ESNS DAG 2 , DIVERSE BANDS,DIVERSE LOKATIES , GRONINGEN (15/01/2026)

ESNS DAG 2 , DIVERSE BANDS,DIVERSE LOKATIES , GRONINGEN (15/01/2026)
ESNS – Dag 2: verdwalen mag Dag twee van Eurosonic. Voor mij voelt dat altijd als het echte begin. De eerste avond is aftasten, landen, weer weten hoe laat het is in deze stad die een paar dagen per jaar volledig door muziek wordt overgenomen. ESNS is voor mij nooit alleen luisteren. Het is lopen. Dwalen. Koffie in de kou. Zalen in, zalen uit. Muziek die beweegt, en jij beweegt mee. We hadden een lijstje gemaakt — dat doe je jezelf elk jaar weer aan. Met het vaste besef dat het toch anders loopt. Rijen, omwegen, gemiste afslagen, een zaal die ineens vol is. Maar goed, er lag een soort spoorboekje. Zucht. Op hoop van zegen. De dag begon in het oude Stripmuseum, nu een nieuw podium. Spaans duo: drums en toetsen. Ik had ze vooraf even opgezocht, want ja, ik ben ook maar een mens. YouTube klonk goed. Maar live moet het gebeuren. En live gebeurde het méér dan ik had verwacht. Alex Abril en Abril Saurí stonden daar alsof ze dit al jaren samen deden. Qua bezetting moest ik denken aan DOMi & JD Beck, maar dat idee liet ik snel los. Waar JD Beck alles strak en hoekig houdt, gooit Saurí haar hele achtergrond in het spel. Flamenco sluipt haar drummen binnen, niet als trucje, maar als taal. Het maakte de muziek warmer, menselijker. Minder denken, meer voelen. Wat me raakte, was hoe open ze speelden. Geen muur tussen podium en zaal. Ze legden uit, namen je mee, lieten het publiek zelfs meedoen — flamenco-achtig klappen, terwijl zij eroverheen soleerde. Even voelde het niet als een optreden, maar als een gezamenlijk moment. En ja: op de cajón was ze minstens zo overtuigend. Dit voelde als iets dat je later op een festivalposter terugziet en denkt: die zag ik toen al. Daarna door naar een Poolse band die ik al kende. Ik was benieuwd of ze gegroeid waren. Soms hoop je dat je ongelijk krijgt, maar dit keer bleef het gevoel hetzelfde. Het was niet slecht — laat dat duidelijk zijn — maar het bleef rommelig. De jazzrock klonk alsof hij zichzelf al kende. Ik miste spanning, verrassing, en vooral contact. Je wilt als publiek meegenomen worden, niet alleen toekijken. We zijn niet lang gebleven. Ook dat is ESNS: durven doorlopen. En toen: Evita Polidoro. Italië. Eén drummer. Drie gitaristen. Geen bas. Alleen dat al maakte me nieuwsgierig. En vanaf de eerste minuten wist ik: dit is er eentje. Ik probeerde het te plaatsen — jazz? rock? singer-songwriter? — maar het lukte niet, en dat was precies de bedoeling. Het klopte gewoon. Drie gitaristen die elkaar ruimte gaven, soms fluisterend, soms schurend. Geen moment miste ik de bas. Evita hield alles bij elkaar, zingend, spelend, sturend, zonder te domineren. Soms was het bijna filmisch, dan weer onstuimig en luid. New wave-achtige soundscapes, open, eigen. Dit is waarom ik naar ESNS ga. Voor dit gevoel. Voor die artiest waarvan je weet: dit ga ik onthouden. Geen hokje, geen etiket, gewoon muziek die je bijblijft. Na afloop even ademhalen. Niet meteen doorrennen. Gewoon lopen, de stad weer voelen, ergens aankomen waar nog muziek speelt. Dat werd een Schotse band, met Duncan Grant en Keshav Kanabar. Electropop, gitaar gedreven, met backing vocals en een strakke drummer. Ik bleef hangen. Niet omdat het me diep raakte, maar omdat ik potentie zag. Dit is muziek voor grotere velden, voor dansende menigten. Het deed me qua sfeer denken aan Son Mieux — niet qua sound, wel qua gevoel. Dit zou zomaar eens kunnen groeien. De avond sloot ik af met Hyphen Dash uit Kyiv. En eerlijk: hier was ik op aan het hopen. Jazzfusion, maar dan met lef. En ze stelden niet teleur. Het had iets van Snarky Puppy, maar dan rafeliger, minder gepolijst. Geen overdaad, geen spierballenvertoon. Gewoon heel goed spelen, met ruimte voor adem. De grooves van de drummer bleven hangen, de bas was solide en warm, maar het was vooral de toetseniste die voor mij alles samenbracht. Zij hield de boel open, gaf richting, gaf ruimte. Daardoor konden de anderen vrij bewegen. Dit optreden bleef nog even in mijn lijf zitten toen ik naar buiten liep. Zo’n gevoel dat je niet meteen van je afschudt. En dat is fijn, want dit was pas dag twee. En ik was nog lang niet klaar met zoeken.

Related Images: