Fascinerend en verfrissend egodocument

Fascinerend en verfrissend egodocument

Jan Wolkers, ‘Dagboek 1968’ 3 out of 5 stars

Spontaan en eerlijk, zo laten de aantekeningen in ‘Dagboek 1968’ van Jan Wolkers (1925-2007) zich lezen. Geen stilistische hoogstandjes, wel proza om van te smullen. Wolkers zoals hij is: eerlijk, open en bloot.

Elk dagboek van Jan Wolkers levert een uniek beeld op van de mens achter de schrijver en beeldend kunstenaar. Een artistieke duizendpoot, een natuurliefhebber, botanicus en vogelaar. 1968 het jaar van zijn dagboek is een kanteljaar in de westerse geschiedenis van de twintigste eeuw. Er waren de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy, de Vietnamoorlog, de Praagse lente en het studentenprotest in Parijs. Met boeken als ‘Kort Amerikaans’ (1962), ‘Een roos van vlees’ (1963) en ‘Terug naar Oegstgeest’ (1965) was Wolkers toen al een bijzonder succesvol auteur in Nederland.

Het is er in zijn atelier in de Amsterdamse Rivierenbuurt een en al bedrijvigheid. Hij werkt er aan een gigantische totempaal, hij schildert er, en maakt affiches tegen de oorlog in Vietnam. Als bekende Nederlander lukt het hem aardig de media te bespelen en aandacht te trekken. Zo wikkelt hij zijn jonge vriendin Karina naakt in watten om, een artistieke act in een legendarisch geworden ‘Schilder en blootshow’. Intussen is hij ook volop bezig met het verzamelen van materiaal voor zijn nog te schrijven roman ‘Turks fruit’.

Doelloos door het lege huis lopen

Uit heel wat met hitsigheid doordrenkte notities is al goed voelbaar in welke sfeer zijn roman geschreven zal worden. Wolkers als geilneef, een viriele macho die door een jonge Karina op zijn wenken bediend wil worden.

‘Als ik terugkom loop ik maar een beetje doelloos door het lege huis. Dan bel ik Karina op of ze terug wil komen. Ze komt meteen. Ik zie haar door de spleet in het plastic in haar mollige jas aankomen. Het naaien gaat niet zo goed door de drank en omdat ze is afgevallen.’

Het is een van die fragmenten, in een zoveelste driftbui geschreven, waaruit blijkt dat hij tijdens het maken van zijn nagenoeg dagelijkse aantekeningen de lezer niet voor ogen hield. Dit in tegenstelling tot Gerard Reve, wiens brieven – wellicht met het oog op publicatie – stijlvol neergeschreven de deur uitgingen.

Idem met de ‘Geheime dagboeken’ van Hans Warren, die voor ze  gedrukt werden taalkundig gefatsoeneerd werden. Niet van dit alles bij Wolkers, wiens dagboeken vaak een aan elkaar rijgen van korte zinnen en woorden zijn. Vlug opgetekend en in een slordig handschrift aan het papier toevertrouwd.

Op dinsdag 4 juni 1968, noteert hij:

‘De Voogd, halfzes. (Texel)

Niet zo warm. Bewolkt. Boodschappen in De Koog. Garnalennetjes, emmertje. Ik ga naar de dokter. Krijg een injectie en penicillinepillen. Zoon vraagt handtekening. Daarna naar kerkhof Russen. Geen graven, alleen rozenstruiken. Bronzen plaquette voor aanvoerder uit 1966. Het ligt mooi op een heuveltje.’

Met Kees Fens bellen, Gerard Reve een oud wijf noemen

Wel jammer dat Wolkers zo zuinig over het literaire leven in Nederland bericht. Enkel Gerard Reve wordt als een ‘oud wijf in de overgangsjaren’ afgeserveerd. Met Kees Fens belt hij over de slechte kritiek die hij schreef over ‘Horrible Tango’, waarna de criticus hem bijna op alle punten gelijk geeft. ‘Ik zeg dat de ik-figuur juist vanaf de eerste pagina alle lijnen duidelijk trekt.’ En Jan Cremer wordt ook al niet te fraai in beeld gebracht.

‘Over Jan Cremer: Hij is paranoïde en schizofreen. Durft nergens meer te komen. (…) De danseres waar hij mee samenwoont, Panchita de Peri, mag de deur niet uit. Heeft vijf maanden zwanger in huis gezeten. Hij sloeg haar. Als ze weg wil trapt hij haar koffers stuk.’

‘Dagboek 1968’ is, net als de reeds eerder verschenen dagboeken, een deel van het literaire testament van Jan Wolkers. Het laat zich veeleer als een logboek, dan een klassiek dagboek lezen. Dit is Wolkers pur sang: bonkig Nederlands, zonder franjes.

Een man die excelleert in gewoon zichzelf zijn: lekker eten, neuken, door het bos wandelen, zoon Jeroen met de DS Pallas naar school brengen en waarom ook niet tussendoor in ‘Max Havelaar’ wat lezen. Het is door dit soort aantekeningen, door Karina overgetikt, die ervoor zorgen dat Jan Wolkers terecht nog niet vergeten is.

Related Images: