Een frisse douche voor de ogen

Een frisse douche voor de ogen

Kaat Celis & Rik Van Puymbroeck, ‘Iconobelge: 200 jaar fotografie met impact’ 4 out of 5 stars

Hoeveel beelden draagt iemand onbewust mee? Op bladzijde 112 van ‘Iconobelge’ zien we een man met hemd en das een winkelkar voor zich uit duwen. Bovenop de winkelkar rust een Ferrari trapauto. We herkennen de foto onmiddellijk, zagen het beeld ooit in de krant afgedrukt. De foto is absurd, zoals enkel de realiteit dat kan zijn.

Nick Hannes (1974) is verantwoordelijk voor het beeld. In de begeleidende tekst wordt er geciteerd uit een vroeger interview met de fotograaf in de krant De Morgen, waarin hij het heeft over de invloed van fotograaf Henri Cartier-Bresson (1908-2004):

Niet knippen in beelden, een zwarte kader eromheen, le moment décisif. Vandaag wordt dat vaak afgedaan als belegen, maar ik wil het belang ervan blijven erkennen.

Prikkelende duiding

Los van de foto’s laat dit boek zich kennen als een uitstekende gids. De duidende teksten van Celis en Van Puymbroeck zijn niet exhaustief, maar bevatten genoeg prikkelende duiding voor de lezer/kijker.

Vaak belichten ze minder bekende facetten naar voren van fotografen die we ondertussen al decennia denken te kennen. Michiel Hendryckx (1951) associëren we doorgaans met beelden die doordrenkt zijn van geschiedenis, een erfenis van zijn jarenlange rubriek ‘Altijd ergens, altijd iets’ in De Standaard Weekblad. Uit zijn boek ‘Het verlangen naar Frankrijk’ (’17) lichtten Celis en Van Puymbroeck volgende zin:

Een van mijn grote voorbeelden is de Hongaarse fotograaf André Kertész. Soms droom ik niets meer te moeten, dat ik alle tijd heb om zoals Kertész mijn dagen te vullen met het fotograferen van muren, schaduwen en reflecties.

Joy Division

Licht en het effect daarvan op de dingen. Het is ook de leidraad in de omschrijving van Dirk Braeckmans (1958) werk. Zijn werk, gehuld in donkere tinten, werd eind 2024 gekoppeld aan de Oostendse schilder Léon Spilliaert (1881-1946) voor de tentoonstelling Dirk Braeckman-Léon Spilliaert: Nachtdieren. Bij Braeckman is het alsof je kijkt naar het geluid van Joy Divisions album Unknown Pleasures (’79): diffuus en ontregelend. De deur staat op een kier. Maar het is net dat streepje licht dat het verschil maakt.

De flits van de camera kaatst af op het oppervlak van de afbeelding, op de textuur van de muren, gordijnen, tapijten en posters. […] De kunstenaar toont lege vertrekken waar tijd lijkt stil te staan, elementen van inwisselbare interieurs of personages die louter aanwezig zijn, allen los van een specifieke identiteit, plaats, tijd of emotie.

Het kan koud worden in het hoofd bij het bekijken van Braeckmans foto. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich Lieve Blancquaert (1963). Door de soms wisselende kwaliteit van haar televisiewerk dreig je te vergeten dat ze fotograaf is. De in dit boek opgenomen portretten zijn helder zonder banaal te zijn, maar er is vooral die kleur van de kleding. Lichtblauw. Fel oranje. Een aspect dat ons was ontgaan.

Volleyballende paters

Spijtig is dat de katern ‘Illustere voorgangers’ karig is voorzien van beeldmateriaal. Van een overzichtsboek dat de titel draagt 200 jaar fotografie met impact verwacht je toch meer dan twee foto’s van acht pioniers van de Belgische fotografie. Walter De Mulders foto van volleyballende paters is evenwel even swingend als The Beatles’ versie van Twist and Shout. De spirit van de sixties beperkte zich niet tot Carnaby Street maar drong blijkbaar ook door tot de Abdij van Affligem.

‘Iconobelge’ is een boek dat iedere liefhebber van fotografie (en wie is dat niet?) nooit lang zal laten staan op de boekenplank. Al is het maar omdat je af en toe een beeld bewust wil bekijken.

Related Images:

Karel Alleene

Karel Alleene is redacteur bij Cutting Edge boeken.