Hoe Rinus van de Velde de autobiografie binnenstebuiten keert

Hoe Rinus van de Velde de autobiografie binnenstebuiten keert

 Rinus van de Velde, ‘A Fictional autobiography II’ 4 out of 5 stars

Met ‘A Fictional Autobiography II’, uitgegeven bij Hannibal, zet Rinus van de Velde (°1983) opnieuw een betekenisvolle stap in zijn nu al uitzonderlijke parcours en keert hij de autobiografie binnenstebuiten. Het boek biedt een helder en rijk overzicht van zijn recente werk (2020–2025), waarin hij een intrigerend spel speelt met identiteit, fictie, herinnering en zelfrepresentatie. Het brede spectrum aan gebruikte media — houtskool, oliepastel, potlood, sculpturen, keramiek, installaties en filmstills, beklemtoont hoe veelzijdig en gelaagd zijn creatieve en artistieke praktijk is. Van de Velde gebruikt fictie niet als ontsnappingsroute, maar als instrument om het autobiografische te ondermijnen.

Een fictief alterego dat verschillende rollen verenigt

Centraal in zijn oeuvre staat al jaren een fictief alter ego: een protagonist die fungeert als dubbelganger, maar ook als projectiescherm. Deze figuur neemt uiteenlopende, vaak tijdelijke rollen aan — kunstenaar, avonturier, kluizenaar, denker, pleinairist, tennisser. De begeleidende tekst ‘Lost Landscapes’, een gedicht van de Amerikaanse A.M. Homes, verwijst ook heel subtiel naar die veelvormigheid.

Het is precies dit spel met identiteit dat zoveel kunstliefhebbers aanspreekt. Herkenbaar, ook in de manier waarop hij de mythe van de kunstenaar relativeert. Van de Velde toont hoe identiteit altijd een constructie is, voortdurend in beweging, en hoe herinnering onvermijdelijk een fictieve component bevat. Zijn personages zijn fictief, hun gedachten evenzeer, en toch resoneren ze als mogelijke levens. Het alter ego fungeert zo als een vehikel om alternatieven op het huidige bestaan in tijd en ruimte te testen — aantrekkelijk, soms ironisch, dan weer melancholisch.

Bijzondere verhouding tussen tekst en beeld

Een ander kenmerkend element in het werk van Rinus Van De Velde is de bijzondere verhouding tussen tekst en beeld. Zijn grote houtskool- en oliepasteltekeningen worden vaak vergezeld door onderschriften: soms één regel, soms een korte monologue intérieur. Die teksten richten zich in veel gevallen tot fictieve personages — Albert, Claude (Monet?), Bill, Emil (Nolde?), Paul (Klee?), Joan of Paula — maar draaien die rollen even vaak om. Zoals in de heerlijke omkering: “Dear Rinus, I took a pleasant little appetizing stroll easily and enjoyably it unfolded, yours truly, Robert.”

Het toont hoe Van de Velde volop speelt met narratieve elementen én met de (al dan niet) betrouwbaarheid van verteller en vertelling. Hij bevraagt kritisch de autobiografie, maar ook de mythe van de arbeidende / zwoegende kunstenaar. Zijn teksten creëren ironie, frictie en vormen soms een regelrechte contradictie met het beeld.

Twijfel, herhaling en mislukking

In het oeuvre verschuift de focus nadrukkelijk naar reflectie: twijfel, herhaling, mislukking. Het alter ego – de ‘Rinus van de Velde’ die zichzelf omschrijft als ‘armchair voyager‘, ‘hard edge minimalist painter‘ of ‘landscape painter’, staat onder meer stil bij gemaakte keuzes, ambities en mislukkingen:

“now he thinks about this, now that, now on this or that now on something else, the thoughts come and go.”

De studio duikt daarbij steeds vaker op als motief: tegelijk vormt het een veilige thuishaven net zoals het ook een laboratorium van falen, hernemingen en onafgewerkte ideeën is. In een onderschrift lezen we bijvoorbeeld:

“the inspired one notices to his surprise that the one from whom he was inspired is now inspired by himself and the result in turn provides inspiration to a third who is actually unaware of the second.”

Opvallend is ook de toenemende aanwezigheid van kleur. Waar Van de Velde eerder naam en faam maakte met grote, echt monumentale houtskooltekeningen – vaak herinnerend aan Frans Masereel, zien we in ‘A fictional autobiography II’ veel meer landschappen, luchten en interieurs opduiken die qua invloeden in inspiraties ergens richting Van Gogh en Hockney wijzen.

Humor en zelfrelativering

Een van de grootste sterktes van Rinus Van De Velde blijft zijn buitengewone talent om emoties niet te schuwen, maar ze ergens tegelijk met speelse, zelfrelativerende humor te benaderen. Zo is er een werk waarin de studio oogt als een nucleair laboratorium — een voorzichtige knipoog naar de explosieve, onvoorspelbare aard van creatie. Elders neemt hij zichzelf ook heerlijk op de korrel:

“he reads two pages, makes a small drawing in coloured pencils every day, makes pasta for the children and eats pizzas on fridays, when he visits he drinks two cans of coke zero, he can imitate a dog incredibly well, he is a human machine and I like him.”

Het toont hoe hij het kunstenaarschap ernstig neemt, maar de hele kunstenaarsmythe tegelijk kritisch, met lichtheid en humor, bevraagt. Met de publicatie van ‘A Fictional Autobiography II’ toont Van de Velde hoe fictie een vorm van waarheid kan worden — niet zozeer door feiten te bevestigen, maar net door de onderliggende mechanismen van zelfrepresentatie bloot te leggen. Het boek vormt zo een intrigerende synthese van vijf jaar onderzoek, twijfel, spel en verbeelding, En laat vooral ook echt alle ruimte voor de toekomst.

Related Images:

Philippe De Cleen

Philippe De Cleen houdt van mooie boeken en van mooie muziekjes. Is ongetemd als het op cultuur aankomt. Leest vrijwel continu, zelfs op de bus, tram of trein onderweg.