Zelf leren kijken met Christiaan Weijts
Christiaan Weijts, ‘Flaneren kun je leren’ 
Tijden veranderen. Tijden blijven dezelfde. In februari dit jaar kregen we een flashback naar een advertentie uit de jaren tachtig. In onze lokale superette hing een muurvullende affiche waarop twee schaars geklede dames voorover bogen in een rode Volkswagen Kever, onderaan stond te lezen: Coca-Cola. Die reis door het geheugen was het resultaat van een krantenbericht over de veiligheidsconferentie in München. De begeleidende foto toonde een gigantische banier van de firma Helsing. Een arsenaal drones, waarboven te lezen stond: “We got this.”
Als kind hadden we geen idee voor wat er geadverteerd werd in de superette: ging het over de Kever of over iets dat te maken had met Coca-Cola? Als volwassene vragen we ons af welke boodschap Helsing wil overdragen met hun banier: veiligheid of oorlog?
Dilemma
Datzelfde dilemma – Wat heb ik gezien? Wat heb ik gemist? – duikt veelvuldig op in Christiaan Weijts‘ recentste essaybundel ‘Flaneren kun je leren’. Een bundel die bestaat uit stukken die hij o.a. publiceerde in De Groene Amsterdammer en NRC tussen 2018 en 2025. In ‘Beurshal – Alles voor uw oorlog’ doet Weijts een beurs aan in de Ahoy die bemiddelt tussen bedrijfsleven en het ministerie van defensie. Langeafstandsraketten, nachtkijkers of droneverkenners? Het is allemaal aanwezig.
Vrouwen zijn er amper. Of toch. Bij een stand van communicatieapparatuur van het Duitse Rohde & Schwarz deelt een meisje versnaperingen uit. Ze draagt een Tiroler feestkostuum. Ook dat lijkt niemand absurd te vinden.
De zeven jaren die dit boek overbrugt brachten de nodige maatschappelijke disrupties met zich mee: corona, AI, ChatGPT. Weijts probeert er zich tot te verhouden, plaatst de nodige kanttekeningen maar doet dit steeds vanuit een positieve invalshoek. Hier lees je iemand die meedoet. Met de nodige weerhaken weliswaar. Maar wie meedoet, kan stiekem toch zijn eigen regels bepalen.
In het essay ‘Reserveren verplicht’ trekt de auteur met zijn familie naar Gent, waar hij zich genoodzaakt ziet te reserveren in zijn favoriete restaurant. Waar een reservering in zijn beleving in vroegere tijden een teken van exclusiviteit was, ziet Weijts het nu als een symptoom van anonimiteit. Geen spontaniteit meer, geen invallen meer op het laatste moment. Maar eenmaal aangekomen in Gent, merkt hij dat de reservering net de improvisatie stimuleert.
Je wint door niet te willen winnen […] De voorwaarde is dat je je aangenaam en ontspannen voelt – wandelen, douche, muziek -, waardoor je niet langer handelt uit angst en beperking (‘Nog maar 1 kamer voor deze prijs beschikbaar!’), maar aan de hand van mogelijkheden en spontaan opwellende voorkeuren, invallen, affecties.
Reserveringen, mits met mate gepleegd, kunnen die houding stimuleren. Juist vanwege het vooruitzicht op een tafeltje in dat voormalige pakhuis konden we zorgeloos de dag bij elkaar improviseren. […]Het toeval was ons goedgezind. We kregen een tafel bovenin de hoge open ruimte. Door het glazen dak schemerde een bijna volle maan.
Kikker kelen
Wanneer hier de indruk wordt gewekt dat Weijts een eeuwig goedgemutste positivo is, is dat evenwel een verkeerde impressie. Op bezoek in een pretpark wil zijn dochter het Tikibad aandoen. Een mail vooraf had de schrijver verzekerd dat reservatie niet noodzakelijk was. Wel dus. Een ellenlange wachtrij is het gevolg:
Als wachtrijentertainment hupste er iemand in een kikkerpak rond. In een kort visioen zag ik mezelf die kikker kelen en weggevoerd worden door een beveiliger. Het verzinnen van bijschriftjes bij de onvermijdelijke nieuwsberichten en filmpjes kalmeerde me wat (‘Man (45) kikkert er niet van op’).
Wie zei daar alweer dat frustratie steevast bokkige teksten oplevert? Hier in ieder geval niet.
Mensen die een broertje dood hebben aan niet-functionele taal laten deze bundel best aan zich voorbijgaan. Want Weijts houdt van brede zinnen, is niet bang op gezette tijd een aforisme in te lassen (‘Wat totaal beschikbaar is, is levenloos’, ‘Er is geen Tripadvisor voor de liefde’ of ‘Tekstrobots zijn de onvermoeibare timmermannen van talige kippenhokken’).
Dat komt goed uit. Het verschil tussen de forens en de wandelaar is de blik. De wandelaar kijkt, de forens volgt instructies. Soms vergeet een forens dat hij ook een wandelaar is. Daarvoor hebben we af en toe een boek als dit nodig.

