Boudry contra het postmodernisme

Boudry contra het postmodernisme

Maarten Boudry, ‘Het verraad aan de verlichting’ 2 out of 5 stars

Wetenschapsfilosoof Maarten Boudry (1984) blijft ervan overtuigd dat we ons geloof in vooruitgang kunnen terugwinnen. Na eerdere publicaties als ‘Illusies voor gevorderden’ (2015) en ‘Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat’ (2019) is ‘Het verraad aan de verlichting’ zijn nieuwste publicatie. Volgens Boudry keert links zich tegen de moderniteit en wordt het Westen gezien als wortel van alle kwaad. Een visie die controverse oproept.

Het is allerminst de eerste keer dat Boudry erop wijst dat links de weg kwijt is. Zijn nieuwste boek laat zich dan ook lezen als een waarschuwing tegen een te ver doorgedreven relativisme. Het verraad aan de Verlichting valt volgens hem grotendeels toe te schrijven aan het postmodernisme. Een postmodernist staat immers wantrouwig tegen vooruitgang op basis van wetenschappelijke kennis. 

De Franse filosoof Bruno Latour bijvoorbeeld was er op gebrand om wetenschappers de les te spellen. Hij is ervan overtuigd dat een onafhankelijke werkelijkheid niet bestaat, want na elk experiment verandert de realiteit. Dus is geen enkele vorm van kennis beter of slechter, of zoals Latour zegt: ‘Zijn theorie leidt tot volgende conclusie: ‘We zullen nooit boven de weerbarstige politiek kunnen uitstijgen (…) Er bestaat niet zoiets als superieure kennis en minderwaardige kennis.’

Een andere postmodernist is Michel Foucault wiens denken beheerst wordt door een verstrengeling van kennis en macht. Wat als objectieve kennis wordt beschouwd is in de optiek van Foucault niets anders dan een decorum waarachter zich machtsstructuren verschuilen. Tevens vertrouwde hij allerminst het waarheidsregime van de burgerlijke samenleving waarin hij was opgegroeid.

‘De cultus van martelaarschap sprak Foucault in het bijzonder aan. Zijn ganse leven was hij op zoek naar grenservaringen die ons op de rand van dood en waanzin brengen. (…) In steeds lyrischer termen bezong hij de utopische beloften van deze nieuwe ‘politieke spiritualiteit’, niet alleen voor Iran maar voor de hele wereld.’

Derrida’s teksten zijn een doolhof

Net als Foucault verwijt hij de Franse filosoof Jacques Derrida dat hij er niet in slaagde het fascisme te benoemen. Bovendien weerlegt Boudry zijn theorie dat er niets buiten de tekst is, door erop te wijzen dat Derrida’s teksten een doolhof zijn waarin alle wegwijzers in cirkels draaien.

Voor het postkolonialisme klopt hij aan bij Franz Fanon, een Frans-Martinikaanse psychiater en auteur van ‘De verworpenen van de aarde’. Als psychiater werkzaam in Algerije, een van de laatste Franse kolonies, zag hij met eigen ogen welke trauma’s het koloniale systeem, zowel bij daders als slachtoffers veroorzaakte. Zijn boodschap was dan ook kraakhelder: ‘Als kolonialisme het gif was, dan was geweld het tegengif. (…) Er was geen compromis mogelijk, want dekolonisatie is een nulsomspel met slechts één winnaar en één verliezer.’

Wie het nogal zwaar moet ontgelden is Edward Said, wiens boek ‘Orientalisme’ destijds heel wat ophef veroorzaakte. Centrale gedachte hierin is de eeuwenoude vooroordelen van de westerse beschaving tegenover de islam.

‘Daar ‘oriëntalisme’ tegenwoordig een vies woord is, danken we vooral aan Said. In de tijd daarvoor verwees het begrip vooral naar westerse kunststromingen die zich lieten inspireren door oosterse stijlen en taferelen, zoals in de schilderijen van Eugène Delacroix.’

De visie van Paul R. Ehrlich

De Grote Groene Omwenteling brengt Boudry bij dominee Thomas Robert Malthus en zijn boodschap dat de mensheid verwikkeld is in een wedloop tussen een groei van de voedselproductie en de groei van de menselijke bevolking. Een reactionaire theorie in linkse kringen, waarbij Friedrich Engels opmerkte dat Malthus’ leer een weerzinwekkende laster was tegen mens en natuur.


In het verlengde van Malthus’ leer denkt en schrijft Paul R. Ehrlich. Een Amerikaans vlinderbioloog met een uitgesproken minachting voor technologische oplossingen, die bijvoorbeeld voor een verhoging van landbouwopbrengsten kunnen zorgen. Hij is een doemdenker die met zijn publicatie ‘De bevolkingsexplosie’ beweert dat miljoenen mensen de hongerdood zullen sterven. Om deze catastrofe af te wenden is er maar één oplossing volgens hem: drastische geboortebeperking. Een illusie volgens Boudry:

‘Geboortecijfers dalen zo hard dat veel landen in paniek raken. China, ironisch genoeg, lanceert nu opdringere campagnes om meer kinderen te krijgen. (…) Toen hij merkte dat zijn doempreken over overbevolking in het verkeerde keelgat schoten bij zwarte Amerikanen en feministen, begon hij vaker te preken tegen overconsumptie en groeifetisjisme. Zo kon de witte westerling opnieuw de hand in eigen boezem steken in plaats van anderen met de vinger te wijzen.’

Progressieven demoniseren Israël als democratie

En dan is er de Palestijnse kwestie waarover hij veeleer zwart-wit dan genuanceerd schrijft. Opmerkelijk dat hij focust op de steun van links voor Palestina, waardoor progressieven Israël – het enige vrije liberale democratische land in de regio – het land demoniseren. Een terecht argument dat niet opweegt tegen de gruweldaden van het Israëlische leger in Gaza. Net zoals hij de oorlogsmethodes van de bezetter verdedigt door te signaleren dat er via appjes en spraakberichten alles aan gedaan wordt om de slachtoffers te evacueren. Slachtoffers zijn dat dan niet onschuldige kinderen en burgers, voor wie een degelijke voedselbedeling nog altijd niet op gang is gekomen. Boudry’s kritiek op Israël snijdt niet diep. In zijn eindconclusie is elk vorm van nuance zoek.

‘Wie oprecht geeft om deze waarden, moet juist hopen dat de omringende landen in het Midden-Oosten méér op Israël gaan lijken in de toekomst. Als progressieven ook van zo’n toekomst dromen, moeten ze ophouden met uitgerekend dat ene land, dat al sinds 1948 wordt belaagd door reactionaire vijanden, als een paria te behandelen. Als de jood der naties.’

 ‘Het verraad aan de verlichting’ valt in zijn totaliteit enigszins tegen. Zijn hele betoog houdt zowat het midden tussen een cursus filosofie voor beginners en een pamflet. Ook maakt hij geen verschil tussen linksen en progressieven, komt hij af en toe als een hautaine betweter uit de hoek, een echte wetenschapsfilosoof onwaardig. Positief is dan weer dat Boudry vlot schrijft, zijn standpunten helder zijn geformuleerd en hij het debat met de lezer aangaat.

Related Images: