Worstelen met onsterfelijkheid – Ernest Becker en de menselijke drang naar betekenis

Worstelen met onsterfelijkheid – Ernest Becker en de menselijke drang naar betekenis

Ernest Becker, ‘De ontkenning van de dood’ 4 out of 5 stars


Met de verschijning van ‘De ontkenning van de dood’ in het tiende deel van de Paradigma-reeks krijgt het Nederlandse taalgebied eindelijk een nieuwe vertaling van een van de meest invloedrijke en ontregelende werken uit de moderne existentiële filosofie. Ernest Becker (1924–1974), Amerikaans cultureel antropoloog, universitair docent en denker, schreef het boek in 1973 als een diepgravende reflectie op de menselijke sterfelijkheid – een thema dat hem tot zijn dood zou blijven bezighouden. Postuum won hij er in 1974 de Pulitzerprijs mee.


De dood als motor van het leven

Centraal in Beckers’ werk staat de gedachte dat het juist de angst voor de dood is die ons tot leven aanzet. Het besef van sterfelijkheid en onze moeite om die te aanvaarden vormen volgens Becker de kern van menselijke activiteit. In ‘De ontkenning van de dood’ pleit hij voor de erkenning van onze kwetsbaarheid en wederzijdse afhankelijkheid als drijvende krachten achter ons bestaan :

Het idee van de dood, de angst ervoor, achtervolgt het menselijke dier als niets anders. Het is een drijfveer van menselijke activiteit – activiteit die grotendeels is ontworpen om de fataliteit van de dood te voorkomen, te overwinnen, door op de een of andere manier te ontkennen dat het de uiteindelijke bestemming van de mens is.


Symbolische systemen als antwoord op sterfelijkheid

In plaats van de dood te aanvaarden, bouwen mensen volgens Becker symbolische systemen – religie,
cultuur, prestaties, nalatenschap – om zichzelf te vereeuwigen. Hij stelt onder meer dat ‘de enige manier waarop een eenzame zielenpoot kan proberen de dood heldhaftig te overstijgen is door iemand anders te verafgoden, zich compleet in dienst van die ander te stellen.’

Deze drang naar betekenis en heldendom is niet alleen de motor van cultuur, maar ook de bron van neurose, van agressie en ideologische conflicten. De dood wordt niet alleen ontkend, maar geprojecteerd op anderen – vijanden, zondebokken, het onbekende.


Beckers erfenis in het heden


Becker putte uit verschillende disciplines zoals psychologie, sociologie, filosofie en theologie. Zijn denken leeft voort in het werk van hedendaagse denkers zoals de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum (met focus op menselijke kwetsbaarheid en waardigheid) en de Duits-Koreaanse Byung-Chul Han. Vooral het werk van Han sluit erg nauw aan bij dat van Becker: hij stelt dat onze moderne samenleving de dood in verregaande mate verdringt, medicaliseert en commercialiseert, wat onder meer leidt tot een verlies van betekenis en rituelen rond sterven. Zowel Han als Becker benadrukken dat doodsangst vandaag de dag sterker geïndividualiseerd is, waardoor ze niet enkel haar verbindende kracht verliest maar ook tot gevoelens van isolatie, eenzaamheid en vervreemding kan leiden.


Actuele relevantie


In een tijd die sterk gedomineerd wordt door pandemieën, klimaatcrisis, AI en digitale onsterfelijkheid, resoneren Beckers ideeën overigens sterker dan ooit. Zijn werk biedt echter geen troost, maar wél helderheid. Het confronteert ons met de existentiële paradox van het mens-zijn: we verlangen immers naar eeuwig leven, maar zijn volstrekt gedoemd tot eindigheid. Juist in die fundamentele worsteling ontstaan cultuur, liefde, kunst en conflict, zo stelt Becker. Wat mensen ook doen, het kan altijd begrepen worden als een poging om de eigen menselijke sterfelijkheid te ontkennen, zo luidt Beckers’ pleidooi.


Een filosofie van moed


Becker roept met ‘De ontkenning van de dood’ niet op tot nihilisme, maar net tot moed. Zijn werk, waarin hij vrijelijk put uit een veelheid aan intellectuele invloeden, dient gelezen te worden als een pleidooi om de dood niet te verdringen, maar net om haar volwaardig in het leven te integreren. Niet als vijand, maar als grens die betekenis geeft.

Dat idee sluit aan bij existentialistische auteurs als Simone De Beauvoir of bij Albert Camus’ ‘De mythe van Sisyphus’. Zij stellen dat de mens ondanks de absurditeit toch ervoor kiest om te leven. Evengoed is er tussen het werk van Becker en dat van de Duitse filosoof-auteur Martin Heidegger een verwantschap. Hoewel beiden uit verschillende tradities komen – respectievelijk culturele antropologie en fenomenologie, zijn er duidelijke raakvlakken. Beide zien de dood als een centrale betekenisgevende structuur in het mens-zijn. Een bewuste confrontatie met sterfelijkheid zien zij ook beiden als opmaat naar een voller en betekenisvoller bestaan.

‘De ontkenning van de dood’ is geen eenvoudig boek, maar valt misschien eerder als een noodzakelijk boek te omschrijven. Het daagt uit, ontregelt en verheldert. In een wereld die de dood liever wegfiltert, biedt Becker de lezer een spiegel. En wie durft te kijken, ontdekt misschien geen eeuwig leven, maar wel een leven met eeuwige betekenis.

Related Images: