Naar het volmaakte schrijven streven

Naar het volmaakte schrijven streven

Arjen Mulder, ‘De absolute essayist Daniël Robberechts’ 4 out of 5 stars

Op 27 mei 1992 pleegde Daniël Robberechts (1937-1992) zelfmoord op zijn werkkamer in Everbeek. De toen vijfenvijftigjarige Vlaamse auteur, die tot aan zijn overlijden dagboeken bijhield, liet al bij al een boeiend oeuvre na. In ‘De absolute essayist Daniël Robberechts’ gidst Arjen Mulder (1955) de lezer door zijn literaire nalatenschap.

Hoe een speling van het lot een schrijver uit de vergetelheid kan halen. We schrijven 1973. Een twintigjarige Arjen Mulder stapt op een dag in Haarlem een ramsjwinkel binnen en koopt er voor een prikje ‘Tegen het personage, zes teksten’. Een paperback van een voor hem vooralsnog onbekende Daniël Robberechts. Een naam die hem bevalt. Robberechts klinkt als twee tromslagen gevolgd door een paukenslag. Bovendien verwijst Daniël naar de Bijbel.

Meteen na het lezen van de eerste regels in dit strak vormgegeven boek is hij erdoor gefascineerd. Mulder heeft een nieuwe stem ontdekt, een Vlaamse schrijver in wiens oeuvre hij zich wil verdiepen. Een auteur met een uitgesproken kritische visie op schrijven en cultuur. Een cultuurbeleid waarin de vraag naar de sociale functie van de kunstenaar niet is beantwoord, blijft volgens hem dilettantisch. Een visie waaraan hij in een nagelaten dagboek van 1970 toevoegt dat een kunstenaar iemand is die geopteerd heeft voor de eigenzinnige ontwikkeling van een specifieke creativiteit. Om te concluderen dat elke voor een kunstenaar bedachte functie waarbij de vrije creativiteit miskend wordt, een kunstenaar sowieso negeert.

In een dergelijke context realiseert Mulder zich dat hij met ‘Tegen het personage, zes teksten’ geen makkelijk boek in handen heeft. ‘Tegen het personage, zes teksten’ leert hem dat verdriet de basis vormt van Robberechts werk. Hij zich verzet namelijk tegen elke vorm die hij van buitenaf krijgt opgelegd, maar moet zich eenmaal uiten in tekst, in literatuur. In een dergelijke optiek was schrijven voorRobberechts je reinste plezier, de inhoud tristesse om hoe slecht de wereld er voorstaat. Naarmate hij zich in de schriftuur van Robberechts verdiept, ervaart hij lezen niet langer als een ervaring, wel als een intellectuele oefening.

Wat doet het ertoe of het een roman of een essay is

Mulder laat er geen twijfel over bestaan dat ‘Aankomen in Avignon’ zijn lievelingsboek is. Het ideale essay waarin Robberechts, die zich ‘De grote schaamlippen’ van allerlei onhebbelijkheden heeft ontdaan, eindelijk aan het woord is zonder enig voorbehoud of hypocrisie.

‘Hij wil over zichzelf schrijven en zijn hand vormt de letters van de derde persoon enkelvoud. Het is zo’n grote doorbraak, de sprong van ‘ik’ naar ‘hij’, en het gebeurt zo organisch, zo vanzelfsprekend. (…) Hij richt zijn blik niet langer op zichzelf, maar de buitenwereld. Toch houdt hij vast aan zijn grondregel dat een schrijver werkelijkheidshalve maar één enkel verhaal kan vertellen, dat van hemzelf.’

Toch lukt het Mulder niet in woorden te vatten waarom hij het zo’n goed boek is. Elke analyse ervaart hij als in eigen vlees snijden. Of zoals het er zo mooi te lezen staat:

‘Wat doet het ertoe of het een roman of een essay is.

Omdat ik erdoor essayschrijver werd en geen romanschrijver.

Wat doet het ertoe of een essay werkelijkheidsgetrouw is.

Omdat eerlijkheid het enige wapen is waarmee je je geest helder kunt houden in een tijd van propaganda, fake news en universele marketing.’

Werkelijkheidsgetrouw en eerlijk schrijven

Voor ‘Praag schrijven’ past Daniël Robberechts opnieuw de methode ‘Aankomen in Avignon’ toe, met dit verschil dat het stratenplan van de stad vervangen wordt door de routes die Franz Kafka ooit wandelde. Wat het boek, volgens Mulder, aantrekkelijk maakt is dat het uitgangspunt, de uitvoering en de relatie met de werkelijkheid in strijd met elkaar raken en tegelijk elkaar ontregelen. Essayistische fragmenten zorgen ervoor dat ‘Praag schrijven’ zich niet als een vlot geschreven journalistiek verslag laat lezen.

Schrijven was voor hem in de eerste plaats werkelijkheidsgetrouw en eerlijk schrijven. Alles aan de lezer meedelen, inclusief gevoelens van schaamte, depressie, seksualiteit of depressie. Een pleidooi voor het egodocument. Een literaire benadering die ervoor zorgde dat hij bij de meeste uitgeverijen amper gehoor kreeg. Pas in 1968 was er, in de nadagen van mei’68, bij enkele uitgevers belangstelling voor zijn werk. Boeken die al lang bij hem in de lade lagen konden verschijnen: ‘Tegen het personage’, ‘De labiele stilte’, ‘De grote schaamlippen’ en ‘Aankomen in Avignon’. Titels die Arjen Mulder aandachtig heeft gelezen, om ze vervolgens met scherp literair inzicht te duiden.

Ook al wordt Robberechts ten onrechte nog altijd als moeilijk leesbaar weggezet, hij blijft een unieke auteur, die terwijl hij alle facetten van het schrijven onderzocht en op de helling zette, naar het volmaakte schrijven streefde.

Related Images:

Carlos Alleene