Zien kan niet ontzien worden: bij Opera Ballet Vlaanderen gaat ‘Nabucco’ over toen, nu en altijd

Opera Ballet Vlaanderen, ‘Nabucco’ 5 out of 5 stars

Met zijn wereldberoemde slavenkoor schreef Giuseppe Verdi anno 1842 het lijflied van het Risorgimento. De beroemdste passage uit ‘Nabucco’, dat verhaalt over de onderdrukking van het Hebreeuwse volk door de bloeddorst van het Babylonische titelpersonage, groeide uit tot hymne voor diegenen die hunkerden naar een eengemaakt Italië. Bijna twee eeuwen later vindt de Braziliaanse cineaste en theatermaakster Christiane Jatahy de historische betekenis van het ‘Va pensiero’ opnieuw uit. Bij Opera Ballet Vlaanderen weerklinkt het koorzang tot twee keer toe, als anthem der onderdrukten.

Moet ‘Nabucco’ voor een hedendaags publiek heruitgevonden worden? Misschien wel. In het Italië van bijna twee eeuwen geleden leest het narratief over een vervolgd volk als een allegorie voor de vaderlandse eenmakingsbeweging. Tegenwoordig liggen de geopolitieke verhoudingen helemaal anders. Gewelddadig nationalisme, bloederige religieuze conflicten en despotische machthebbers maken helaas de orde van de dag uit. Ontspoord patriottisme loopt daarenboven als bloedrode draad doorheen de geschiedenis van de 19e en de 20ste eeuw. In dat licht valt een libretto dat aanspoort tot fysiek verzet lastig te ensceneren. Er kan weliswaar om de ideologische twisten heen gewalst worden, om een psychologisch drama met briljante muziek over te houden. Jatahy trekt evenwel de kaart van een slimme actualisering. Niet door het narratief met het hier en nu te laten samenvallen, maar via een tijdloze benadering waarbinnen het libretto perfect gedijt.

Men zou er door het haantjesgedrag van de leiders op het mondiale toneel haast heimwee naar krijgen: de tijd dat politiek nog in achterkamers werd bedreven, ver weg van de publieke aandacht. Op heden is alle macht echter gemediatiseerd – zonder weerklank op sociale kanalen lijkt democratische besluitvorming haar legitimiteit verloren. Dat politici hun poppenkast doelbewust ensceneren, laat Jatahy indringend zien. Niet toevallig zijn de opvallendste elementen binnen de scenografie enerzijds camera’s en anderzijds spiegelende oppervlakten. Elk op hun manier flirten agitators Nabucco, Abigaille en Zaccaria met de lens. Uitvergroot op het witte doek is hun optreden extra virulent, waarbij Jatahy bij de opruiende taal van laatstgenoemde een belangrijke voetnoot plaatst. Is zijn cultivering van de repressie niet evengoed een stijlmiddel dat tot uitsluiting zal leiden, en op die manier de vicieuze cirkel van Nabucco’s terreur verder zet?

Naast haar verwijzing naar de visuele demagogie die vandaag de democratie in gevaar brengt, boort Jatahy met haar projecties ook een uitzonderlijk intieme dimensie aan. ‘Nabucco’ is bij uitstek een partituur van het grote gebaar – een weergaloos amalgaam van indrukwekkende koorzangen en hartstochtelijke aria’s. Deze regie kijkt evenwel voorbij de hyperbool die inherent is aan Verdi’s idioom, om waarachtige en tedere psychologie te laten zien. Los van de gezangen epiek, laten Jatahy’s close-ups vertwijfeling zien, wanhoop, verlangen, pijn. Beroert de partituur de extremere registers, dan graaft de regie naar nuance, naar menselijkheid voorbij goed en kwaad. Het morele clair-obscur van het libretto wordt zodoende een caleidoscopisch landschap, waarin de personages werkelijk tot leven komen. Niemand bestaat louter uit licht of donker. Precies het ethische en emotionele coloriet dat voortdurend verschuift, maakt van de karakters veel meer dan doorsnee operafiguren.

De spiegels verplichten de toeschouwer bovendien om zichzelf ten aanzien van de fictie te oriënteren. Kijken is deelnemen, zien kan niet ontzien worden. Om dezelfde reden plaatst Jatahy zangers op de parterre: hun besognes worden quasi tastbaar in de zaal. Dat er veel mensen met een migratie-achtergrond in de cast opduiken, volgt logisch uit de interpretatieve insteek. Letterlijk en figuurlijk geeft Jatahy een stem aan diegenen die al te vaak monddood blijven. Het ‘Va pensiero’ drukt bij haar niet alleen particulier lijden uit, maar demonstreert de kracht van een gedeelde esthetische ervaring. Wat kan een massa mensen beter verbinden dan samenzang? Zelfs de zaal mag er deel aan hebben…

Jatahy ontmantelt het oorspronkelijke einde van de opera met een diep ontroerend orgelpunt. Verdi’s harmonische coherentie valt aan diggelen, de laatste maten werden geschrapt: religieus dogmatisme is anno 2026 uiteraard niet het antwoord op de conflicten die ‘Nabucco’ voorschotelt. Jatahy’s noodzakelijke voetnoot maakt haar artistiek engagement ongemeen manifest: ze kiest de kant van samenhorigheid, ongeacht verschillen. Dankzij deze ingreep zal niemand de productie als vrijblijvend ervaren. Dat heeft ook met de muzikale leiding van de piepjonge Gaetano Lo Coco te maken. Nog geen dertig is hij, maar de knepen van het vak beheerst hij uitstekend. Op solistisch niveau bereikt de dirigent bij alle pupiters adembenemend raffinement. Daar voegt hij zelf veel animo, kraakheldere keuzes en epische contrasten aan toe.

Bij Lo Coco niet zozeer gratie of distinctie, maar wel drama, drama en nog eens drama. Een uitgelezen rits zangers doet de rest. Daniel Luis de Vicente, Ewa Vesin, Lotte Verstaen en Vittorio de Campo: ze vertolken niet alleen prima, ze geven op de bühne ook voortreffelijk uitdrukking aan wat Jatahy voor ogen had. In haar optiek hebben gewapende conflicten alleen maar verliezers, tenzij men geweldloos opstapt en aan de kant van de zwaksten gaat staan. Al patire virtù…

Gezien & gehoord in Opera Antwerpen op 22/02/2026.
Copyright foto: Annemie Augustijns / Opera Ballet Vlaanderen

Related Images: