Polyamorie is blijkbaar ook niet alles
Heleen Debruyne: ‘Aline’ 
Na ‘De plantrekkers’ (2016) en ‘De huisvriend’ (2021) is ‘Aline’ intussen al de derde roman van columniste en radiopresentatrice Heleen Debruyne (1988). Een boek vol woede, wankele relaties, én personages hopeloos op zoek naar het ultieme geluk.
Er is wellicht in ‘de schone letteren’ van de Lage Landen geen enkele roman waarin tussen partners zo geschreeuwd en gebekvecht wordt als in ‘Aline’. De woede spat van elke bladzijde, waar zelden vrolijkheid te lezen valt.
Waarover gaat het?
Aline is een jonge vrouw, niet al te zelfverzekerd, die er een kunst van maakt fors tegen haar man tekeer te gaan. Wat ze met hem heeft – een hij over wie weinig is geweten – is niet zo duidelijk. Het is maar de vraag of hij meer is dan de verwekker van haar kind. Een handige klusjesman? Een redder in nood als de paniek bij haar toeslaat?
In het begin van de roman is Aline – de ik-verteller – zwanger. Na de geboorte van dochtertje Gloria verkast het koppel naar een nog te verbouwen pand in een stadje aan zee. Wat het begin van een gelukzalig bestaan moet worden ontaardt al vrij gauw in een leven vol hindernissen. Het renoveren van het huis, dat zich in een troosteloze buurt bevindt, verloopt niet volgens planning. En dan zijn er nog de buren. Een dronken overbuurvrouw die om hulp vraagt, of buurvrouw Priscilla die na zo veel huishoudelijk geweld besluit elders onderdak te gaan zoeken. Ware liefde en harmonieuze relaties, ze zijn ver zoek in deze grauwe straat, een soort mini Afghanistan.
Een psycholoog die vooral knikt
Het doet haar denken aan haar eigen situatie waarin ze zich opgesloten voelt. Het klassieke rollenpatroon ligt Aline duidelijk niet. Het is dan ook een vast gespreksonderwerp met vriendin Lena, die met Tom een open relatie heeft. Ze kan het best met haar vinden.
‘Lena was veel mooier. Met haar klassieke gezicht dat een kalme regelmaat uitstraalde die ik erg benijdde, haar perfecte borsten, pronte kontje, de ene hoektand die iets meer naar voren stond, precies de imperfectie die de compositie Lena nodig had.’
Vrouwen die passie en liefde in het experimenteren gaan zoeken. Biedt polyamorie een oplossing? Het levert alvast enkele, met uiterst precisie neergepende, stomende seksscènes op. Het gevecht tegen haar machteloosheid daarentegen blijft duren, zelfs dochtertje Olivia biedt geen soelaas. Gaandeweg verliest ze meer en meer de grip op zichzelf, weet ze haar dagen niet op een zinvolle manier in te vullen. Dan maar op consultatie gaan bij een psycholoog, die meer knikt dan praat, laat staan oplossingen aanreikt. Wat te verwachten valt, gebeurt: Aline en hij gaan scheiden.
En wie duikt alweer op? Lena, de eeuwige vriendin, die afwisselend voor weerwerk en troost zorgt.
‘We probeerden onze houding te veranderen, er klotste water over de rand van de krappe badkuip, we pasten er samen maar net in. (…) Alsof we nooit in twee aparte, nucleaire families opgesloten hadden gezeten. We belden elke dag, verfden elkaars haren, zochten elkaar in het weekend op.’
Is zij de ware psycholoog? De sessies bij de echte psycholoog schieten immers voor geen meter op. Hij wordt naar het einde toe dan ook genadeloos in beeld gebracht: ‘Je moet je nu misschien vooral de vraag stellen waarom je zo bezig bent met wat ik van je vind. Wat vind je zelf?’ Het genadeschot is afgevuurd.
‘Aline’ is geen klassieke roman over een man en vrouw die allerlei ontwikkelingen doormaken. Wel veeleer het verhaal van een vrouw die op zoek is naar zichzelf in een turbulent tijdsgewricht. Een meeslepende story – Debruyne pent snedige zinnen – met vinnige dialogen en authentiek getekende personages. Toch verdiende Alines partner een betere aankleding, dan louter ‘een hij’ te zijn.

