‘Eden’ had een bloedstollende post-Covidthriller kunnen zijn
‘Eden’ (2025) 
De onvermoeibare Ron Howard zat al vijftien jaar te knagen op het verhaal, maar vond pas na de Covidpandemie de moed om door te zetten. ‘Eden’ is dan ook een thriller die toont hoe een kleine bubbel van mensen in extreme omstandigheden op springen komt te staan.
Troubles in paradise
De 71-jarige Ron Howard is zo’n regisseur die vaak ontbreekt in lijstjes van de allergrootsten, maar die intussen wel een indrukwekkend palmares heeft opgebouwd. ‘Apollo 13’, Oscarwinnaar ‘A Beautiful Mind’ en ‘Rush’ zijn slechts een greep uit zijn toppers, die hij zeer sporadisch durft afwisselen met een prul als ‘Inferno’ of de J.D. Vance-biografie ‘Hillbilly Elegy’. Een prul is zijn nieuwste, ‘Eden’, niet, maar ondanks de sterrencast wél gedoemd om voor eeuwig in de kerkers van het kasteel der vergetelheid te verkommeren.
‘Eden’ vertelt het waargebeurde verhaal van de eerste bewoners van Floreana, een der Galapagoseilanden. Midden in het interbellum trekt filosoof en Nietschze-adept dr. Friedrich Ritter (Jude Law) er met zijn vrouw (Vanessa Kirby) naartoe om in alle stilte een manifesto te schrijven. Zijn stukken zijn een bron van entertainment in de Duitse kranten. De hersenspinsels van iemand die al zijn tanden heeft uitgetrokken om infecties te vermijden, moeten wel de moeite zijn.
Huisvrouw Margret, een rol van Sydney Sweeney, vindt inspiratie in Ritters schrijfsels. Jeans uit, confectiejurkje aan en hop, de boot op richting een nieuw, tropisch leven. Tegen de zin van de dan al misnoegde Ritters in komt er ook nog een barones (Ana de Armas) zich settelen met haar gevolg. Er ontstaan drie kampen en de spanningen lopen op.

L’enfer, c’est les autres
Met Sydney Sweeney, Vanessa Kirby en Ana de Armas heeft Ron Howard de huidige holy trinity van het internet kunnen strikken. De eerste doet het naar behoren, de tweede is, zoals vaak, de beste actrice van de film, maar het is de laatste die de show steelt met een verrassend extravagante – en wisselvallige – performance. de Armas speelt de flamboyante Eloise Bosquet de Wagner Wehrhorn. Dat is geen drieling, maar een barones die zich aan wal laat dragen op de schouders van twee knechten, die meteen ook aan de bouw van een luxehotel voor rijke toeristen mogen beginnen, nu ze er toch zijn.
De barones maakt haar mede-eilandbewoners het leven zuur. Ze steelt eten, zet hen op flagrante wijze tegen elkaar op en acteert poeslief telkens ze haar confronteren. Achter de rug de snauw, in het gezicht de miauw. Ritters paradijs is veranderd in een hel. En ‘l’enfer, c’est les autres’, schreef Sartre niet lang daarna.
De vossenstreken van de barones worden na een tijdje wel erg repetitief en zijn wellicht de hoofdverantwoordelijke voor een film die uiteindelijk veel te lang duurt. ‘Eden’ laat je bijna twee uur wachten op iets dat al vanaf het allerbegin beloofd wordt. Op onheilspellende, weinig subtiele muziek van Hans Zimmer verschijnt er in de eerste scène een tekst die zegt dat dit ‘het verhaal van de overlevers’ is.
Wordt het een bloedstollende thriller? Gaat het hele eiland naar de vaantjes? Schuilen er vampieren in de bossen? Geen van bovenstaande. De tekst wordt gevolgd door een resem fricties die na de nodige heen-en-weerverwijten wijfelend naar een climax gaan, maar uiteindelijk een storm in een glas water blijken.

Op het incidentele Terrence Malickshot van een verloren gelopen hagedis of een school vissen na, slaagt Howard er niet in om Floreana tot leven te brengen. Het eiland ademt niet. De botsing tussen schoonheid en wreedheid is nauwelijks voelbaar. Wat meer omgeving en wat minder barones ware een betere insteek geweest. In het echte verhaal van Floreana zit immers een veel betere film dan wat ‘Eden’ uiteindelijk geworden is.
‘Eden’ speelt vanaf 3 september in de bioscoop.
