Max Greysons ‘Residu’ als stads- en herinneringsroman
Max Greyson, ‘Residu’ 
Max Greyson levert met ‘Residu’ een intrigerende stadsroman die zich afspeelt in het Vlaamse Antwerpen. De auteur werd in 2015 door Ilja Leonard Pfeijffer ontdekt tijdens het Nederlandse kampioenschap Poetry Slam en publiceerde sindsdien verschillende poëziebundels, waaronder ‘Waanzin went niet’ (2016), ‘Et alors’ (2019) en ‘Dramaturgie van het loslaten’ (2024).
‘Een waarschijnlijk toeval’ (2021) was Greysons eerste roman. Deze roman kenmerkt zich door een vluchtigheid, zowel in affect als in de beschrijving van de vele verliefdheden en relaties. ‘Residu’ leest langzamer en lijkt ook minder gejaagd geschreven.
Antwerpen als personage
De stad vormt in de roman meer dan een decor, ze lijkt zelf ook aanwezig als niet-menselijk personage. Tijdens de presentatie van 4 oktober 2026 wordt de roman door de Arbeiderspers in de markt gezet als een moderne/postmoderne stadsroman die in dezelfde adem wordt genoemd als James Joyces ‘Ulysses’ of ‘Berlin Alexanderplatz’ van Alfred Döblin. Of de roman die vergelijking waarmaakt, is aan de lezer.
Het verhaal volgt twee personages: Lizzie en Benjamin. Benjamin is een man die de nood voelt zijn relatie met de moeder van zijn zoon te beschrijven aan de zoon, die hij vlak na de geboorte verliet. Dit vertelperspectief creëert het effect dat de lezer zich in de plaats stelt van de achtergelaten zoon. Dit effect wordt versterkt door de voortdurende aanspreking.
‘Ik moet verder, jongen. Enfin, ik wil verder. Ik laat Koppie Luwak links liggen en loop langs de Sint-Andriesplaats en de Aalmoezenierstraat naar het Mechelseplein. De straten zijn leeg. De cafés bomvol. De regen is intussen zo dun dat hij alle kanten opwaait.’
De lezer is op die manier getuige van het verhaal van Benjamin, die samen met Lizzie functioneert als een gids door de stad. De blik van zowel Benjamin als Lizzie wordt gemedieerd door een kenmerkend millennialperspectief: de filter door wie de wereld wordt geïnterpreteerd. Het taalgebruik is hip en trendy en sluit nauw aan bij de leefwereld van de personages.
Controle, verlies en herinnering
Lizzie is een jonge vrouw die staande probeert te blijven na het overlijden van haar moeder. Ze vormt een kleurrijk personage dat twerkend haar plaats veroverd op de werkvloer. Haar leven lijkt te worden gedomineerd door een behoefte aan regie en controle. Zo neemt ze zelf de controle over van een zwerver wiens levenshistorie ze tracht te ontrafelen, en valt op haar beurt ten prooi aan de controle van haar huisgenoot Eva met wie zich een rommelige liefdesrelatie ontwikkelt.
Lizzie richt zich dan weer tot een vader met wie de relatie is verzand.
‘Ik doe niet meer aan herinneren, vader, dus regel die herdenking maar zonder mij,’ zeg ik.
Lizzie is een liefhebber van ijsjes, met name de cornetto. De cornetto dient als de madeleine van de herinnering. De roman zit knap in elkaar wat de weergave van tijd en ruimte betreft, met Antwerpen als lieu de mémoire en 11 november als temps de mémoire. Zo wordt de stadsroman tegelijkertijd een herinneringsroman, bevolkt door personages die twijfelen tussen herinneren en vergeten.
De agency van de antiheld
Net als Lizzie weet ‘Residu’ zich goed in de markt te zetten. Theoretisch sluit de roman nauw aan bij prominente literatuurwetenschappelijke interpretatieve kaders als ‘Ik en de stad’ (2016) van Bart Keunen. Ook het pas verschenen ‘Een reis door de Europese literatuur’ (2026) kan prima naast de roman worden gelezen. De talrijke stadsplattegronden in dat boek sluiten mooi aan bij ‘Residu’, zoals ook uit de rood-witte boekencover op te maken valt.
Zoals uit de voorgedragen brief van Alicja Gescinska blijkt, kan deze roman opgevat worden als een existentialistische roman. De roman doet denken aan Sartre en Camus, maar ook aan Simone De Beauvoir, die vanuit haar naoorlogse existentialisme het probleem van de handelingsvrijheid of agency centraal stelde.
Zowel op Benjamin, zijn voormalige partner als op Lizzie is dit feministische concept van agency van toepassing. Allen ondervinden ze hoe moeilijk het is om zelfstandig te handelen en een eigen plaats in de wereld te vinden. Hun ontwikkeling sluit aan bij de traditionele Bildung van de held, al is die held hier, net als de avant-gardistische held, vooral een antiheld: een absurdistisch en komisch personage dat niet weet waarom het leven ertoe doet en daarom maar volop leeft als antwoord op die paradox.
Pareto, Poggioli en het residu
Dat brengt de theoretisch ingestelde lezer bij de Italiaanse literatuurwetenschapper Renato Poggioli. Zoals Sascha Bru en Bart Van den Bossche in ‘A History of Aristocracies: Old and New Avant-Gardisms in Poggioli and Marinetti’ (2013) schrijven, ontleent Poggioli aan de socioloog en econoom Vilfredo Pareto een begrippenapparaat waarmee hij de psychologische en sociologische drijfveren achter moderne kunst probeert te doorgronden.
De titel ‘Residu’ doet in dat verband denken aan Pareto’s residues: diepgewortelde, niet-logische en relatief constante psychologische krachten die het menselijk gedrag aandrijven. In Poggioli’s interpretatie staan deze residuen tegenover de derivations: logische of pseudologische geloofssystemen en esthetische doctrines. Deze vormen niet de eigenlijke oorsprong van de kunst, maar zijn afleidingen die in het leven worden geroepen om onderliggende psychologische toestanden, zoals vrijheid en vervreemding, te rationaliseren.
De theoretische interpretaties van ‘Residu’ functioneren hier dus als derivations. De residues kunnen daarentegen worden verbonden met de achterliggende drijfveren die Ellen Van Pelt in haar psychoanalyse tijdens de presentatie blootlegde.
Vanuit dit theoretisch kader kunnen we ‘Residu’ interpreteren als een rauw existentieel gevoel van vervreemding tegenover de maatschappij. Zo sluit de roman opnieuw aan bij de avant-gardistische held zoals Bart Keunen die beschrijft: een held die zich in een Bildungsverhaal een weg probeert te banen door de stad. Benjamin verschijnt daarbij als een Gen X-held, die in zijn stadswandeling associaties doet oproepen aan Walter Benjamins ‘Das Passagen-Werk’, terwijl Lizzie de rol van een Gen Z-flâneuse op zich neemt.

