Gekneld tussen kunst en kapitalisme: Raven Ruëll en Bruno Vanden Broecke met alweer een monoloog om in te lijsten
Bruno Vanden Broecke & Raven Ruëll, ‘Confessie’ 
Het is een verhaal dat al mee gaat sinds er kunstenaars en galleristen zijn. Welk verhaal? Dat van de artiest die een stijl zoekt en vindt, vervolgens wordt ontdekt, nadien vervreemdt van zichzelf om aan de vraag van de kunstmarkt te voldoen, om finaal terug tot authentiek werk te komen. Bruno Vanden Broecke vertelt deze sage via een fictief personage, meer bepaald Lasse Vonk.
Als halfbloed Italiaan groeit Vonk op in de schaduw van de Limburgse terrils. Dat laat zich lezen in diens werk, want houtskool is zijn eerste en misschien wel enige liefde. De Antwerpse academie maakt en kraakt hem, tot een galeriehouder hem onder de arm neemt. Wat volgt, is even ontluisterend als voorspelbaar: toevallige vondsten luiden tomeloos succes in, wat gepaard gaat met te veel geld, te veel roesmiddelen en bijgevolg te veel kunst die geen kunst meer is. Lasse eindigt waar het voor hem allemaal begon: in de paar vierkante meter van zijn studio, waar hij opnieuw moet leren kijken, en beginnen.
Qua monologen is Bruno Vanden Broecke niet aan zijn proefstuk toe. Integendeel, hij ontpopte zich de voorbije twee decennia zowat tot de belichaming van het genre. ‘Missie’, ‘Socrates’, ‘Para’, ‘De Woordenaar’, ‘Klink’, ‘Wortels’, … De kans dat een gemiddeld theaterbezoeker Vanden Broecke in voorgaande seizoenen op de Vlaamse podia heeft gezien, is aanzienlijk. Dat programmatoren hem blijven omarmen, heeft alles te maken met zijn metier: Vanden Broecke vindt zichzelf voor elke creatie helemaal opnieuw uit, in die mate zelfs dat menig method actor er een puntje aan kan zuigen.
In ‘Confessie’ krijgt de zaal nauwelijks Vanden Broecke te zien. Daar staat immers Lasse Vonk, een Limburgse chaoot die zijn levensverhaal quasi improvisatoir uit de doeken doet. Onmodieus uiterlijk, lokaal dialect, precies raar genoeg om sympathiek te zijn: het publiek krijgt nog maar eens een masterclass acteren te zien. De cadans van het narratief, Vanden Broecke’s humoristische timing, het evenwicht tussen humor en tragedie in de tekst van Raven Ruëll, de context van zelfvervreemding die tot een gewisse ondergang leidt en als dusdanig de universele laag van de voorstelling vormt: alles is aanwezig om deze monoloog tot het beste te rekenen van wat er de komende maanden op de binnenlandse podia te zien zal zijn.
Haalt ‘Confessie’ daarmee meteen het niveau van Vanden Broecke’s drie meest spraakmakende producties, met name ‘Missie’, ‘Socrates’ en ‘Para’? Het is klagen van weelde, maar om de vraag te beantwoorden: zeker niet. Dat heeft enerzijds met de Limburgse tongval te maken, die niet authentiek aandoet. Een belangrijker reden situeert zich evenwel op inhoudelijk niveau: deze monoloog koppelt geen personage aan een historische werkelijkheid. Het fictieve universum biedt Vanden Broecke alle gelegenheid om een paar archetypes geweldig neer te zetten, en om zich helemaal te vereenzelvigen met een schuchtere, onzekere jongen die ineens door de kunstmarkt opgegeten wordt. De monoloog blijft echter wat vrijblijvend – van Vanden Broecke is het publiek inmiddels meer maatschappelijke of historische urgentie gewend.
Hoezeer Ruëll opkomst en neergang van de kunstenaar ook voorstelt als een quasi gemeenplaats, de toeschouwer gelooft in het personage. Dat gevoel wordt overigens bestendigd door middel van enkele artificieel gegenereerde beelden van onbestaande kunstwerken, waardoor menigeen zelfs zou gaan twijfelen of Vonk dan toch geen reëel figuur is. Vanden Broecke trekt de zaal kortom op alle mogelijke manieren mee in het aandoenlijke verhaal van een verloren ziel, die zijn identiteit laat vermarkten. Zodoende wordt ‘Confessie’ een parabel over het spanningsveld tussen individu en kapitalisme. Weliswaar interessant, zij het zonder de socio-politieke of ideologische weerhaken van bijvoorbeeld ‘Klink’ of ‘Wortels’, die de toeschouwer dwongen zich moreel te verhouden tot wat er gezegd werd. In vergelijking ademt ‘Confessie’, anders dan de titel doet vermoeden, minder noodzaak.
Feit blijft niettemin dat Ruëlls tekst, hoewel qua verloop niet de meest inventieve, Vanden Broecke op het lijf geschreven is: speels, moeiteloos laverend tussen geestigheid en drama, baldadig met taal en ontroerend opgevat als een faustische queeste die uitkomt bij haar beginpunt, de moederschoot. Vakwerk zoals het zelden te zien is – ‘Confessie’ hoeft geen meesterwerk te zijn om ontroering en kolder toch feilloos te verknopen tot nog maar eens een kleinood van anderhalf uur.

Gezien in Leietheater (Deinze) op 23/10/2026.
Copyright foto: maruszak.photo
