ESNS – Dag 3: Door de ruis heen luisteren
Dag drie van ESNS. Slapen is inmiddels een theoretisch begrip. Je hoofd zit vol nieuwe namen, halve gesprekken en nog net geen tinnitus. ESNS is geen festival, het is een uithoudingsproef. Wie volhoudt, wordt soms beloond.
We begonnen zonder strak plan. Veel gelezen, wat clips gekeken, maar vooral ruimte gelaten voor toeval. De Brusselse Adja stond op de lijst, maar na twee nachten weinig slaap werd dat een te late start. Het werd ISE, eveneens uit België. Geen hoge verwachtingen — ik betrap mezelf erop dat ik bij jonge zangeressen snel denk: zal wel weer braaf en voorspelbaar zijn.
Fout gedacht.
ISE heeft geen fragiele pose nodig. Haar songs zijn stevig, soms zelfs oncomfortabel, en worden gedragen door een band die weet wanneer ze moet duwen. Vooral de gitarist geeft het geheel een scherp randje dat voorkomt dat het in nette pop verzandt. Dit optreden in de Stadsschouwburg voelde niet als een showcase, maar als een statement. Ik zag hier geen hype, maar potentie. De zaal had het door. En ik ook.
Daarna ging het mis. Of beter gezegd: middelmatig. ESNS staat vol acts die technisch prima zijn, maar niets achterlaten. Ik liep vaker weg dan me lief was. Dat kan bij ESNS — je hoeft niets uit te zitten, en soms is vertrekken het eerlijkste oordeel.
Tot PLANTOID opdook, in een klein zaaltje, ver weg van de drukte. Dit was wél raak. Hard, gelaagd en unapologetisch. Symfonische rock die niet bang is voor bombast, gecombineerd met een alternatieve onderlaag. Geen vernieuwend genrewerk, maar wel overtuigend gespeeld. Even voelde het alsof progressieve rock nooit is verdwenen, maar gewoon uit beeld was geraakt.
De nacht wilde ik niet denkend maar dansend afsluiten. In de Machinefabriek zette Brass Rave Unit de boel op z’n kop. Drie man, geen vocals, wél energie. Sax en trompet als rave-instrumenten — het werkt, al is het concept sterker dan de variatie. Leuk, intens, maar tegen het einde begon het trucje zich te herhalen.
Laatste stop: opnieuw de Stadsschouwburg. Il Mago Del Gelato bracht funk, soul, jazz, afrobeat en een flinke scheut Italiaanse seventies-discoschaamte. Het was vrolijk, dansbaar en vooral ongecompliceerd. Soms precies wat je nodig hebt na dagen van analyseren en vergelijken. Niet alles hoeft diep te zijn om te werken.
Nacht drie was daarmee afgerond. Terwijl de stad zich richting afterparties verplaatste, koos ik voor de uitgang. Met disco in het hoofd en vermoeidheid in de benen. Nog één dag te gaan. ESNS laat je nooit ongeschonden achter — maar soms wel met het gevoel dat je iets echts hebt gezien.
Onze website gebruikt cookies om u een optimale surfervaring aan te bieden. Door verder te gaan accepteert u het gebruik van cookies. Voor meer informatie, lees onze Cookie Policy.