De vroege jaren van Constant Permeke

De vroege jaren van Constant Permeke

De Engelse jaren van Constant Permeke (1914-1919) 4 out of 5 stars

De Engelse jaren van Constant Permeke (1914–1919) worden vaak als weinig relevant gezien voor zijn artistieke ontwikkeling. Een gloednieuwe tentoonstelling in het Permeke museum (Jabbeke) en een bijhorende catalogus ondersteunen het idee dat het toch net anders in elkaar zit. Beide brengen deze periode, onder meer als a splendid isolation omschreven, scherper in beeld.

Van front naar ballingschap

Aan het prille begin van het uitbreken van WO I had Permeke zijn roeping als schilder al gevonden. Onder impuls van publicaties in tijdschriften, tentoonstellingen en word of mouth geraakte diens werk steeds meer bekend. Door de oorlog zag hij zich evenwel genoodzaakt om het schilderen te verzaken en strijd aan het front te leveren. Althans, tot een granaatscherf daar plotsklaps anders over besloot. Omwille van medische redenen werd hij, samen met heel wat andere soldaten, via Oostende naar Engeland gestuurd.

Een laboratorium voor vernieuwing

Daar, onder meer in Wiltshire en Devonshire, zocht Permeke in relatieve afzondering naar herstel. Uit Belgisch en Brits archiefonderzoek blijkt dat dit voor Permeke ook een periode van herbronning en experiment was. Bijzonder is dat voor het eerst werken uit die periode bijeengebracht worden. Veel van die werken behoren toe aan private collecties en werden dus nooit eerder op die manier getoond of ontsloten. Het is slechts een van vele redenen waarom een bezoek aan het Permekemuseum de moeite loont.

Een tijdelijk verblijf in Engeland doet anders kijken en werken

Eerder werd er niet echt bij Permeke’s verblijf in Engeland stilgestaan. Tot nu. Het idee op zich roept heel wat onderzoeksvragen op, waar zowel tentoonstelling als catalogus aan proberen tegemoet te komen. Een van de voornaamste doelen van het Permekemuseum, ook kennis- en onderzoekscentrum, is om een meer genuanceerd beeld van die roemruchte periode (oktober 1914 – april 1919) te bekomen. Wie deze knap samengestelde tentoonstellingscatalogus doorbladert, ontdekt beelden van Constant Permeke en zijn Marie ‘Marietje’ Delaere (1887-1948) in Engeland, gelukkig met de kinderen aan zee. Een idyllisch beeld. En ergens ook weer niet, want de materiële omstandigheden waren ook voor het gezin Permeke door de oorlogsomstandigheden initieel zeer beperkt.

Een netwerk in ballingschap

De vroege jaren in Engeland, zo leren we uit de diverse diepgravende, kunsthistorische essays die Permekes’ Engelse periode contextualiseren, waren wel degelijk van groot belang. Dat hij zich bij oprichting van de door André De Ridder geinitieerde kunstkring Open Wegen vrijwel direct aansloot, is ergens al een indicatie. Net zoals de eerder sporadische contacten met tijdsgenoten zoals De Smet en Van Den Berghe bijzonder relevant waren binnen die periode. Bijzonder waardevol is ook de aandacht voor brieven, schetsen en minder bekende schilderijen, die mee een intiem beeld schetsen van Permeke als kunstenaar (tekenaar, schilder, beeldhouwer) in transitie. De reproducties zijn van hoge kwaliteit en laten toe om de subtiele verschuivingen in zijn stijl nauwkeurig te volgen.

Een periode van herbronning

Wat deze catalogus overtuigend aantoont, is dat Permekes’ Engelse jaren geen artistieke stilstand betekenden – zoals soms wordt aangenomen, maar integendeel een periode van introspectie en stilistische heroriëntatie vormden. Onder invloed van het Engelse kustlandschap, met zijn uitgestrekte horizonten en melancholische atmosfeer, ontwikkelde Permeke een meer ingetogen palet en een grotere aandacht voor structuur en eenvoud.

Deze fase fungeert duidelijk als overgang tussen zijn vroege, nog impressionistisch getinte werk en het krachtige, monumentale expressionisme waarvoor hij later bekend zou worden. De catalogus benadrukt hoe elementen die later iconisch worden – de zware lichamelijkheid, de nadruk op arbeid en aarde – hier in kiem al aanwezig zijn.

Kritische reflectie

Hoewel de publicatie overtuigend de artistieke relevantie van deze Engelse periode aantoont, blijft de interpretatie ervan soms aan de veiligere kant. Sommige essays herhalen eerder bekende inzichten, net zoals een meer uitgesproken kritische dialoog met internationale kunststromingen of met andere kunstenaars in ballingschap deze publicatie nog rijker had kunnen maken. Desondanks blijft het bijzonder geslaagd in de primaire opzet, met name het herstellen van een vergeten episode en het integreren ervan in het grotere verhaal van Permekes oeuvre.

Conclusie

‘De Engelse jaren: 1914-1919’ is een bijzonder verzorgde uitgave (via MER. Books in samenwerking met het Permekemuseum) die zowel specialisten als geïnteresseerde lezers aanspreekt. Ze biedt een genuanceerde kijk op een beslissende periode in Permekes leven en werk, en draagt bij tot een vollediger begrip van zijn artistieke traject. Voor wie Permeke enkel kent van zijn donkere, monumentale boerenfiguren, opent dit boek een verrassender en meer introspectieve dimensie van zijn kunstenaarschap. Het markeert hoe Permeke sterk aangegrepen werd door de barre oorlogsomstandigheden en daardoor ook nadrukkelijker het humanistisch perspectief in zijn oeuvre wilde vormgeven.

Deze catalogus werpt een verhelderend licht op een relatief minder belicht hoofdstuk uit het oeuvre van Constant Permeke. Terwijl de kunstenaar vooral bekendstaat als een sleutelfiguur van het Vlaamse expressionisme, toont deze publicatie hoe zijn verblijf in Engeland tijdens de Eerste Wereldoorlog (ca. 1914–1918) een cruciale, vaak onderschatte invloed heeft gehad op zijn artistieke ontwikkeling.

B&L Webshop | MER

Permekemuseum – Museum Constant Permeke – te Jabbeke

Related Images:

Philippe De Cleen

Philippe De Cleen houdt van mooie boeken en van mooie muziekjes. Is ongetemd als het op cultuur aankomt. Leest vrijwel continu, zelfs op de bus, tram of trein onderweg.