Een onmogelijke blik in eigen boezem: Opéra de Lille worstelt met drift en moraal

Een onmogelijke blik in eigen boezem: Opéra de Lille worstelt met drift en moraal

Opéra de Lille, ‘Idoménée’ 3 out of 5 stars

In de mythologie is er maar één Idomeneo. Niet zo voor het operarepertoire, waarin behalve Mozarts naar de Kretenzische koning genoemde werk ook het gelijknamige stuk van André Campra opduikt. Als brugfiguur tussen Lully en Rameau is Campra een boegbeeld van het Franse barokrepertoire. Vandaag speelt hij nauwelijks nog een rol op de internationale bühne, wat in zijn tijd helemaal anders was. Allicht om die reden haalde Emmanuelle Haïm de partituur van ‘Idoménée’ van onder het stof.

Als curiositeit is het werk een ontdekking, maar een plaats binnen de canon zal het nooit krijgen. Daarvoor zijn de dramaturgische kwaliteiten te gering. De gevoelsmatige extremen van de personages krijgen vocaal eerder monochroom gestalte, hoewel Campra in zowel de behandeling van de houtblazers als het koor tot ontwapenende lyriek komt. Niettemin overschaduwen de geijkte barokke componisten Campra’s talent, waardoor ‘Idoménée’ vermoedelijk niet aan een revival toe is.

Dat Le Concert d’Astrée, met alweer een fenomenale continuosectie, hoge ogen gooit, hoeft niet te verwonderen. Haïm staat op en gaat slapen met muziek uit dit tijdsgewricht. Dat kan niemand ontgaan: elke porie probeert de dirigente te doorvoelen, zelfs al laat de weinig deinende schriftuur dat amper toe. Qua vocale cast bracht Opéra de Lille echter een enigszins onevenwichtige ploeg bij elkaar. Tassis Christoyannis kan de titelrol nauwelijks dragen, en Lucy Page overtuigt niet als Ilione. Samuel Boden zet anderzijds een tedere Idamante neer, en ook Eva Zaïcik – in ons land geen onbekende na haar tweede prijs op de Koning Elisabethwedstrijd voor Zang anno 2018 – weet als Vénus te ontroeren.

Markant zijn de verschillen tussen de libretti van ‘Idoménée’ en ‘Idomeneo’. Hoewel Mozarts neiging zich met toneel in te laten dat maatschappelijk de nodige opschudding veroorzaakte in principe met de Da Ponte-cyclus en dus met de latere opera’s wordt vereenzelvigd, valt op dat ook zijn veel eerder gecomponeerde ‘Idomeneo’ met enkele slimme inhoudelijke ingrepen compleet andere accenten legt. Waar Campra’s ‘Idoménée’ zich verscheurd voelt tussen gebod en jaloezie, verschuift Mozarts librettist de klemtoon immers naar een veel natuurlijker tweespalt, met name die tussen goddelijke en menselijke liefde.

Door de driehoeksverhouding rondom prinses Ilione te ontbinden, krijgt Mozarts opera een meer filosofisch karakter. Niet de driften dicteren het handelen, maar de moraal. Vraag is alleen waaraan de ethiek finaal moet afgetoetst worden: is de hoeksteen nog steeds transcendent, dan wel humanistisch? In het kielzog daarvan stelt ‘Idomeneo’ ook vragen over de politieke orde, de generatiekloof en het bijhorende conflict tussen conservatief en progressief. Niets van dat alles echter in Campra’s ‘Idoménée’, dat de basale psychologische verhoudingen nergens ontstijgt.

Àlex Ollé, nog steeds het gezicht van het Catalaanse collectief La Fura dels Baus, zag zich voor zijn regie bijgevolg genoodzaakt vooral esthetisch aan te kleden. Met eens te meer verbluffende videoprojecties – zowat zijn handelsmerk – weet hij het podium in een mum van tijd van spiegelpaleis om te vormen tot kolkende oceaan. Dat spiegels een leidraad vormen doorheen zijn enscenering, is trouwens treffend: het personage Idoménée loopt de hele opera lang te piekeren, verzonken in een zelfreflectie die steevast door zijn lusten wordt doorbroken. In feite ziet hij zichzelf nooit weerspiegeld in zijn lange overpeinzingen: zijn machtswellust zowel als zijn verlangen Ilione te kunnen begeren, overschaduwen de blik in eigen boezem die zijn uiteindelijke waanzin zou moeten kunnen voorkomen. Op het dramatisch beslissende moment van zijn verstandsverbijstering, ziet Idoménée geen godheid opduiken, maar zijn evenbeeld. Deze confrontatie met de tirannie van het ego blijkt ondragelijk, en leidt tot krankzinnigheid.

Met zijn decors ontleedt Ollé het karakter Idoménée met andere woorden als een slachtoffer van zijn primitieve driften. Dat de choreografie van Martin Harriague het zinnelijke dat in de protagonist smeult verder uitvergroot, is echter spijtig. Compagnie Dantzaz maakt er, in overigens fletse kostuums waarvan de glitter en het bloot een koortsachtige poging lijken om modern aan te doen, een wat smakeloze vertoning van. Deze ‘Idoménée’ heeft kortom zijn merites, vooral dan in de orkestbak, maar alles opgeteld is het een versmaadbare productie.

Gehoord & gezien in Opéra de Lille op 02/10/2021.
Copyright foto: Simon Gosselin


Related Images: