De schrijver en een vrolijk jongetje

De schrijver en een vrolijk jongetje

Herman Brusselmans, ‘De lamzak’ 5 out of 5 stars

Na ‘Simpele personages’ en ‘De promotie’, twee titels die vorig jaar verschenen, lijkt Herman Brusselmans (1957) in niets op een gepensioneerde auteur. Het schrijven gaat onverminderd door. In ‘De lamzak’, zijn nieuwste literaire worp en het eerste deel van een trilogie, duiken naast personages als een bakkersgast en een man met geverfd haar ook zijn zoontje Roman en zijn geliefde Lena op.

De schrijver wordt ’s nachts wakker, stapt uit bed om te plassen en denkt ineens aan iemand. Een man met geverfd haar die hij tijdens een avondwandeling ontmoette en die hem vertelde dat hij een reuzenhagedis had. Het dier besprong zijn vriendin tijdens haar hartaanval, sloeg met zijn voorpoten op haar borst en redde haar van de dood.

Helemaal verzonnen of naar waarheid opgedist? De hagedis die op de cover van ‘De lamzak’ staat afgebeeld, illustreert de vreemde wereld waarin we leven. Een íwereld waarin de auteur, voor wie het de laatste tijd niet meevalt, er toch het beste van probeert te maken. Door overdag minder te roken, een wandeling met de hond AquÍ te maken, te stoeien met zijn zoontje Roman, én te verlangen naar het moment dat zijn vriendin Lena na een werkdag of een feestje weer thuiskomt.

Maar de dagen verlopen voor hem niet rimpelloos: de aanschaf van een Alfa Romeo zorgt voor parkeerstress, de hond wordt ziek en hoewel zijn geluk na de geboorte van Roman niet op kan, heeft hij minder zin om nieuw werk te schrijven. Het zorgt ervoor dat hij gaat piekeren over alles en nog wat, zelfs over de dood.

Toch verhindert  het hem niet om gul uit te pakken met zijn typische humor, die vaak tegen het volstrekt absurde aanleunt. Hilarisch is de scène waarin zijn grootvader, afgaand op een volkswijsheid, ervan overtuigd is dat hij een erectie kan krijgen door zijn penis in te smeren met eekhoornurine.

‘Dus nam m’n grootvader z’n geweer ter hand, en ging hij een eekhoorn uit de bomen schieten. Door z’n slechte zicht schoot hij drie duiven, twee eksters en een wespennest naar beneden, en ook een paard in de wei van boer Krelis.’

Is hij milder geworden dan vroeger?

Het is uitgerekend die wisselwerking tussen geschifte fragmenten en pure ernst, aangevuld met plaagstoten naar Roel Richelieu van Londersele en andere schrijvers, die de lezer aan ‘De lamzak’ kluistert. Het is een voortdurend schakelen van hardop lachen naar naar adem happen wanneer hij met herinneringen aan vroeger zijn pure schrijverschap etaleert. Het heengaan van zijn moeder in 1992 grijpt je naar de keel; de koude rillingen lopen zo over je rug.

‘Hoor je mij, moeder? Ik stuur berichten naar jou, met mijn brekende stem. Tel er mijn tranen gerust bij, al heb ik niet meer in het openbaar gehuild sinds 2004. (…) Sommigen zeggen: “Moet je nog rouwen om iemand die wegging in 1992?” En dan antwoord ik: “Als je dat niet doet, ben je niet waard dat je nog leeft.”’

Is hij in vergelijking met vroeger milder geworden? Het verwijzen naar een oude Humo-column uit 2014, waarin hij als een ware Bukowski met David Van Reybrouck aan de haal gaat en het n-woord voluit schrijft, wijst overduidelijk in die richting. Het toont aan dat hij zich na de Jodenprocessen zich minder laat horen in het openbaar debat:

‘Ik zwijg al veel, ik kan echter gerust nog meer zwijgen. Zolang ik ontroerd kan zijn, ben ik tevredener dan ik voor mogelijk houd. Ik word ontroerd door Roman wanneer hij, terwijl de sfeer thuis niet goed is, zegt: “Ik zal papa lief toveren.” Ik word ontroerd door Lena als ze voor de zoveelste keer weer eens een laatste traan droogt.’

Nooit eerder schreef hij in zo talloze passages zo openlijk en eerlijk over zichzelf en zijn relatie met zijn geliefde dat je je als lezer soms een voyeur voelt; vooral wanneer de klad in hun relatie dreigt te komen.

‘Het ging mis. In koffiehuis Coconne vroeg Lena of ik gelukkig was. Ik zei nee, niet echt, omdat jij nooit meer lief voor me bent. Dat viel op een koude steen. Tot ze vertrok naar haar werk, om halftwaalf, haalde Lena naar me uit. Er deugde niks aan mij.’

Heerlijke momenten met de kleine Roman

Gelukkig kantelt alles naar het positieve dankzij therapie en de kleine Roman, die dolle pret beleeft in de Efteling en Plopsaland, en papa Brusselmans aan het lachen brengt met de vraag wat impotentie en erectie betekenen. En dan zijn er nog die mooie, snijdende regels die uit zijn pen vloeien: ‘De auteurs zijn de telescopen die op het aardoppervlak gericht zijn. En op iedereen die op dat verdomde oppervlak rondkriewelt’, of ‘De liefde is een guillotine. Je hoofd, dat je bij de liefde continu dringend nodig hebt, gaat er op een bepaald moment af’ en ‘Mislukkingen zijn de pap waarin te weinig krenten drijven’. Je zou er zo een bloemlezing van kunnen samenstellen.

Dit alles zorgt ervoor dat dit niet zomaar de zoveelste roman van Brusselmans is. Onder het mom van het schrijven van ‘De lamzak’ levert hij, op de toppen van zijn kunnen, een meeslepend semi-autobiografisch werk af. Het is het levende bewijs dat hij nog lang niet is uitgeschreven. Het is nu al met grote belangstelling uitkijken naar het tweede en derde deel van wat als een trilogie is aangekondigd.


Related Images:

Carlos Alleene