‘Highest 2 Lowest’: geen spek voor een vegetariërs bek

‘Highest 2 Lowest’: geen spek voor een vegetariërs bek

‘Highest 2 Lowest’ (2025) 2 out of 5 stars

Spike Lee, vaak bestempeld als de meest invloedrijke Afro-Amerikaanse cineast sinds – nou ja – ooit, waagt zich aan een remake van Akira Kurosawa’s onbetwistbaar meesterwerk ‘High And Low’. Waar Kurosawa het ontvoeringsverhaal gebruikte om prikkelende vragen over klassenverschillen te stellen en dat in magistrale cinema goot, levert Lee een fletse film af. Zijn versie, getiteld ‘Highest 2 Lowest‘, mist urgentie, filmisch vernuft en overtuigingskracht, en voelt zelfingenomen aan.

Hoewel we het culturele belang van Lee’s ‘Do The Right Thing’ (1989) erkennen – een splinterbom over zwarte identiteit in de VSA die nog steeds op universiteiten wordt bestudeerd – lijkt de cineast sindsdien vooral te teren op dat aanzien. In de jaren 90 volgden nog enkele impactvolle en kwalitatieve films als ‘Malcolm X’ en ‘Summer Of Sam’, maar na het uitstekende ‘25th Hour’ (2002) is zijn output ondermaats gebleven. Tussen de vele halfgeslaagde projecten – ‘She Hate Me’, ‘Inside Man’, de schabouwelijke ‘Oldboy’-remake, ‘Da 5 Bloods’ enz. – blijft sterke cinema zoek. Zelfs het prijswinnende ‘BlacKkKlansman’ vonden we overroepen.

Zwitserse logica

‘Highest 2 Lowest’ vertelt het verhaal van David King (Denzel Washington), een gepassioneerde muziekproducer die wanhopig probeert zijn label terug te kopen om het te redden van een overname, in het hedendaagse New York. Zijn plannen worden opgeschort wanneer de zoon van zijn beste vriend en chauffeur vermist raakt: een ontvoering met losgeldsom van 17,5 miljoen dollar. Hoewel de kidnappers denken dat ze Kings eigen zoon hebben gegrepen, blijkt het een vergissing. David belandt in een moreel dilemma — tussen het redden van zijn bedrijf en het helpen van zijn vriend.

Verhaaltechnisch schiet de film op meerdere punten tekort. De eerste communicatie van de kidnapper voelt vreemd. Davids reactie, samen met het beleid van de politie, is nauwelijks te geloven: men accepteert het dreigbericht klakkeloos, zonder ook maar enig onderzoek. Moet er niet ogenblikkelijk contact opgenomen worden met de beste vriend van hun zoon, aangezien ze samen op stap waren? Wie zijn al die handlangers van de kidnapper? Dat de metro bij de overdracht van het losgeld via de noodrem tot stilstand komt op exact de juiste plaats, en dat het geld in Zwitserse franken moet worden overhandigd om het gewicht laag te houden, voelt absurd. De logica van het plot laat hierdoor zwaar te wensen over.

Feministische hanen en ezelskappen

Ook de immorele aard van Davids aanvankelijke weigering te betalen voelt bij de haren getrokken en lijkt als uit het niets de kop op te steken (nochtans de thematische kern van het verhaal), en de confrontatie met de rapper in de geluidsstudio voelt kunstmatig (we geloven geen sikkepit van Kings houding in deze conclusie). Daarnaast is Kings vrouw slechts de ondersteunende echtgenote zonder eigen identiteit, een zwakke en stereotype representatie. We vinden het bizar dat hier geen feministische haan naar kraait (maar dat gevoel hebben we ook bij de camera die langs bikinikonten glijdt in films als ‘John Wick’). De goegemeente blijkt selectief te zijn in haar verontwaardiging.

Filmisch biedt de remake weinig vreugde. De openingsgeneriek met de New Yorkse skyline, bedoeld als zachte introductie en een ode aan de stad, is inspiratieloos. Onbegrijpelijk hoe Lee hier ook een beeld van een wolkenkrabber herhaalt, alsook plots de sprong van nacht naar dag maakt. Lee’s herhalingen van omhelzingen en kussen (die de kijker telkens twee keer te zien krijgt), alsof de montage aan déjà-vu lijdt, werken op de zenuwen. Evenzo voelt het vreemd aan wanneer personages stil lijken te staan terwijl ze op een bewegend platform door de set bewegen, een truc die Lee op een onbeholpen manier in ongeveer al zijn films inzet. Maar het is de score van Howard Drossin die met de ezelskap in de hoek mag staan. De pianomuziek klinkt vlak, lelijk en oubollig – alsof Liberace aan de diazepam zat.

Een thuismatch zonder tegenspeler

Lee mag Denzel Washington dan wel de beste acteur ooit vinden, hij weet hem niet te sturen naar een glansprestatie. Wat Washington de afgelopen jaren liet zien in films als ‘The Tragedy Of Macbeth’, ‘Fences’ en vooral ‘Roman J. Israel, Esq.’ is van een torenhoog niveau. In Lee’s film voegt hij wel enkele leuke nuances toe in zijn houding en mimiek, maar dat is onvoldoende om de meubelen te redden. We geven Lee trouwens wel bijna gelijk; Washington is een absoluut monstertalent en een groots acteur.

Eerder merkten we al op dat de film zelfingenomen aanvoelt. Daarmee bedoelen we dat Lee zijn werk lijkt te hebben gemaakt voor zichzelf en een select thuispubliek. Hij brengt zijn liefde voor New Yorkse sportcultuur naar voren, met een duidelijke voorkeur voor de New York Knicks en een uitgesproken afkeer van de Boston Celtics. Buiten de die-hard New Yorker zal dit weinig resonantie hebben. Dit is slechts één voorbeeld.

We twijfelen er niet aan dat sommige van onze negatieve punten voor anderen net positieve punten zouden zijn – dit is dan ook maar een standpunt. De cinema van Spike Lee werkt helaas niet voor ons. Het lijkt intellectueel arm, bezondigt zich aan navelstaarderij en voelt verwaand.

‘Hightest 2 Lowest’ is te zien op Apple TV+.

Related Images: