gehoord & gezien in De Munt (Brussel) op 31/1/2026.
Copyright foto: Simon Van Rompay

Related Images: