De zeven wonderen van het vogelbestaan volgens Robert MacFarlane en Jackie Morris

De zeven wonderen van het vogelbestaan volgens Robert MacFarlane en Jackie Morris

Robert MacFarlane, Jackie Morris, ‘Het vogelboek’ 5 out of 5 stars

In ‘Het vogelboek bundelen schrijver Robert MacFarlane en illustratrice Jackie Morris opnieuw hun krachten, na hun internationaal gelauwerde projecten ‘The Lost Words‘ en ‘The Lost Spells‘. Wat op het eerste gezicht misschien oogt als een eerder klassieke vogelgids, blijkt al snel een boek dat de grenzen van het genre volledig openbreekt. MacFarlane en Morris presenteren geen determinatiegids, maar eerder een poëtisch, ecologisch en artistiek manifest dat de lezer uitnodigt om anders te kijken, anders te luisteren en anders te lezen. Waar een standaard vogelgids stopt bij determinatie, begint dit boek pas écht.

Op zoek naar de persoonlijkheid van vogels

MacFarlane (o.a. ‘Leeft een rivier’, ‘Benedenwereld,..) en Morris keren zich met dit prachtig vormgegeven boek expliciet af van de traditionele opzet van natuurboeken. Vogels zijn voor hen geen objecten om te classificeren, maar levende wezens met een heel eigen aanwezigheid, geschiedenis en taal. Hun vogelboek brengt maar liefst negenenveertig bedreigde vogelsoorten samen. Niet alfabetisch of taxonomisch, maar geordend volgens de zeven ‘wonderen’ van het vogelbestaan: nest, ei, snavel, zang, veer, vlucht en trek.

Die thematische ordening maakt van dit boek geen inventaris, maar een gelaagd en overtuigend verhaal over verlies, kwetsbaarheid en verwondering. Het is een meer dan geslaagde poging om vogels opnieuw een plaats te geven in onze verbeelding, precies op het moment dat hun fysieke aanwezigheid steeds minder vanzelfsprekend wordt. Die keuze voor een thematische ordening is dus geen esthetisch detail, maar een duidelijke, heldere, programmatische keuze — iets wat de auteurs ook zelf expliciet verwoorden:

De gids wil lezers uiteraard helpen vogels te herkennen, maar ook om zich ermee te vereenzelvigen. In plaats van foto’s: verf. Behalve harde feiten: metaforen, verhalen, poëzie. In plaats van definities: betrekkingen. Niet alleen classificeren, maar ook een soort van liefhebben”.

Wie dieper in dit boek duikt, merkt dat de gekozen thematische structuur naadloos aansluit bij de lyrische stijl van MacFarlane.

De lyriek van MacFarlane

MacFarlane, die de voorbije jaren een best indrukwekkend oeuvre opbouwde rond natuur, landschap en taal, schrijft hier in een stijl die het midden houdt tussen essay en prozagedicht. Hij probeert zo onder meer de zang, beweging en gedragingen van vogels in taal te vangen en zoekt daarbij naar een nieuw vocabularium. Vogelgeluiden worden bij hem madrigalen, serenades, jazzriffs en hele aria’s.

Het is diezelfde lyriek die een valkuil vormt: MacFarlanes taal is zo rijk en beeldend dat ze af en toe dreigt te overheersen, waardoor sommige vogelportretten poëtische interpretaties worden eerder dan concrete observaties. Dat neemt niets weg van de kracht van zijn proza, maar het maakt dit boek net iets minder toegankelijk voor lezers die mogelijkerwijs een meer objectieve en feitelijke benadering verwachten.

Zijn teksten zijn doordrongen van het besef dat taal ook een vorm van zorg is: wie woorden heeft voor de wereld, ziet haar veel scherper en beschermt haar ook beter.

De mythische blik van Jackie Morris

Minstens even bepalend voor de kracht van dit boek zijn de schilderijen van Jackie Morris. Haar aquarellen tonen vogels niet als illustraties, maar als bewegende, bijna mythische figuren. Ze schildert ze “op de vlucht”, in volle dynamiek, waardoor elke vogelsoort een heel eigen karakter en energie krijgt.

De samenwerking tussen beide auteurs resulteert zo in een harmonisch geheel: tekst en beeld versterken elkaar.

Meer dan een natuurboek: een cultureel en ecologisch pleidooi

Onder de schoonheid van woorden (MacFarlane) en beelden (Morris) schuilt ook een duidelijke urgentie. ‘Het vogelboek’ kan beschouwd worden als een boek over verlies: het verlies van soorten, van leefgebieden, van geluiden — en daarmee ook van woorden, verhalen en culturele betekenis.

Wanneer vogels verdwijnen, zo suggereren MacFarlane en Morris, verdwijnt er veel méér dan enkel biodiversiteit. Er verdwijnt daarnaast ook een belangrijk deel van onze taal en onze verbeelding. Die gedachte sluit heel nauw aan bij wat Tine Hens in ‘Het archief van mogelijk verlies‘ beschrijft: ‘wat gewoon was, wordt zeldzaam‘.

‘De vogelgids’ biedt zo hoop en troost. De grote sterkte zit in het gegeven dat hij de lezer opnieuw wil laten kijken met hernieuwde aandacht en verwondering voor vogelsoorten. Precies in die combinatie van verwondering en waarschuwing schuilt de kracht van dit boek.

Slotbeschouwing

‘Het vogelboek’ is een uitzonderlijk boek: een knappe hybride ergens tussen kunst, poëzie en ecologisch bewustzijn. Het toont bij uitstek hoe taal en beeld samen een grootse tegenkracht kunnen vormen tegen vergetelheid en onverschilligheid.

De auteurs maken van hun gids een wonderlijke liefdesverklaring aan vogels, maar ook een uitnodiging aan de lezer om opnieuw, en anders te leren zien en horen. In een tijd waarin vogelsoorten steeds sneller verdwijnen, is dit boek niet alleen mooi, maar ook noodzakelijk.

Related Images:

Philippe De Cleen

Philippe De Cleen houdt van mooie boeken en van mooie muziekjes. Is ongetemd als het op cultuur aankomt. Leest vrijwel continu, zelfs op de bus, tram of trein onderweg.