Verraad en trauma in een Zeeuws landschap
Jan Vantoortelboom, ‘De zwarte poel’ 
Zowat drie jaar geleden schreef Jan Vantoortelboom (1975) zich prominent in de kijker met ‘Mauk’, het indringende verhaal van een oude man die terugblikt op zijn getraumatiseerde jeugd. Het boek werd bekroond met de Boekenbon Literatuurprijs. In zijn nieuwe roman ‘De zwarte poel’ staat de vriendschap tussen de zachtaardige Ko en de gebekte Lou centraal.
Sinds zijn debuut in 2011 bouwt Vantoortelboom gestaag aan een veelgeprezen oeuvre. Met bekroonde titels als ‘Meester Mitraillette’, ‘De man die haast had’, ‘De drager’ en ‘Jagersman’ verwierf hij een vaste plek binnen de Nederlandstalige literatuur. De auteur, afkomstig uit de Westhoek en woonachtig in Zeeuws-Vlaanderen, is een geboren verteller in de traditie van Cyriel Buysse, Gerard Walschap en Walter van den Broeck. Zijn werk kenmerkt zich door een scherpe focus op bevreemdende personages, de rauwe realiteit en een vervagende grens tussen illusie en werkelijkheid. Gewapend met een trefzekere stijl zet hij deze vertrouwde thematiek voort: ‘De zwarte poel’ sluit hier naadloos op aan, ditmaal tegen het met verve geschilderde decor van Zeeuws-Vlaanderen.
Lou hinkt moeizaam door het leven
Waarover gaat het? Op de boerderij van Adrie Vermeulen, verscholen in het Goese polderlandschap vol poelen en veedrinkputten. Adrie draagt een getroebleerd verleden met zich mee: door het verzet van zijn ouders mocht hij niet trouwen met een mooi meisje, na de oorlog zat hij twee jaar vast wegens collaboratie, en hij bleef achter met een failliete boerderij. Hij lapt alles aan zijn laars. Lou — een zwaar beschadigde jongen met een grote mond — hinkt op één been door het leven, en voelt zich wonderwel goed op de hoeve bij een berg doorgeroeste schroot. Het verwondert Adrie hoe handig hij de mechanische werking van een motor weet te doorgronden. In wezen zijn Adrie en Lou twee rasechte buitenstaanders die elkaar hebben gevonden.
Adries hoeve is een ontmoetingsplek voor hangjongeren van het dorp, ze roken er joints en sleutelen onder zijn goedkeurend oog aan brommers. Een van hen is de ik-verteller Ko, die Lou nog kent van de lagere school. Toen al beweerde Lou dat hij zijn hoogzwangere juf in haar dikke buik ging schoppen.
‘Als hij bij ons kwam zitten, was hij meestal stil en sloeg hij ons gade. Maar af en toe vertelde hij tussen de halen aan zijn pijp door wat hij kwijt wilde. Misschien dacht hij dat we gewoon gemakkelijke luisteraars waren — jongens die zijn soms hakkelende zinnen en woorden sneller zouden vergeten dan we ze hoorden, omdat we op dat moment bezig waren met belangrijker zaken.’
Hoe vriendschap iemand laat openbloeien
Adrie, koppig als een ezel, is een personage zoals er zelden nog een in een roman wordt neergezet: een plattelandsguerrillero die verkavelaars opwacht met zijn jachtgeweer, het gemeentehuis ’t centrum der onderdrukking noemt en uiteindelijk zijn ondergang tegemoet gaat. Hij mislukt als boer, mag niet trouwen met zijn geliefde en wordt na de oorlog wegens collaboratie opgesloten.
In zijn gezelschap kan Lou zichzelf zijn — net zoals bij Ko, zijn compagnon de route. Die neemt hem mee naar het Antwerpse Schipperskwartier om te neuken. Het laat zien hoe vriendschap iemand kan laten openbloeien: sociaal onaangepast, scheldend dat het een aard heeft, maar zich toch geborgen voelend bij elkaar.
Het ingenieuze van ‘De zwarte poel’ is dat het verhaal vanuit een hedendaags perspectief in afwisselende flashbacks wordt verteld. De meelijwekkende manier waarop Lou is gestorven, heeft de zachtaardige Ko zo diep gegrepen dat hij probeert met zichzelf in het reine te komen. Dit zorgt voor een dramatische spanning, net als de geheimzinnige verhaallijn over Louise en haar zus Elodie, die pas tegen het einde helemaal wordt onthuld.
Dat Vantoortelboom een begenadigd verteller en stilist is, bewees hij al met ‘Mauk’, maar ‘De zwarte poel’ is het beste wat hij tot op heden heeft geschreven. Met meesterlijke pen schetst hij Lou, Adrie en Ko zo sprekend dat de kans groot is dat je ze op een dag in Zeeuws-Vlaanderen tegen het lijf loopt. En dan zijn er nog thema’s als vriendschap, pesterijen, verraad, trauma en het landschap dat fungeert als een personage op zich. Het zit allemaal in deze roman, die dik in de prijzen mag vallen.

