‘Digger’: Graven naar een middelvinger
‘Digger’ (2026) 
Een unicum in onze bioscoopzalen: ‘Digger’ is een film die het onmogelijke klaarspeelt en tegelijk zowel geslaagd als een ramp is. Een peperdure catastrofe met flarden schitterende cinema die ons pisnijdig maakte en ons hart veroverde. Velen roeptoeteren nu al dat de film een misbegrepen klassieker zal blijken te zijn. Zo’n vaart zal het wel niet lopen, maar er enkel ziedend op reageren en de film vervloeken is er ook een eind over. We geven hem 3 sterren, want: de waarheid ligt ergens in het midden.
Weerzin
Cineast Alejandro Iñárritu zit in een boeiende positie – op 25 jaar tijd ging hij van arthousefilms (‘Amores Perros’) naar Oscarwinnende prestigeprenten (‘Birdman’, ‘The Revenant’), om dan nu als een koning te rijk zijn zin te kunnen doen. Helaas betekende dit dat hij met zijn meest recente output (‘Bardo’) te idiosyncratisch te werk ging en leek te getuigen van een enorme eigendunk, alsof Iñárritu de spots op zichzelf zette en het publiek in een onaangename greep hield. Kwaliteitsvolle cinema waar je al eens een middelvinger naar durft opsteken.

Die lijn trekt hij in ‘Digger’ op groteske wijze door. De eerste helft ben je ervan overtuigd dat Iñárritu de bal compleet misslaat, om je in de tweede helft te tonen dat er een talent aan het roer staat – wat wel moet betekenen dat het schabouwelijke eerste uur intentioneel was. Onze kijkervaring werd er bijzonder vreemd door: we voelden haat, maar vroegen ons af of we mis waren.
Zelfbedwang
De boodschap is alvast geen frisse meer: de mens heeft de aarde verpest en we zijn er allen schuldig aan. Een enorm ijsschots drijft naar het Europese vasteland en olietycoon Rockwell Digger (een onherkenbare Tom Cruise in hypermodus) moet ons redden. We zouden de plot graag met meer nuance uitleggen, maar als de film het al niet doet, waarom wij dan wel?

Je maakt ons niet wijs dat Iñárritu niet zou weten hoe hij een publiek moet bespelen. Dat hij kiest voor een hermetische en verstikkende benadering, frustreert. De film raast door zonder een ogenblik ademruimte. Dat eerste uur voelt als een vormloze brij bombast, die er bovendien onappetijtelijk uitziet – die CGI-achtergronden zijn spuuglelijk. ‘Digger’ is een pletwals, met razende personages die komen en gaan, met een zee aan moppen die niet landen (John Goodman heeft als president van de VSA kanker in de reet), met sets die gedeconstrueerd en hervormd worden, met metaperspectieven over de rol van kunst in een ineenstortende wereld. Het voelt alsof elke kans de strot wordt toegeknepen door Iñárritu, die het woord zelfbeheersing niet kent.
We keken hard uit naar de langverwachte terugkeer van de meest briljante der cameramannen, Emmanuel Lubezki (‘Gravity’, ‘The Tree of Life’). Maar we begrijpen de visuele benadering niet, met die theatrale groothoekbeelden om het vernuft van het setontwerp te benadrukken en dat voortdurende kikvorsperspectief – we hebben twee uur naar de kin van Tom Cruise mogen staren. Dat komt dan binnen alsof Iñárritu en Lubezki geinig en origineel willen doen, om ons eigenlijk enkel op de zenuwen te werken.
Pluimen
We stonden op het punt de bioscoopzaal in lichterlaaie te zetten – zó frustrerend was de beleving – maar toen gebeurde iets. Een lang, ononderbroken shot van Digger die speecht voor de Verenigde Naties. En dan zie je plots, onder alle karikaturale lagen van het filmmaken en onder de protheses en make-up, Tom Cruise fantastisch spelen. Het zet de deur open naar nog meer mooie acteermomenten – zijn personage bloeit pas open in de tweede helft. Vervolgens merk je dat ook de bijrollen – we zien Riz Ahmed, Sandra Hüller, John Goodman, Michael Stuhlbarg – van hoog niveau zijn.

Plots herinnerden we onszelf eraan dat we risico in cinema aanmoedigen – we waren al fan van Coppola’s ‘Megalopolis’ en ‘Digger’ sluit er heus wel bij aan. Dus dat is een pluim. En los van het al dan niet kunnen pruimen van Iñárritu, de man weet wel waar hij mee bezig is en zijn controle over een immense productie als ‘Digger’ maakt indruk. Nog een pluim. Maar de grootste troef is uiteindelijk Tom Cruise, die ein-de-lijk even zijn franchisefilms vergeet en hier nog eens in een rol kan verdwijnen. ‘Born on the Fourth of July’, ‘Eyes Wide Shut’ en ‘Magnolia’ bewezen het al: er schuilt een uitstekende acteur in Tom Cruise. Volgende pluim.
In vuur en vlam
‘Digger’ blijkt tot niemands verrassing te floppen aan de kassa’s. Dat is vooral jammer omdat een film als deze alleen kan bestaan dankzij de vrijheid én de middelen die Iñárritu kreeg. Wat gebeurt er als studio’s straks concluderen dat zulke dure risico’s hun geld niet waard zijn? Als niemand komt kijken naar een film van 130 miljoen dollar die buiten de lijntjes probeert te kleuren, zullen filmmakers dan nog de kans krijgen om dat te doen?

Er komt ongetwijfeld nog iets van herwaardering van ‘Digger’ in de nabije toekomst, eens het stof is gaan liggen. Geloven we dat het een moderne klassieker zal worden? Neen, daarvoor vliegt de film te vaak en te hard uit de bocht. Gaan we de film ooit nog eens herbekijken? Geen idee of we daar ooit nog zin in gaan hebben. Maar verdient ‘Digger’ het om twee uur van je leven aan te schenken? Waag je gerust aan de sprong. Probeer gewoon de bioscoopzaal niet in lichterlaaie te zetten.
‘Digger’ speelt nu in de bioscoop.
