Een estheet met kleptomane neigingen
Michael Finkel, ‘De kunstdief’ 
Tussen 1995 en 2001 stal Stéphane Breitwieser samen met zijn vriendin Anne-Catherine Kleinklaus meer dan driehonderd kunstwerken uit musea verspreid over Europa. Niet om ze te verkopen, maar om ze te koesteren. Zijn motief was geen hebzucht, maar een obsessieve liefde voor kunst. Beetje bij beetje bouwde het duo een clandestien museum op de zolder van zijn moeder, waar Breitwieser de gestolen werken tentoonstelde alsof hij zelf de curator was van zijn eigen privécollectie.
De esthetiek van de misdaad
Breitwieser had een heel uitgesproken voorkeur voor kunst uit de zestiende en zeventiende eeuw. Zoals bijvoorbeeld barokke schilderijen, renaissancebeeldhouwwerken-of sierlijke wapens. Hij stal samen met Kleinklaus met uiterst chirurgische precisie, vaak ook in wat kleinere musea met eerder beperkte beveiliging. Zijn methodes waren even eenvoudig als doeltreffend, en zijn drang tot verzamelen leek eerder aan te leunen bij een esthetische roes, eerder dan bij crimineel gedrag.
Finkel als chroniqueur
Michael Finkel reconstrueert dit eerder ongewone, wat bizarre verhaal met de flair van een romancier en met de nieuwsgierigheid van een journalist. Finkels’ stijl is meeslepend, zijn fascinatie voor Breitwieser voelbaar. Soms balanceert hij net iets teveel op de rand van bewondering, wat onder meer vragen oproept over de objectieve, neutrale afstand tussen auteur en onderwerp. Toch weet hij de lezer met een intrigerend, psychologisch portret te boeien .
Morele ambiguïteit
Wat het door Finkel opgetekende ‘De kunstdief’ misschien best intrigerend maakt, is vooral de morele mist waarin het verhaal zich afspeelt. Breitwieser ziet zichzelf helemaal niet als een (ordinaire) dief, maar veeleer als een kunstminnende verzamelaar.
Finkel brengt met zijn boek impliciet verschillende ethische vragen aan de orde, en laat de lezer vervolgens zelf oordelen. Te denken valt bijvoorbeeld aan vragen zoals : ‘Kan liefde voor kunst diefstal rechtvaardigen? Is esthetische obsessie een vorm van pathologie? En wat zegt dit alles over onze heel eigen verhouding tot bezit en tot schoonheid?
Een verhaal dat blijft hangen
‘De kunstdief’ valt overigens niet direct te beschouwen als klassieke true crime, maar biedt vooral een onderhoudend en intrigerend verhaal over verlangen, over bewondering en vooral over de soms uiterst dunne lijn tussen obsessie en vernietiging. Het gegeven dat Breitwieser die talloze kunstobjecten (nu deels vernietigd door diens moeder) niet stal om zich te verrijken maar net om zich eraan te laven geeft aan dat het hier een bijzonder verhaal betreft.

