Een lofzang op woorden met woorden: Bruno Vanden Broecke in spetterend muziektheater

Een lofzang op woorden met woorden: Bruno Vanden Broecke in spetterend muziektheater

Muziektheater De Kolonie & Bruno Vanden Broecke, ‘De woordenaar’’ 4 out of 5 stars

‘Missie’, ‘Para’, ‘Socrates’: het is slechts een greep uit de monologen waarmee rasverteller Bruno Vanden Broecke het collectief historisch geheugen van de Vlaming de voorbije jaren opfriste. Pater, paracommando of filosoof? In een handomdraai kan de acteur een eigengereide, wat getormenteerde doch steeds zeer bevlogen identiteit aannemen. Vanden Broecke is er immers de speler niet naar om de minimalistische registers te bespelen. Integendeel omarmt hij quasi hyperenthousiaste zielen die flirten met de grenzen van sociaal aanvaardbaar gedrag, zij het niet door hen als maatschappelijke paria’s neer te zetten, maar vanuit een groot mededogen. Zo ook in ‘De woordenaar’, een nieuwe tekst waarin Vanden Broecke eens te meer een kwetsbaar – om zelfs niet te zeggen: een hoogst onaangepast – individu neerzet.

Deze keer staat Vanden Broecke evenwel niet alleen op de bühne. ‘De woordenaar’ mag dan wel de taal zelf als onderwerp exploreren, de opvoering verbreedt het inhoudelijke spectrum via vier musici. Toch kan er geen sprake zijn van stereotiep muziektheater, waarin tekst en composities elkaar afgebakend afwisselen. Woord en klank zoeken immers voortdurend elkaars gezelschap op. Zo verknipt en verhakkelt Vanden Broecke zijn gedachtestroom dat hij, als een vijfde instrument, tussen en op de andere partijen laveert. Hij roept, rapt en ratelt zich een weg doorheen het lappendeken aan impressies dat De Kolonie fabriceert.

Net zoals Vanden Broecke contact zoekt met de musici, zo reageren zij op de inhoud van de tekst. Vanuit een tabula rasa is de dikwijls improvisatoir ingevulde partituur perfect geënt op de beschrijvingen van het wedervaren van het personage, zonder dat de soundtrack ooit vlak of demonstratief wordt. Muzikale verbeelding en anarchie voeren de boventoon, vanuit een idioom dat een vanzelfsprekende melange is van allerhande invloeden uit de jazzgeschiedenis. Dat het kwartet uit multi-instrumentalisten bestaat, betekent bovendien dat het lijkt alsof er een volledig orkest op de bühne staat. Van toetsen over percussie naar fluit, sax, trompet en zelfs accordeon: voor elke situatie vinden zowel aanvoerder Bo Spaenc als Pol Vanfleteren, Johan Vandendriessche en Amber Meert een passende signatuur.

De muzikale insteek is erg persoonlijk, met slimme referaten naar standards (‘Stella by starlight’ à la Miles Davis, iemand?) en een eclectische benadering die op en top hedendaags aanvoelt, ook al grijpen de musici terug op een jargon dat al ruim driekwart eeuw in zwang is. Eigenlijk sluit een dergelijk amalgaan naadloos aan bij wat Vanden Broecke als thema aanvoert, met name de ontroerende en ontwapenende dimensie van taal in al haar diversiteit. Tegelijk raakt hij de tragische dimensie aan van het moment waarop woorden niet meer toereikend zijn om het voelen uit te drukken. Taal verbindt, maar slaat – geleid door pijn en frustratie – onwillekeurig ook kloven, kortom woorden brengen dichter bij doch drijven soms uit elkaar.

Finaal lijkt ‘De woordenaar’ voor Vanden Broecke een aangrijpende terugkeer naar zijn moedertaal – is het Woaslands al officieel erkend? – en naar zijn ouderlijk nest, waar zich de kiem voor zowel zijn excentriciteit als voor zijn talige talent situeert. Net zoals in ‘Jonathan’ haalt Vanden Broecke herinneringen op aan de uilenverzameling van zijn moeder, die deze keer wederom het laatste woord krijgt. Want er wordt zo veel gezegd, dat dikwijls zo weinig waarheid bevat. Deze voorstelling doet daarom precies het omgekeerde: Vanden Broecke confabuleert er op los, zodat de avond aan de oppervlakte een geestig fait divers lijkt, een hap entertainment op hoog niveau. ‘De woordenaar’ neemt het echter op voor de fantasie, voor de taal, voor de vrijheid van gedachten – een spraakwaterval waarachter een kern pure menselijkheid schuil gaat.

Zoals de muziek voor geen gat te vangen is, zo presenteert Vanden Broecke taal in al zijn veelzijdigheid. ‘De woordenaar’ is een lofzang op woorden, met woorden. Een parel waarin humor en tragiek tot het bittere eind met elkaar wedijveren – theater zoals het leven zelf dus.

Gezien & gehoord in CC De Schakel Waregem op 19/10/2022.


Related Images: