Interview: ‘Cool Abdoul’ wint Cutting Edge Award voor beste Belgische film!

Interview: ‘Cool Abdoul’ wint Cutting Edge Award voor beste Belgische film!

De lezers van Cutting Edge verkozen ‘Cool Abdoul’ tot beste Belgische film van 2021 (bekijk hier de volledige uitslag). In de film kruipt Nabil Mallat in de huid van de Gentse bokser en publiekslieveling Ismaïl Abdoul. Ismaïl is op zoek naar de absolute top in het boksen, maar raakt verstrikt in een web van foute keuzes en criminaliteit. Cutting Edge sprak met Jonas Baeckeland, regisseur en scenarist van de winnende film.

Het verhaal is gebaseerd op het leven van de toch wel bijzondere bokser Ismaïl Abdoul. Hoe ben je bij die figuur terechtgekomen?

Ismaïl was de publiekslieveling van de boksgala’s in Gent. Hij stond ook bekend als een figuur die het voor het zeggen had in het Gentse nachtleven. Hij was dus wel iemand die doorheen mijn tienerjaren veel gepasseerd is in de media en zo mijn aandacht trok. We hebben ooit afgesproken voor de research van een kortfilm en ik moet zeggen dat de figuur die ik vanop afstand dacht te zien en de man die ik in die twee uur heb leren kennen, ongelooflijk ver van elkaar stonden. Ik dacht dat ik een afspraak had met de nummer één van het Gentse criminele nachtleven, maar voor mij zat een echte, warme familieman die zijn leven helemaal over een andere boeg had gegooid. Ik dacht meteen: dit moet een film worden.

Had je vóór het maken van ‘Cool Abdoul’ eigenlijk iets met boksen?

Ik ben pas in de sport beginnen researchen door Ismaïl. Al was het genre van de boksfilm voor mij als filmliefhebber wél het meest inspirerende dat ik ooit gezien had. Er was dus wel een grote liefde voor dat gegeven. Op het moment dat ik aan de film begon te schrijven stond Ismaïl nog aan de Europese top. Hij liet mij toe om zijn hele trainingsschema mee te volgen en hem urenlang te observeren in de boksclub. Van achter de bokszakken stonden er heel veel jonge gasten te trainen en ik deed alsof, te kijken naar de ster in de ring.

“Het is onwaarschijnlijk hoe lang je kan blijven schaven aan een stukje dialoog en hoe snel iemand als Johan het naar een véél hoger niveau tilt, gewoon door er zijn ding mee te doen”

Jonas Baeckeland

De wereld in de film is dus niet enkel gebaseerd op de Amerikaanse boksfilms, maar vooral op de realiteit in de Gentse clubs?

Absoluut. Alle jonge boksers die je in ‘Cool Abdoul’ ziet, komen allemaal uit de Vlaamse bokswereld. Alle gevechtsscènes, alle portiers, eigenlijk iedereen die tot een bepaalde wereld hoort in de film, hoort daar in de realiteit ook toe. We hebben daarvoor connecties van Ismaïl kunnen aanspreken en ook de jonge boksers waren meteen enthousiast.

De cast is een combinatie van jong geweld, zoals Nabil Mallat, Anemone Valcke en zelfs Rob Van Impe (Average Rob!) en tonnen ervaring, zoals bijvoorbeeld Johan Heldenbergh. Zorgde dat voor een speciale dynamiek op de set?

Zeker, Anemone en Nabil hebben natuurlijk al de nodige ervaring. Voor sommige jongeren, zoals Idries Bensbaho en Amir Bouchikhi, was het hun eerste ervaring. Daartegenover staat Johan Heldenbergh, die een andere vorm van ervaring brengt. Die komt van pas op belangrijke momenten in de film, zoals wanneer zijn personage een monoloog brengt om Ismaïl weer op het juiste pad te krijgen. Dat merkte je al op de repetitie. Het is onwaarschijnlijk hoe lang je kan blijven schaven aan een stukje dialoog en hoe snel iemand als Johan dat stukje naar een véél hoger niveau tilt, gewoon door er zijn ding mee te doen. 

“Iedereen in de cast kon een stukje van zichzelf kwijt in de film. Daar heb ik bijzonder veel aan gehad”

Jonas Baeckeland

Vóór ‘Cool Abdoul’ heb je enkele kortfilms gedraaid. Was dat voor jou een grote aanpassing om nu voor het eerst zo’n grote productie in goede banen te leiden?

Ik heb gemerkt dat je de ervaring van een kortfilm toch moeilijk kan meenemen naar een langspeelfilm. Het verhaal van Ismaïl is best complex en je volgt natuurlijk nog meer personages die allemaal hun evolutie kennen. Zeker in de montage hebben we er véél langer over gedaan. Gelukkig heb ik naast mijn kortfilmparcours ook theater gedaan, dus de werking met de acteurs lag mij goed. Ik heb ook het geluk gehad dat iedereen in de cast ook een stukje van zichzelf kwijt kon in de film. Daar heb ik bijzonder veel aan gehad.

(Lees verder onder de foto)

Jonas Baeckeland, regisseur en scenarist van ‘Cool Abdoul’

En dan bij je debuut al meteen 10 Ensornominaties binnenhalen op het Filmfestival van Oostende.

We zijn er allemaal bijzonder blij mee. Ik had het absoluut niet zien aankomen. Je hoopt wel op drie of vier nominaties, maar meteen tien is superfijn.

Zakken jullie daardoor met bepaalde verwachtingen af naar de kust?

Dat is een goede vraag. De concurrentie is in elk geval niet min. Het zijn allemaal mooie films, goede films, gemaakt door bijzondere talenten. We gaan gewoon wachten tot de avond zelf en we zien wel wat er gebeurt. Maar als ‘Cool Abdoul’ niet met de beeldjes naar huis gaat, weet ik ook hoe het komt.

“Ik zat te gieren van het lachen en ondertussen werd ik overvallen door een gevoel van ‘shit, dit is gewoon de realiteit'”

Jonas Baeckeland over ‘Don’t Look Up’

Wat na de Ensors? Ben je met nieuwe projecten bezig?

Er zijn wat vragen op mij aan het afkomen nu. Ik ga iets in televisie doen, wat ten gepaste tijde naar buiten zal komen. Tv-reeksen zijn voor mij nieuw en dat is zeker waar mijn interesses óók liggen. Verder zoek ik in alle stilte naar heel wat onderwerpen waar ik een film in zie, maar met het traject dat ik voor ‘Cool Abdoul’ afgelegd heb in het achterhoofd, zal dat nog wel even duren. Ik ga mij zeker niet overhaasten. Eens ik een idee heb, ga ik naar genres kijken waar het verhaal zich kan in vinden en dan maak ik daar mijn huiswerk in. Ik ben wel écht een genreliefhebber, maar ik beschouw mezelf niet als een genreregisseur.

Tot slot, er werd ook een Cutting Edge award uitgedeeld voor beste internationale film. Wie droeg jouw voorkeur daar?

Zonder twijfel ‘Don’t Look Up’. Ik vind het leuk dat er zo veel voorstanders en zo veel tegenstanders zijn van de film. In mijn omgeving gaat het veel over die film en ik begin er ook vaak zelf over. Ik heb me zó goed geamuseerd, het is zó slim gemaakt, het lijkt een parodie maar het is gewoon allemaal echt. Ik zat te gieren van het lachen en ondertussen werd ik overvallen door een gevoel van ‘shit, dit is gewoon de realiteit’. Die combinatie heb ik gewoon nog nooit gevoeld in een film.

Cisse Wyn

Cisse Wyn