Murakami’s onstuimige liefde voor jazz

Murakami’s onstuimige liefde voor jazz

Harumi Murakami, ‘Jazzportretten’ 3 out of 5 stars

In ‘Jazzportretten’ toont de Japanse auteur Haruki Murakami zich zoals hij wellicht ook in het dagelijks
leven is: niet als auteur van parallelle werelden en plots verdwijnende katten, maar als uiterst toegewijd
muziekliefhebber. Zijn nieuwste boek is een heel persoonlijk album waarin herinneringen,
indrukken en obsessies, opgebouwd rond een vijftigtal jazzmuzikanten die Murakami al luisterend een
plaats gaf in zijn leven, kriskras door elkaar lopen.

Radicale subjectiviteit

Wat ‘Jazzportretten’ onderscheidt van klassieke(re) muziekessays is wellicht de radicale subjectiviteit. Al van meet af aan beklemtoont Murakami dat dit nieuwe boek slechts het resultaat is van een samenwerking met tekenaar Makodo Wada. Op basis van Wada’s tekeningen door de jaren heen, schreef Murakami bijhorende teksten, kleine vignettes met een biografisch kantje, aangevuld met een favoriete plaat van de desbetreffende muzikant. Dit boek is een bundeling van toevallig gehoorde platen ; het resultaat van talloze, nachtelijke luistersessies.

Iconen en randfiguren

De in deze bundel opgenomen portretten zijn allerminst te beschouwen als afgeronde biografieën, maar
zijn veeleer kleine miniaturen waarin één stem, solo of zelfs particuliere stemming het héle beeld bepaalt.
Soms tekent Murakami zijn ervaring op met wereldwijd gekende jazziconen zoals bijvoorbeeld Lester
Young, Charlie Parker of Miles Davis. Evengoed duiken er gaandeweg ook heel wat minder bekende jazzmuzikanten op, zoals Bix Beiderbecke, Jack Teagarden of Anito O’ Day. Het geeft aan dat het duo Murakami/Wata voor wat betreft deze bundel allerminst op veilig spelen en daarbij soms erg moedige keuzes maken.

Evenwichtige en bescheiden, maar genuanceerde portretten

De illustraties van Makoto Wada versterken het erg intieme karakter van deze bundel. Ze zijn speels en licht karikaturaal, verre van heroïsch, en passen nagenoeg perfect bij Murakami’s categorieke weigering om jazz tot mythologie te verheffen. Samen creëren tekst en beeld zo een sfeer van weloverwogen bescheidenheid: grootse muziek, naar voren gebracht vanuit een ongebreidelde en hoogst aanstekelijke passie voor jazzmuziek.

De vertelstijl doet vintage Murakami aan: kristalhelder, ogenschijnlijk eenvoudig, maar uiterst zorgvuldig
gecomponeerd. Als lezer ontdek je dat hij net zoals hij over mensen in zijn romans ook over muziek schrijft: met veel aandacht voor nuance als met aandacht voor subtiele veranderingen. Tegelijkertijd is wat de Japanse schrijver hier samen met illustrator Wata brengt in eerste instantie vooral het product van liefhebberij. Dat geeft hij in het voorwoord al met eigen woorden aan:

“Werk als dit voelt voor mij eerlijke gezegd niet als een inspanning (..) De dingen die daarbij opdoemen in mijn hoofd vat ik vervolgens samen in een tekst van de gewenste lengte, ditmaal aan mijn bureau gezeten. Dat mijn werkkamer ook dienstdoet als luisterruimte is op zulke momenten mooi meegenomen.”

Dat maakt ook dat deze bundel bijzonder vlot leest. De combinatie tussen Wada’s tekeningen en de korte, informatieve stukjes van Murakami (uitstekend vertaald door Japan-kenner Luk Van Haute) nodigen uit tot nadere verkenningen in de jazzmuziek. Interessant is dit boek vooral doordat Murakami en Wada heel vrijelijk omspringen met hun muzikale inspiraties, waardoor ‘Jazzportretten’ allerminst een systematische inleiding is tot de jazz als muziekgenre. Het boek is dan ook vooral op maat voor de enigzins door muziek geïnteresseerde liefhebber die graag wil grasduinen doorheen verschillende stijlen, tijdperken en temperamenten, zonder enige chronologische of theoretische verantwoording.

Autobiografisch portret in vignettes

Het mooie en bijzondere is dat Murakami, die al vaker als kanshebber voor de Nobelprijs Literatuur getipt wordt, hier tussen de regels door een verre van alledaags zelfportret optekent. We leren de zo bewonderde en veelgeprezen Japanse schrijver zo vooral kennen als een lichtjes obsessieve luisteraar / verzamelaar. Murakami poogt met ‘Jazzportretten’ als een soort zendeling van de jazz een zo breed mogelijk publiek te enthousiasmeren en daarbij, als het even kan, extra zieltjes voor de jazzmuziek te winnen. Dat maakt ook dat we ons soms, héél even, in Murakami’s eigen jazzbar in Tokyo (nvdr: Peter’s Cat) wanen. Nu, de barman brengt ons een goed drankje. En wat meer is: hij haalt een van de talloze elpees uit zijn meer dan omvangrijke collectie. Luister hier eens naar.. .

Related Images:

Philippe De Cleen

Philippe De Cleen houdt van mooie boeken en van mooie muziekjes. Is ongetemd als het op cultuur aankomt. Leest vrijwel continu, zelfs op de bus, tram of trein onderweg.