Echo’s van een verdwijnende wereld

Echo’s van een verdwijnende wereld

Harold Polis, ‘Dode bladeren’ 4 out of 5 stars


Met ‘Dode bladeren’ schreef Harold Polis na ‘Autonomie‘ opnieuw een boek dat zich zeer moeilijk laat definiëren. Het beweegt zich vrijelijk tussen autobiografie, cultuurkritiek, essayistiek en filosofische bespiegeling. Polis, die zijn verleden als uitgever bij o.a. De Bezige Bij voor het auteurschap verruilde, schrijft bovendien niet in rechte lijnen, maar springt eerder associatief van herinnering naar observatie.


Het resultaat is een caleidoscopisch portret van een ouder wordende man die terugkijkt op zijn
beschermde jeugd, zijn vriendschappen en de culturele bakens (Nick Cave, Dead Kennedys,..) die zijn leven vormgaven, terwijl hij tegelijk probeert vat te krijgen op een tijdperk dat langzaam maar zeker andere vormen aanneemt. Wat begint als een persoonlijke rouwarbeid groeit uit tot een brede cultuurkritische meditatie over een samenleving die haar geheugen dreigt te verliezen.


Een verlies dat blijft nazinderen

De aanleiding voor dit boek is het overlijden van een jeugdvriend (P.) ten tijde van de instortende WTC-torens ; een groot verlies dat Polis intussen meer dan twintig jaar met zich heeft meegedragen. Wat begint als een persoonlijke zoektocht naar dieper begrip en betekenis van dat verlies groeit gaandeweg uit tot een bredere reflectie over vergankelijkheid, herinnering en de maatschappelijke veranderingen die zich voltrokken tussen grosso modo de jaren zeventig en het begin van de eenentwintigste eeuw. In een recent interview omschrijft Polis die wereld als “de laatste analoge beschaving“.


Een verdwijnende wereld

De dode bladeren uit de titel staan symbool voor wat langzaam maar onvermijdelijk verdwijnt: de onschuld van de samen met P. ervaren en beleefde jeugd, de vertrouwde zekerheden, culturele referentiekaders en maatschappelijke verbanden. Polis kijkt terug op die alsmaar afbrokkelende wereld. Daardoor wordt zijn boek ook een bijzonder genuanceerde meditatie over afscheid nemen. Waarbij hij onder meer tot het inzicht komt dat geen enkele culturele of persoonlijke orde blijvend van aard is.


Vergilius en Dante als gidsfiguren

Opmerkelijk is de literaire rol van Vergilius, die in dit boek als gidsfiguur opduikt. Net zoals Dante
zich in de ‘Divina Commedia’ door Vergilius laat begeleiden tijdens zijn tocht door de onderwereld, onderneemt ook Polis een best moeizame afdaling in zijn eigen verleden. Die zoektocht roept universele vragen op over onder meer verlies, schuld en genade.

De auteur toont hoe de hedendaagse samenleving steeds sneller en vluchtiger wordt, waardoor historische diepgang onder druk komt te staan. Economische efficiëntie en materiële welvaart hebben aandacht, historische gelaagdheid en collectief geheugen naar de achtergrond verdrongen. Zo stelt de schrijver dwingende vragen bij een maatschappij die alsmaar minder voeling met haar eigen verleden wil houden.


Tegen de tirannie van efficiëntie

Vooral zijn beschouwingen over hedendaagse consumptie, economische vooruitgang en de illusie dat materiële welvaart automatisch tot een betekenisvol leven leidt, zijn bijzonder scherp:

Als je dat allemaal verving door economische efficiëntie, dan zaagde je de tak af waarop je zat. Je kon een kind niet reduceren tot een nuttige werknemer in spe zonder de samenleving te verarmen waaruit het was voortgekomen.


Vriendschap als kompas

Minstens even belangrijk in ‘Dode bladeren’ is vriendschap. Doorheen het boek keren vrienden, ontmoetingen en gedeelde herinneringen terug als oriëntatiepunten binnen een sterk veranderende werkelijkheid. Vooral de afwezige vriend P. groeit gaandeweg uit tot meer dan een baken. Hij wordt zowaar een symbool voor een hele generatie en voor een manier van leven die nu grotendeels verdwenen is.

Wat initieel begint als een persoonlijke terugblik, evolueert tot een diepgaand
onderzoek naar hoe mensen hun identiteit via anderen vormgeven. Zoals ook uit volgende
ontroerende passage blijkt:

Ik wil niet dat je verdwijnt. Ik wil dat je in de buurt blijft. Ik wil met je drinken op een terras dat zwijgt in de schaduw van bloemende lindebomen. Ik wil met je praten over de looplijnen van middenvelders van Antwerp, terwijl we rokend naar huis slenteren. Ik wil weten wat je van je leven vond en je onbeschaamde vragen stellen. Terugzien doe ik je toch niet meer.


De schoonheid van de omweg

Die herinneringen worden dus niet chronologisch gepresenteerd, maar verschijnen als fragmentarische flarden, echo’s en associaties, wat de toegankelijkheid soms wel wat bemoeilijkt. Al geeft die heel vrije, improviserende structuur ergens ook een bijzondere charme aan dit ontzettend rijke boek.

Soms lijkt Polis, een scherpzinnig observator én tegelijk een even subtiel als bedachtzaam essayist, sterk af te dwalen, maar naar het einde toe blijken de vele omwegen deel uit te maken van een grotere gedachtegang waarin persoonlijke ervaringen met cultuurgeschiedenis, literatuur, muziek en maatschappelijke ontwikkelingen verbonden worden.

Na lectuur stel je als lezer vast dat Polis met ‘Dode bladeren’ een rijk, intelligent en gelaagd boek over transitie schreef. Enerzijds is er het afscheid van een oude wereld met haar vertrouwde codes en culturele ankers, anderzijds het aarzelende ontstaan van een nieuwe werkelijkheid waarvan de contouren nog erg onzeker zijn. Je zou na het lezen van ‘Dode bladeren’ kunnen opmerken dat de schrijver soms gevaarlijk tegen de grenzen van melancholie en nostalgie aanschurkt. Daartegenover staat dan weer dat hij de lezer duidelijk aanspoort tot het beantwoorden van allerlei vragen rondom de ‘laatste analoge samenleving’.

Polis biedt geen definitieve antwoorden en weigert het verleden te idealiseren. Precies daarin schuilt een van de grootste kwaliteiten van dit boek. De schrijver erkent wel dat sommige vragen wellicht altijd onbeantwoord blijven en dat betekenis vaak net schuilt in het proces van blijven zoeken. Zijn boek onderzoekt wat verloren gaat wanneer een wereld verdwijnt, zonder te suggereren dat die wereld terug te halen valt. Het eindresultaat is een best indrukwekkende, stilistisch verzorgde literaire elegie die lichtjes knipoogt naar Zweigs’ ‘De wereld van gisteren’. Een prima uitnodiging ook om anders naar onze eigen tijd te kijken.

Related Images:

Philippe De Cleen

Philippe De Cleen houdt van mooie boeken en van mooie muziekjes. Is ongetemd als het op cultuur aankomt. Leest vrijwel continu, zelfs op de bus, tram of trein onderweg.