Ellen Deckwitz transformeert de liefde tot Poëziegeschenk

Ellen Deckwitz, ‘Metamorfosen’ 
Ellen Deckwitz debuteerde met ‘De steen vreest mij’ (2011), waarvoor zij de C. Buddingh’-prijs ontving. Ze was Nederlands Kampioen Poetry Slam in 2009 en publiceerde daarna onder meer ‘Olijven moet je leren lezen’ (2016), ‘Hogere natuurkunde’ (2019) en ‘Dit gaat niet over grasmaaien’ (2020). Samen met Ingmar Heytze en Thomas Möhlmann schreef ze ‘Game of Poems’, een poëtisch taalspel geïnspireerd op de serie ‘Game of Thrones’.
Liefde transformeert
In 2026 verzorgt Deckwitz voor PoëzieCentrum het Poëziegeschenk. Het thema van de Poëzieweek is metamorfose. Metamorfose staat voor transformatie, voor gedaantewisseling. In deze bundel staat de metamorfose van de liefde centraal. Liefde verschijnt als drijvende kracht die het zelf ontbindt en weer in elkaar puzzelt na breuken van liefdesverdriet.
‘Metamorfosen’ leest licht en speels, maar is zeker niet triviaal. Onder het woordspel schuilt een grimmige, bijna vijandige houding tegenover de romantische liefdesmythe. Het is alsof de mythe van de liefde een postmodern verhaal is dat moet worden gedeconstrueerd. Liefde als verhaal is een niet miskenbare kracht die het lichaam voortdrijft, maar tegelijk ontwricht en zo transformeert.
Plotgerichte verzen
Wat meteen opvalt, is de sterke plotstructuur van de gedichten. Ze zijn niet fragmentarisch, maar lezen als zorgvuldig opgebouwde scènes binnen een groter verhaal. Die narratieve opzet is al zichtbaar in het openingsgedicht:
Op een dag werd je verliefd. Je vel dwong je
op een strooptocht naar troost,
een ander om als een branddeken
over je heen te trekken
‘Je’ werd verliefd, maar ‘je vel’ dwong je als een pars pro toto ‘op een strooptocht van troost’. De ander wordt een reddingsboei voor het zelf dat als ‘een branddeken’ over het zelf heen getrokken wordt en zo het zelf redt en transformeert. Die transformatie is lijfelijk en fysiek. Het aangesproken ‘je’ wil ‘ander’ worden.
Op je heupen, wilde een navel vol laten lopen met jouw zweet
Je zenuwen werden een woud aan toortsen
en in de verte schemerde nog ergens een citaat
uit het Hooglied, dat hartstocht beklemmend is
als het rijk van de doden
De lijfelijke aanwezigheid van de ander overspoelt het zenuwstelsel en via een hyperbool worden prikkelende neuronen ‘een woud van toortsen’. In de schaduw van de bijna fysieke pijn van de hartstocht ‘schemerde nog ergens een citaat’. Dit citaat is niet zomaar een door ChatGPT-gecreëerde hallucinatie, maar komt rechtstreeks uit het ‘Hooglied’. Daar is het duo van Eros en Thanatos niet ver weg, en via een vergelijking wordt de hartstocht even ‘beklemmend’ ‘als het rijk van de doden’.
maar er was alleen nog maar de ander.
Je botten die nieuwe botten wilden maken.
De ander is té veel, overschrijft het zelf. Tot het zelf zichzelf kopieert en de nu tot levenloze materie gemaakte ‘botten’ ernaar verlangen ‘nieuwe botten’ te maken.
De noodwendige plot volstrekt zich in de laatste regel, na de komma:
Op een dag werd je verliefd. Het was magisch
En fantastisch, en ik bleef achter.
‘Je’ werd verliefd. De taal van de poëzie transformeert het ‘je’ naar ‘ander’. Daarbij blijft het ‘ik’ achter als de schubben van een pas vervelde slang.
Humor met zelfspot
Dat niet alle metamorfosen heroïsch zijn, laat het volgende fragment zien. Bij Deckwitz is liefde niet alleen een belofte van vervulling, maar ook een bron van existentiële angst: de angst om jezelf te verliezen, om te worden afgewezen, om te verdwijnen in de blik van de ander. Die angst wordt niet expliciet uitgesproken, maar sluipt de regels binnen, vermomd als stoerheid, ironie en zelfspot. Nog voor de pijn van het verlies het zelf kan transformeren, verhult het zich in de vorm van een nieuwe gedaante.
Achteraf bezien waren relaties helemaal niet zo erg.
Het bleek gewoon een kwestie van spijt
voor jezelf te houden
althans dat dacht ik toen ik het gesprek begon met
“Sorry, maar-” en nog voor ik mezelf kon stoppen
veranderde in een regenworm.
De verzen van Deckwitz zijn speels, humoristisch, licht verteerbaar en toch tragisch hoopgevend. Wat meer is, ze prikkelen de nieuwsgierigheid en zetten aan tot verder lezen. Ondanks de vele metamorfosen die Deckwitz voor de lezer in petto heeft, blijft de bundel toegankelijk en emotioneel herkenbaar. Daarmee is ‘Metamorfosen’ een dankbaar Poëziegeschenk. Hier kan je naar Beeldspraak met Ellen Deckwitz, te gast in het Poëziecentrum, luisteren.
De Poëzieweek 2026 vindt plaats van 29 januari tot en met 4 februari.

