Van een kale kermis thuiskomen in Oostende
Dimitri Verhulst, ‘Een verwittigd man is niets waard’ 
Het gaat duidelijk niet goed met Dimitri Verhulst (1972). Alweer pech in de liefde, een mislukte carrière als filmregisseur en een sombere kijk op de wereld. Er valt dan ook weinig optimisme te rapen in ‘Een verwittigd man is niets waard’, waarin hij teruggrijpt naar vertrouwde thema’s.
Waar een verleidelijke vrouw en de liefde – althans in zijn optiek – hem heen dreven, daar schrijft hij na afloop van een kale kermis een roman over. In die zin heeft hij de afgelopen jaren een behoorlijk indrukwekkend parcours afgelegd. Hij is tot een zwervend schrijver verworden, voortdurend op zoek naar de perfecte relatie. Soms is zijn passie voor een geliefde zo groot dat hij er diep voor in de buidel moet tasten. Hij vertelt er uitvoerig over in ‘De pruimenpluk’, het verhaal van zijn Zweedse liefdesavontuur.
Naar Frankrijk trok hij dan weer om met een andere fantastische meid te dollen, om vervolgens in Gent te arriveren in een poging zichzelf weer op te lappen. En dan zijn er voorts nog ‘De laatkomer’ (over een man die een relatie verbreekt om bij een ander te zijn) en ‘Mevrouw Verona daalt de heuvel af’, over zijn grote liefde in de Ardennen.
Stuk voor stuk autobiografische romans
Het wijst erop dat zijn spaak gelopen relaties, zowel met vrouwen als met zijn verwekkers, het fundament vormen waarop zijn schrijverscarrière is gebouwd. Wat Verhulst op de lezer loslaat, zijn stuk voor stuk autobiografisch getinte romans van een schrijver die niet bepaald vrolijk in het leven staat. Wie ‘De helaasheid der dingen’ of ‘Godverdomse dagen op een godverdomse bol’ las, weet maar al te goed welk proza hier geserveerd wordt: een niet bepaald vrolijk web waarin dit keer de verteller van ‘Een verwittigd man is niets waard’ verstrikt zit.
Wat een zielige kerel is die Eric Finck. Hij is grotendeels gemodelleerd naar de auteur en uit een problematisch nest getuimeld – zo schreef hij er eerder tot in den treure al over. Het gaat, sinds hij Abraham heeft gezien, alweer niet zo best met hem. Een stukgelopen liefde, een carrière als filmregisseur die maar niet wil lukken, met tussen dit alles in dagen die worden gevuld met goedkope wijn en magnetronmaaltijden. Troostloze dagen van een in Oostende aangespoelde schrijver die, met als doel de rug weer te kunnen rechten, in een monoloog over zijn bestaan reflecteert.
De piano van Satie en het zuipen van Hemingway
Het tolt echter in het hoofd van Finck, wat zich vertaalt in flarden tekst: bespiegelingen, herinneringen en dagelijkse observaties. Proza dat op het ritme van jazzmuziek drijft maar na enige tijd niet langer origineel klinkt, alsof Eric Finck de verkeerde toetsen van zijn piano aanslaat. Wat doe je dan om de boel te redden?
Je laat enkele filosofen opdraven om te illustreren dat je niet zomaar een oetlul bent. Beter nog: je pakt uit met enkele wetenswaardigheden die jij als enige mag claimen. Dat Eric Satie twee piano’s bezat, waarvan er één was gevuld met ongeopende post. En dat Ernest Hemingway zei te zuipen om zijn medemens eindelijk interessant te kunnen vinden. (Tussen haakjes: Verhulst wist als enige ook te achterhalen waarom Stijn Streuvels indertijd nooit de Nobelprijs heeft gewonnen.)
Tussen dit alles door schudt hij nog enkele grappige fragmenten uit zijn mouw die, in het beste geval, een lach weten te ontlokken:
‘Een hoogpolige poes, dat had ze, mijn moeder.
De lekkerste tomaat uit mijn bestaan at ik op
een marktje in Sofia.
Of bedoelde ik Damascus, met die mooie vrouwen?
We zijn tegenwoordig een paar feministische golven
later, en de meeste kutten zijn kaal als een landschap
op Lanzarote.’
Deze passage doet de lezer afvragen waarom ‘Een verwittigd man is niets waard’ überhaupt het etiket ‘roman’ heeft gekregen. Je slaat het boek dicht met de vraag: wat heb ik nu eigenlijk gelezen? Misschien is het voor Verhulst – die zich wegstopt in de herhaling – nog niet te laat om in de leer te gaan bij Cees Nooteboom, van wie hij het verfijnde, stilistische vermogen bewondert. Kortom: een verwittigd lezer is er twee waard.

