Een verrassende blik achter de schermen
Jo De Poorter, ‘Hoe is die in het echt?’ 
Jo De Poorter (1966) is niet enkel een geboren verteller, maar voert bovendien aardig de pen. Zo schreef hij vroeger reportages voor Het Nieuwsblad, De Standaard en Knack. De afgelopen jaren publiceerde hij heel wat boeken zoals: ‘De Macht van Mathilde. De ware impact van de koningin der Belgen (2023), ‘Albert & Paola. Het geheim van de liefde (2024) en ‘De koning is dood. Leve de koning’ (2025) In ‘Hoe is die in het echt’ gaat hij nu zelf voor de spiegel staan.
De Poorter verstaat, in tegenstelling tot sommige BV’s, de kunst om zichzelf te relativeren. In alles wat hij schrijft, wars van al te goedkope sensatiezucht, lukt het hem wat hij opdist in de juiste context te plaatsen.
Zo werpt hij zich bijvoorbeeld niet op als een expert par excellence in koningskwesties. Hij schrijft het toe aan een toevallige gebeurtenis. Op een dag werd hij door Liesbeth Imbo in de studio van Radio1 geïnviteerd om iets te vertellen over prins Laurent.
Wat als een kort item van zes minuten was bedoeld, werd uiteindelijk een babbel van bijna een half uur. Het label royalty-expert bengelde meteen aan zijn jasje. Hij mocht kort hierop al commentaar leveren tijdens de begrafenis van koningin Fabiola. Meer nog: hij kreeg een microfoon voor zijn mond geduwd tijdens de kroning van koning Charles. Zo snel kan het gaan in medialand. Rijst dan de onvermijdelijke vraag waar hij al zijn kennis vandaan haalt?
‘Als je genoeg luistert, noteert en bewaart, kom je ooit aan een boek van vijfhonderd bladzijden, of aan voldoende commentaar voor vier uur televisie, zoals in 2025 bij de begrafenis van paus Franciscus en de aanstelling van paus Leo XIV.’
Met empathie neergeschreven herinneringen
Het lijstje van bekende en beroemde mensen die hij de afgelopen jaren heeft ontmoet is amper bij te houden. Van Terry Wogan, over Tony Bennett en Lady Gaga tot aartsbisschop André-Jozef Léonard, of wie dan ook, het lukt hem aardig ze als mensen van vlees en bloed neer te zetten. Treffend en met een flinke dosis empathie borstelt hij enkele portretten van degenen die intussen naar de eeuwige jachtvelden zijn verhuisd. Over een breekbare Yasmine die overal tweede keuze was: ‘Als ik haar nummer Porselein op de radio hoor, dan denk ik dat dat het materiaal is waar ze jammer genoeg nu uit opgetrokken was. Even glanzend als breekbaar.’
Even aangrijpend is zijn getuigenis over actrice Ann Petersen die het uiteindelijk niet is gelukt haar talent te verzilveren.
‘Het was passen en meten om rond te komen en dan nog ging het altijd niet. In de nadagen van haar leven heeft ze nog een verwoede strijd geleverd met de pensioenendienst en RVA omdat ze geld terug moest geven van wat ze al niet meer had. Ze heeft toen ook nog haar auto moeten verkopen.’
Het illustreert hoe De Poorter dat dunne laagje glamour en glitter van de showbizz weet te doorprikken. Dat Robert Long bijvoorbeeld voluit Jan Gerrit Bob Arend Leverman heet, een grote liefde voor de Nederlandse taal had en veel vrienden had.
En dan zijn er, naast al die andere passanten in zijn beroepsleven, die passages over zijn vader die een dubbelleven leidde en het immense verdriet van zijn moeder. Een vader die hij heeft gemist, een man naar wie hij kon opkijken en die hij heeft vervangen door gekozen, gewilde en gewilde vaders: Mark Vlaeminck, Jan Schoukens, Paul Jacobs, Nand Baert en Guido Van Hulle.
‘Hoe is die in het echt?’ is Jo De Poorter op zijn best: open, eerlijk en amper iets verhullend. Een boek dat de vileine roddel overstijgt en zo is neergeschreven dat het vlot wegleest.

