Carlo Rovelli bouwt bruggen tussen natuurkunde en filosofie

Carlo Rovelli bouwt bruggen tussen natuurkunde en filosofie

” Wij zijn geen zuivere rede of zuivere geest die de wereld beschouwt.

Wij zijn fragiele en verwarde delen van diezelfde wereld behorend

tot het inwendige van het netwerk van relaties

dat ons in staat stelt om dat netwerk te beschrijven.”

– Carlo Rovelli

Carlo Rovelli, ‘Over de gelijkheid van alle dingen’ 3 out of 5 stars

Een van de meest gelezen en besproken publieksfilosofen van de natuurkunde is de Italiaanse wetenschapper / auteur Carlo Rovelli. Zijn boeken zoals ‘Anaximander en de geboorte van het wetenschappelijke denken’, ‘Helgoland’ of ‘Zeven korte beschouwingen over de natuurkunde’ weten een breed publiek te bekoren. Eerstdaags verschijnt via uitgeverij Prometheus ‘Over de gelijkheid van alle dingen’ (nvdr: de vertaling van ‘Sull’eguaglianza di tutte le cose’), een alweer helder, compact en prikkelend boek waarmee de wetenschapper bruggen tussen fysica en filosofie wil slaan.

De werkelijkheid herdenken

In zijn nieuwe boek vertrekt Rovelli van een oud Chinees idee, met name dat alle dingen in de wereld fundamenteel gelijkwaardig zijn in hun manier van bestaan. Vanuit dat specifieke vertrekpunt onderzoekt hij hoe de moderne natuurkunde — kwantumtheorie en relativiteitstheorie — ons dwingt om anders naar de werkelijkheid te kijken, die te ‘her-denken’.

Tijd stroomt niet overal even snel, lege ruimte bestaat niet, en zogeheten universele waarheden blijken slechts een illusie. Zo bijvoorbeeld betoogt hij in zijn boek dat alle elementen van het universum, of het nu elektronen, gedachten of sterrenstelsels zijn, niet wezenlijk verschillend van aard, maar juist met elkaar verbonden zijn in een web van relaties: “Elektronen en geest, stenen en wetten, oordelen en sterrenstelsels verschillen niet wezenlijk van elkaar. Dit zijn begrippen die elkaar verhelderen.”

Toenadering zoeken tussen fysica en filosofie

De aanleiding voor dit boek is dat hij natuurkundigen een zekere onverschilligheid ten aanzien van filosofie verwijt, terwijl op hun beurt filosofen doorgaans weinig tot niet bekend zijn met, dan wel weinig tot geen interesse tonen in de verwezenlijkingen binnen het domein van de hedendaagse natuurkunde. Daarom ook poogt hij hier om beide wetenschappelijke gebieden toenadering tot elkaar te doen zoeken.

Ook nu weer slaagt Rovelli er met verve in om zelfs voor de leek bijzonder toegankelijk te blijven. Tegelijkertijd blijft hij uiterst trouw aan het wetenschappelijke denken : ‘wetenschap is vaak ontdekken dat dingen die we dachten zeker te weten niet juist zijn. (..) De wetenschap voedt zich niet met zekerheden, maar met een radicale onzekerheid. Ze bouwt op de mogelijkheid om zekerheden in twijfel te trekken‘. Of ook : ‘ Ik denk dat het effectiever is om over onze kennis te denken in termen van plausibiliteit en waarschijnlijkheid’.

Het maakt inzichtelijk hoe de Italiaanse natuurkundige kritisch blijft ten aanzien van (de zoektocht naar) ‘universele’ wetmatigheden. Zodoende verheldert hij noties als ‘er is geen gemeenschappelijke tijd’, ‘er is geen heden’ of ‘ de tussen twee gebeurtenissen verlopen tijdsduur kan niet worden bepaald’. De wereld is allerminst een hiërarchisch geordend geheel, maar is veeleer een netwerk van relaties waarin alles elkaar beïnvloedt. Dat centrale idee sluit aan bij zowel de kwantummechanica als bij oosterse filosofieën.

Een ander begrip van de werkelijkheid

Rovelli bespreekt hoe de wetenschap van de twintigste eeuw, met name de kwantummechanica, ons begrip van de werkelijkheid radicaal heeft veranderd. De werkelijkheid wordt daarbij beschouwd als een verzameling discontinue en probabilistische gebeurtenissen, in plaats van als een verzameling van vaste en gedefinieerde objecten. Dit leidt tot een wereldbeeld waarin alles relatief en onderling verbonden is, wat traditionele conceptuele, filosofische opvattingen over ruimte en tijd uitdaagt.

Filosofische implicaties

Zijn nieuwe boek ontstond door een uitnodiging van de filosofieafdeling van de Princeton universiteit tijdens de eindejaarsperiode 2024. Het vormt een uitstekende uitnodiging om kritisch te blijven denken met betrekking tot zogeheten ‘universele’ zekerheden en aannames rond ‘universele waarheden’. Typerend gebruikt Rovelli erg handig Zhuangzi’s droommetafoor, waarbij het niet geheel duidelijk is of het de mens is die van de vlinder droomt of andersom, als een manier om het idee te illustreren dat ons begrip van de werkelijkheid altijd gedeeltelijk en subjectief is.

Deze benadering suggereert dat de onderscheidingen tussen dingen veel vloeibaarder zijn dan je denkt:

‘ De geschiedenis van de wetenschap van de laatste eeuwen is grotendeels de ontdekking van de samenhang, en dat was verrassend. Een van de belangrijkste lessen van de hele wetenschappelijke ontwikkeling van de laatste eeuwen is wel het feit dat de verschillende manieren om de werkelijkheid te beschrijven niet met elkaar in tegenspraak zijn.’

Conclusie

Samenvattend biedt Carlo Rovelli’s ‘Over de gelijkheid van alle dingen’ een best fascinerende en genuanceerde, maar soms ook complexe kijk op de werkelijkheid, waarbij lezers worden uitgenodigd om na te denken over hoe alle dingen verbonden zijn in een breder geheel van relaties, in plaats van geïsoleerde entiteiten te zijn.

Dit boek is een uitnodiging om de implicaties van de moderne wetenschap voor de filosofische vragen van alle tijden te verkennen, en bevordert een dieper en meer onderling verbonden begrip van de wereld om ons heen.

Related Images:

Philippe De Cleen

Philippe De Cleen houdt van mooie boeken en van mooie muziekjes. Is ongetemd als het op cultuur aankomt. Leest vrijwel continu, zelfs op de bus, tram of trein onderweg.