‘Kafka op het strand’ is een verwarrende droom, in de goede zin

‘Kafka op het strand’ is een verwarrende droom, in de goede zin

Haruki Murakami, ‘Kafka op het strand’ 5 out of 5 stars

Af en toe gebeurt het dat je een boek leest dat je achteraf nog weken, maanden en zelfs jaren achtervolgt. Op de meest vreemde momenten schieten er scènes van dat boek door je hoofd. Het is het soort boek dat zelden een eenvoudig en realistisch verhaal behandelt en zich daarbij al helemaal niet tot een brave, lineaire manier van vertellen beperkt. Bij het lezen bekruipt je soms de neiging om het, in een vlaag van frustratie, tegen de muur te knallen omdat het geen steek houdt en je er eigenlijk geen snars van begrijpt. Maar het lukt je niet om het gewoon dicht te slaan en opzij te leggen. Je leest verder en bladzijde na bladzijde kruipt het onder je huid. “Kafka op het strand” van Haruki Murakami is zo’n boek.

Murakami is één van de grote sterren aan het huidige, literaire firmament. Telkens de Nobelprijs uitgereikt wordt, prijkt zijn naam hoog op het lijstje der favorieten. Tot nu toe heeft hij die hoogste onderscheiding nog niet mogen ontvangen, maar dat is volgens ingewijden slechts een kwestie van tijd – dat die ingewijden dat ook al twintig jaar over Hugo Claus beweren, willen wij hier graag even negeren. Voor Uitgeverij Atlas is het in ieder geval voldoende om het werk van Murakami in het Nederlands te vertalen. “Kafka op het strand” uit 2004 is de jongste Nederlandstalige worp van de Japanse grootmeester.

Net als “Hard-Boiled Wonderland en het einde van de wereld” is deze roman opgebouwd uit twee verhaallijnen. De onpare hoofdstukken vertellen het verhaal van Kafka Tamura. Zijn doel is om “de toughste jongen van de hele wereld” te worden, en met reden. Enkele jaren geleden namen zijn moeder en zus de benen en nu loopt ook hij van huis weg. De jongen slaat op de vlucht voor zijn vader, die beweert dat Kafka ooit met beide bovengenoemde vrouwen het bed zal delen. De even hoofdstukken zijn al even bevreemdend. Hierin maken we kennis met Nakata. Nakata is een zestiger, die in zijn kinderjaren iets meemaakte waardoor zijn hele geheugen werd uitgewist. Hij is dit nooit te boven gekomen en leeft als bejaarde analfabeet van een uitkering. Nakata heeft echter één gave: hij kan met katten praten.

Hiermee bevinden we ons meteen in het vreemde universum van Murakami. In zijn hele oeuvre hebben katten immers een speciale plek. In interviews beweert de schrijver dat hij die beesten als afgevaardigden van een andere wereld beschouwt. De sprekende katten zijn gelukkig niet de enige aanwijzing dat “Kafka op het strand” vintage Murakami is. Net als in de rest van zijn werk schotelt de Japanner ons door heel dit boek bespiegelingen over muziek voor, van de postrock op “Kid A” tot de pianotrio’s van Beethoven. Het mag duidelijk zijn dat Murakami van geen enkel genre vies is.

Deze verwijzingen naar Westerse cultuur zijn waarschijnlijk één van de verklaringen voor Murakamis enorme populariteit in het Westen. Toch verloochent hij zijn Oosterse afkomst nooit. Zo neemt Murakami zonder enige gêne afstand van elke vorm van logica en deinst hij er niet voor terug om bepaalde scènes van “Kafka op het strand” buiten de grenzen van de tijd te laten afspelen. Het boek krijgt daardoor het karakter van een verwarrende droom, maar gelukkig vervalt de schrijver nergens in het escapisme van het hemeltergende fantasiegenre.

De sterkte van deze sublieme roman bestaat erin dat je misschien niet altijd snapt wat er gebeurt, maar de betekenis ervan wel steeds haarfijn aanvoelt. Indien zo’n gebrek aan rationele houvast je niet afschrikt, dan is dit verontrustende boek ideaal om de zeemzoete kerstdagen mee door te komen.

Kafka op het strand Book Cover
Kafka op het strand Uitgeverij Atlas 639 p. Vertaler: Jacques Westerhoven
Geert Schuermans

Geert Schuermans

Geef een reactie