Treurzang in een stille vallei

Treurzang in een stille vallei

Stefan Brijs, ‘Het geduld van de bloemen’ 4 out of 5 stars

Er zijn dagen dat hij meer tegen dieren dan tegen mensen praat. Dieren die in hun bestaan worden bedreigd. Bijvoorbeeld In het Spaanse Fuente de Picara zijn veertig flamingo’s in plaats van tienduizenden en meer geboren. Kort na hun geboorte zijn ze alle veertig van de honger gestorven. Het is een van de vele trieste constateringen uit ‘Het geduld van de bloemen’ van Stefan Brijs (1969). Een vervolg op ‘Berichten uit de vallei’.

Al elf jaar woont Brijs, die zich met ‘De engelenmaker’ (2005) en ‘Post voor mevrouw Bromley’ (2011) destijds als succesvol auteur profileerde, in Spanje. Zijn verblijf in Andalusië – hij woont er in het dorp Cútar – was goed voor ‘Andalusisch dagboek’ (2017) en ‘Berichten uit de vallei’ (2020). Twee titels waarin hij met meesterlijke pen zijn liefde voor de natuur, fauna en flora etaleert. Een complete verrassing is het allerminst. In Genk, zijn vroegere woonplaats, resideerde hij dicht bij een natuurgebied en was hij vertrouwd met elke diersoort en alle planten. In Andalusië kwam alles nieuw op hem af.

Over de natuur schrijven ervaart Brijs duidelijk minder zwaar dan tussen vier muren aan een roman zitten sleutelen. Het is voor hem in openlucht spelen, kijken, luisteren, zich verwonderen, om vervolgens alles met oog voor detail neer te pennen.

Nadat ‘Zonder liefde’ (2019) door de literaire kritiek niet zo positief werd onthaald, blijft het wachten op een nieuwe roman. De twijfel bij de schrijver is wellicht groot, temeer omdat hij met nieuw werk stevig wil terugslaan. In afwachting levert hij met zijn natuurboeken literaire pareltjes af. Dat is met ‘Het geduld van de bloemen’ niet anders het geval.

Een natuurliefhebber in hart en nieren

Brijs is duidelijk een man die op stilte is gesteld. Het zoemen van de bijen in de vallei wil horen, of elke ochtend met het gezang van vogels wakker wil worden. Een natuurliefhebber in hart en nieren. Een vogelaar maar evenzeer botanicus, die geen vogel onopgemerkt voorbij laat vliegen; elke bloem met de grootste aandacht bestudeert en uit het blote hoofd wil benoemen. Zijn liefde voor het Andalusische landschap, dat meer en meer door de mens wordt bedreigd en langzamerhand wordt vernietigd, is dan ook grenzeloos. Het is voldoende dat hij enkele Spanjaarden met een meetlat in de buurt van een stokoude olijfboom ziet, of hij stormt zijn schrijfhut uit om tekst en uitleg te vragen.

‘Jaar na jaar is dezelfde olijfboom de eerste halte van de jonge torenvalken. (…) Laatst zag ik twee mannen bij de boom. Ik ben altijd op mijn hoede als er meerdere personen tegelijk in de vallei opduiken. Meestal kondigt dat onheil aan. (…) De gedachte dat deze boom dit lot beschoren was – de mannen waren al met een meetlint in de weer – joeg me mijn schrijfhut uit.’

Is stilte dan niet langer meer vredig?

Het aantrekkelijke van ‘Het geduld van de bloemen’ is dat het zich tegelijk als een dagboek, een reisverslag en logboek laat lezen. Variatie troef. Wordt hij de ene dag lyrisch van een zeldzame pioenroes, die hij toevallig ontdekt én waarover hij alles wil weten; dan maakt hij zich enkele dagen ontzettend boos over El Ejido. Een gebied waar ooit elke morzel grond werd ingepalmd voor de bouw van kassen waarin tonnen groenten en fruit voor warenhuizen in het westen worden geteeld.

‘Het gevolg is dat het water in de ondergrond inmiddels zo goed als op is en de capaciteit van de ontziltingsinstallatie voor zeewater, die er in 2016 is gekomen, nog geen tien jaar al niet meer toereikend is.’

Watertekort in Spanje het is een terugkerend thema in al zijn natuurboeken. Het stemt hem triest, net zoals de erosie genadeloos toeslaat en bestrijdingsmiddelen niet te herstellen schade aanrichten. Een ware doemdenker is hij niet, wat hij op een van zijn talloze tochten door de regio plotseling ontdekt zorgt voor een intens moment van vreugde.

Een jodelende wielewaal, of vier nachtegalen die in de vallei waar hij zijn vaste stek heeft elkaar uitdagend toezingen. En er is die zalige stilte in en om zijn woning, iets waar degenen die bij hem op bezoek komen met onbegrip op reageren, en Brijs zich moet verantwoorden. Ervaren we de stilte dan niet langer meer als vredig?

‘Het geduld van de bloemen’ lees je zowel met een gevoel van grote bezorgdheid als verrukking. Hier is een stilist aan het woord, een natuurliefhebber die de lezer niet onberoerd laat. Een auteur die erin slaagt een koppel zwaluwen, dat toekijkt als hij en zijn vrouw op hun terras aan het lunchen zijn, menselijke trekjes toe te dichten. Het zijn voor hem twee obers in een slipjas. ‘Het geduld van de bloemen’: een boek over schoonheid, verrukking, maar ook over intens en stil verdriet.

Related Images: