‘Pinocchio’ is een heel stuk beter dan alle kritiek doet vermoeden

‘Pinocchio’ is een heel stuk beter dan alle kritiek doet vermoeden

‘Pinocchio’ (2022) 3 out of 5 stars

Pinocchio draait overuren tegenwoordig. Binnenkort komt niemand minder dan Guillermo del Toro met een eigen adaptatie over de houten knaap, dus kon Disney natuurlijk niet achterblijven. De versie van ‘Back To The Future’-regisseur Robert Zemeckis is niet meteen de swingendste, maar is heus niet zo slecht als kwatongen aller landen durven beweren.

Een krekel van CGI

Een van de kritieken die het meest te lezen valt over ‘Pinocchio’, is dat er voor een live-action film onnoemelijk veel CGI aan te pas komt. “Echte” personages zoals Geppetto (Tom Hanks) lopen rond in “echte” sets, omringd door allerlei computergeanimeerde wezens en rariteiten. Een gevoel van authenticiteit zou ontbreken. Eerlijk gezegd, dat was niet meteen wat wij verwachtten van een verhaal over een pratende pop en een krekel in een maatpak.

De CGI ziet er in de meeste gevallen trouwens beter uit dan de echte sets. Die lijken recht uit een van de pretparken te komen. Enkel kinderen onder de tien jaar zouden nog kunnen geloven dat het atelier van Geppetto zich daadwerkelijk in de buurt van Siena bevindt. Op dat vlak heeft Disney hetzelfde idee over schoonheid als Anouk Matton: authentiek, maar met een stevige laag plastic erover. 

Voor sommige scènes is er wel degelijk op locatie gedraaid. De sequentie waarin Pinocchio naar school gaat en Jiminy Cricket onder een stolp komt vast te zitten speelt zich af op een prachtig, Toscaans grindweggetje dat je al doet wegdromen over je volgende vakantie. Op een of andere manier lijkt die vreemde symbiose tussen sets en computer toch te werken in een fantasyverhaal.

Een kale, blauwe fee

De film krijgt vooral kleur door de personages. Van de dikke poppenspeler Stromboli tot de sluwe vos Honest John, alle figuren zien er heel goed uit. Een speciale vermelding gaat naar Luke ‘Gaston’ Evans die gedurende een minuut of vijf de pannen van het dak speelt. Hij leidt de kinderen met een paardenkoets naar het verdorven Pleasure Island om ze vervolgens als ezels in de mijnen te laten werken. Mede dankzij Evans is het kwartier op Pleasure Island ook het beste van de film. Cynthia Erivo als kale, blauwe fee (Chris Rock moest wellicht even met zijn ogen knipperen) is dan weer minder geslaagd. Er zit iets niet lekker met het punt waar ze naar kijkt als ze met Pinocchio spreekt. Je gelooft geen moment dat ze niet gewoon tegen de muur staat te tateren.

Pinocchio is volledig met de computer gemaakt, maar is zijn ondeugende en knuffelbare zelve. En ook Jiminy Cricket (met de stem van Joseph Gordon-Levitt) zorgt voor leuke intermezzo’s. De komische noot is vooral weggelegd voor Geppetto. Dat is althans de enige manier om het grotesque spel van Tom Hanks te verklaren. Hanks staat te spelen alsof hij een stel kleuters er van probeert te overtuigen dat er snoep in zijn busje ligt.

Misschien zijn de verwachtingen van live-action remakes de laatste jaren zodanig gezakt dat er zelfs in de grootste bagger iets goeds te vinden valt. Maar voor de niet al te strenge kijker zijn er in ‘Pinocchio’ genoeg positieve punten te vinden. Disney heeft de laatste jaren al remakes met minder charme en tempo uitgebracht.

Cisse Wyn

Cisse Wyn