Op zoek naar een ander leven
Els Pelgrom, ‘Alles gebeurt’ 
In ‘Alles gebeurt’ beschrijft Els Pelgrom (pseudoniem van Else Koch, 1934) een ingrijpende periode uit haar leven. In 1985 vestigde ze zich in een volkswijk in Granada, waar ze samenwoonde met Salvador, haar grote liefde. Een arbeidsongeval van Salvador maakte abrupt een einde aan hun geluk. Pelgrom genoot vooral in de jaren tachtig bekendheid als jeugdauteur met boeken zoals ‘Kleine Sofie en Lange Wapper’ (Gouden Griffel), ‘Het onbegonnen feest’ (1987, Zilveren Griffel) en ‘De eikelvreters’ (1989, Gouden Griffel).
Niet elke reis staat voor vakantie. Soms pakt iemand zijn koffer om iets of iemand achter zich te laten — een poging om te verdringen, te vergeten of te verwerken.
In het geval van Els Pelgrom is dat de reden om naar Spanje te reizen, na de breuk met haar man Karel en het einde van haar relatie met Yiannis Vatzias, een Griekse schrijver. Na haar vertrek uit Amsterdam reist ze per trein door Frankrijk, waar ze de Fransen als vrij formeel en gereserveerd ervaart. Ze vindt Frans een stijve taal en bekent ten slotte dat ze niet echt van het land houdt.
Spanje dan maar, waar haar verwachtingen hooggespannen zijn. Ze hoopt er haar halfbroer Herman te ontmoeten en fijne momenten te beleven op de Plaza Real, haar favoriete plek in Barcelona. Vanaf een zonovergoten terras op dit bijna gesloten plein met z’n fontein kijkt ze naar de passanten en constateert ze dat Spanjaarden op straat leven. Je voelt je er nooit bekeken: ‘Hier kijkt niemand nieuwsgierig naar je, nooit afkeurend of minachtend.’
Na een ontmoeting met haar halfbroer heeft ze weer het gevoel dat alles de moeite waard is. Tijd dus om door de straten te struinen, een opdringerige heer van zich af te schudden en tussendoor uitstapjes te maken naar Alicante, Elche en Granada. Daar ontmoet ze in Bar Los Faroles Salvador, een metselaar, die tijdens het weekend op het land werkt: ‘Ach, wat een lieve man. Wat heeft zoiets te betekenen?’ Eenmaal terug thuis in Amsterdam reconstrueert ze wat haar allemaal is overkomen.
Schrijven tussen vissers en nettenmakers
Wat zal het uiteindelijk worden, vraagt ze zich af: een toeriste die wel eens een Spanjaard wil, of een Spanjaard die als vrijgezel pakt wat hij krijgen wil? Waar Pelgrom ook komt of zich bevindt, ze krijgt Salvador maar niet uit haar hoofd: ‘Ik ben op hem niet verliefd geweest, hooguit vijf minuten, het houden van was er meteen.’ Tussendoor maakt ze de oversteek naar Portugal, waar ze haar dochter Judith gaat opzoeken.
Als ze haar na talloze hindernissen uiteindelijk telefonisch bereikt, verneemt ze dat ze De Gouden Griffel gewonnen heeft voor ‘Kleine Sofie en Lange Wapper’. Ze verblijft er een tijdlang in Nazaré, schrijft er tussen vissers en nettenmakers, vindt Portugezen aardig ‘omdat ze iets van je willen’ en koopt er als trouwcadeau voor haar zoon Joris een zogenaamd met de hand gemaakt tafelkleed (Made in China).
Een gezwollen en pijnlijke voet verhindert haar helaas om het trouwfeest in Sardinië bij te wonen. Er is gelukkig Spanje, waar ze hoopt alle zorgen van werk, papieren en geld achter te laten. Ze leert het ware Spaanse leven kennen, helpt bij het oogsten van tomaten en brengt leuke avonden met haar geliefde, bij wie ze inmiddels ingetrokken is, door in bar Los Faroles.
‘Hij heeft zijn leven zo erg veranderd, bijna net zoveel als ik. Hij is niet meer de wilde vrijgezel en laat dat ook anderen merken. Ik ken niemand die zo gedisciplineerd is, zich zo houdt aan voorgenomen tijden en werk.’
De lijdensweg van Salvador
Het leven lacht Els toe; ze heeft de ware gevonden. Tot het noodlot op een dag toeslaat en Salvador, terwijl hij aan het ploegen is met zijn handgeduwde machine, in een diep ravijn dondert. De gevolgen zijn zwaar: vijf weken op de intensive care, waarna hij arbeidsongeschikt is. Als hij zich enkele jaren later vreemd begint te gedragen en bepaald agressief uit de hoek komt, blijkt na onderzoek dat een tumor in zijn rechterhersenhelft hiervan de oorzaak is. Er volgt een lange lijdensweg, waarna hij uiteindelijk sterft.
Op een indringende manier, zonder in sentimenteel gedoe te vervallen, brengt Pelgrom verslag uit van hoe ze al die tijd voor hem heeft gezorgd en wat het leven zonder hem nog voorstelt. Wat rest haar nog anders dan te schrijven om overeind te blijven?
‘Dus daarom: ik ben op een verkeerde leeftijd weduwe geworden. Te oud om opnieuw te beginnen, te jong om snel te sterven. Wat moet ik daarmee aan? Werken? Reizen? Anderen helpen?’
Dat maakt ‘Alles gebeurt’ tot een warm en liefdevol boek dat op een ongeëvenaarde manier de kwetsbaarheid in een nietsontziend daglicht plaatst. Puur proza van een gevierd auteur.

